Gat op rechts blijft bestaan

Zolang er geen partij is die de sluimerende onvrede overtuigend stem weet te geven, blijft de ruimte op rechts bestaan, volgens Bart Jan Spruyt....

De Verenigde Staten zijn een merkwaardig land. Er zijn zelfs, naar verluidt, conservatieve filmregisseurs. Een van hen is Whit Stillman, over wie Arnon Grunberg onlangs een lezenswaardig artikel in Vrij Nederland (12 augustus) schreef. Stillman is ‘een intelligente en oprechte conservatief’, aldus Grunberg, omdat hij traditie niet uitsluitend als een gevangenis beschouwt, maar het gebrek aan traditie als ‘een oeverloze bron van vulgariteit ziet’ en zelfs meent dat ‘als wij de redenen voor conventies niet kunnen achterhalen, wij moeten veronderstellen dat voorgaande generaties die conventies met goede redenen in het leven hebben geroepen’.

In Stillmans met een Academy Award genomineerde film Metropolitan uit 1990 voeren de hoofdpersonen, Tom en Audrey, een gesprek over het lezen van romans. Tom leest geen romans, hij leest alleen kritieken, want dan leer je zowel de inhoud van het boek als de beoordeling van de recensent kennen. Audrey leest de romans van Jane Austen. Dat verbaast Tom, want in een stuk van Lionel Trilling heeft hij gelezen dat wij, als moderne mensen, alleen maar de pest aan een boek als Mansfield Park kunnen hebben omdat de hoofdpersoon van dat boek deugdzaam is. ‘Bijna alles wat Jane Austen heeft geschreven, is vanuit het perspectief van vandaag lachwekkend’, aldus Tom. Waarop Audrey zegt: ‘Is het ooit in je opgekomen dat onze tijd, bezien vanuit het perspectief van Jane Austen, er nog veel erger dan lachwekkend zou uitzien?’

Ik ken eigenlijk geen betere definitie van conservatisme dan deze uitspraak. Het is de bereidheid althans met de mogelijkheid rekening te houden dat het heden niet de best denkbare uitkomst van al het goede uit de geschiedenis is, en de daar weer uit volgende bereidheid dat heden kritisch te bezien vanuit oudere ideeën, zelfs als die premodern zijn.

Een van de zeer weinige politici, of misschien wel de enige, die in Nederland in staat en bereid waren de huidige samenleving kritisch te toetsen aan klassieke ideeën was Frits Bolkestein. Een zo’n klassiek idee was de notie dat manieren of zeden belangrijker zijn dan wetten. Zeden zijn ongeschreven wetten die het ‘gehele sociale raamwerk van een samenleving bij elkaar houden’ (Plato). Persoonlijke deugden vormen het culturele fundament dat nodig is om zowel de democratische rechtsstaat als de vrije markt goed te laten functioneren.

Bolkestein wist ook dat het liberalisme die deugden niet schiep of onderhield, en wilde over dat probleem een discussie binnen zijn eigen partij beginnen. Zoals bekend heeft hij die discussie verloren. Een VVD-partijraad, aangevoerd door de sociaal-liberale Dijkstal-vleugel, bepaalde dat elke VVD’er die nog eenmaal het woord ‘moraliseren’ in zijn mond durfde nemen, ‘besmeurd met pek en veren’ het Bussumse Spant zou moeten verlaten.

Bolkestein bleef zitten en zweeg, en vindt dat zelf een van de grootste fouten die hij als VVD-leider heeft gemaakt. Kort daarna verliet hij de Haagse politiek, de VVD achterlatend in de handen van Hans Dijkstal, en Nederland opzadelend met het sindsdien befaamde ‘gat op rechts’, dat is geschapen door de liberale verwerping van zijn agenda voor het herstel van een ‘bezield verband’. Niemand is dan ook zo bang voor dat vacuüm als Bolkestein. ‘Het grootste gevaar dat de VVD bedreigt’, vertrouwde hij zijn voormalige speechwriter Joshua Livestro met ‘opgeheven vingertje’ toe, ‘is een volkspartij die haar vanaf de rechtervleugel gaat bestoken’ (Vrij Nederland, 7 juli).

Pogingen in Nederland om het conservatieve geluid weer te laten horen en er sympathie voor te winnen, met name door de Edmund Burke Stichting, zijn ingehaald en overstemd geraakt door het rechtse populisme, waarvan de agenda die van de conservatieven maar gedeeltelijk overlapt. En het streven naar een liberaal-conservatieve partij, rechts van CDA en VVD, lijkt door een gebrek aan leiderschap en samenwerking vooralsnog in een handvol Kamerzetels te eindigen.

We zien tegelijkertijd hoe een nauwelijks bedwongen opluchting zich van de gevestigde partijen en de media meester heeft gemaakt nu het vooruitzicht van een restauratie van prefortuynse verhoudingen lonkt. Die combinatie van het voorlopig uitblijven van eclatante successen op rechts en de opluchting in het midden en op links zorgen momenteel voor een haast beklemmend vacuüm in het politieke debat: een stille leegte waarin de onzekerheid over de nabije toekomst er krampachtig onder wordt gehouden.

Want iedereen weet dat die ruimte op rechts blijft bestaan, ook al is er nog altijd geen partij die op overtuigende wijze een stem heeft weten te geven aan de onvrede die nog steeds onder de huid van de Nederlandse samenleving sluimert en broeit. En zolang die partij er niet is, is er dus ook geen beweging die die onvrede in goede banen weet te leiden.

‘Het conservatieve moment is voorbij’, kopte NRC Handelsblad enkele maanden geleden. Die woorden stonden tussen citaattekens en deden dus vermoeden dat iemand die uitspraak had gedaan. Maar wie het artikel las, constateerde dat helemaal niemand dat had gezegd. En dat kan ook niet. Het conservatieve moment moet nog komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden