Gauw even tevoren nog schuieren, met zeepsop en een tandenborstel

Zeep is niet altijd heilzaam, merkte Arjan Peters aan de 'toilet-misère' van Theo Thijssen en de poëzie van Ernst Jandl.

Arjan Peters
null Beeld Eva Roefs
Beeld Eva Roefs

Soms begint het met zeep. In de roman Het taaie ongerief (1932) van Theo Thijssen (1879-1943), waaruit prachtige fragmenten zijn opgenomen in de nieuwe Thijssencompilatie De zwembadpas (Van Oorschot; euro 24,99), mag de Haarlemse kwekeling Joop van Santen met compaan Piet naar een sjiek Bachconcert.

Dat geeft een hoop zorgen vooraf over de geschikte kledij. Je moet toch prakkiseren wat voor sjaal past bij een koraal en welk dassie bij de Passie, waar of niet? Allebei hebben ze nog wel een knap pakkie, maar de kragen zijn te vet of te kaal. Gauw even tevoren nog schuieren, met zeepsop en een tandenborstel.

Even later zitten de heertjes piekfijn in de concertzaal. Geen centje pijn. Althans, totdat Joop iets verdachts ziet: verdomd, er kringelt iets op uit Piets kraag.

'Je moet er op létten, maar dan zie je 't ook duidelijk: die kraag dampt. Piet is gesjochten, straks gaan de lui achter hem elkaar aanstoten: kijk daar 's, die wou op zijn manier netjes wezen en heeft z'n kraag schoongemaakt, de slemiel. Wat doet-ie ook naar een concert te gaan als z'n pak niet in orde is?'

En Joop heeft dit nog niet gedacht, of zijn eigen kraag begint eveneens te dampen, en hij moet maar machteloos voor schandaal blijven zitten, want de muziek gaat maar door. Als het eindelijk pauze is, kunnen ze ervantussen.

'Ik zal blij zijn als ik weer veilig op onze kamer zit, dan steken we een pijp op en we gaan al die zogenaamde elite zitten uitkafferen...'

Ongerief was ook Ernst Jandls middle name. De Weense leraar (1925-2000) die als taalacrobaat en stemvirtuoos te boek stond, ging allesbehalve clownesk gebukt onder lichamelijk ongemak, neerslachtigheid en alcoholisme, schrijft Erik de Smedt voorafgaand aan Poëzieklysma (Vleugels; euro 19,95).

Zijn bloemlezing uit het werk van Jandl bevat onder meer de gedichten 'Beschimmeld brood' en 'De kakmachine'.

In 'Klagende dingen' lijkt het erop dat de dichter zijn onvrede projecteert op alles wat hem omringt: 'de klagende zeep, och god, de witte/ klagende zeep, en de witte/ klagende wastafel, de klagende/ wastafel en erboven/ de klagende spiegel, die naar mij/ kijkt, de klagende spiegel.'

En verder trekt de litanie, naar de deur, de bomen buiten, en hun loof en vruchten. Allemaal klagen natuurlijk, en een postbus 'draagt mijn stempel, de klacht/ luidt: twee twee zeven./ ik heb me opgericht; ik ben/ op de grond gebleven'.

Als de zeep niet meewerkt, kun je het schudden.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden