Opinie

Gastcolumn: Schrijvers, stop met decadente wegkijkerij

Het zou schrijvers sieren als ze tenminste een poging deden om in te grijpen in hun omgeving, schrijft Aafke Romeijn. 'Als het je niet zint om fictie in te zetten om de actualiteit te spiegelen, gebruik dan op z'n minst andere publieke optredens.'

Het 65ste Boekenbal in de Amsterdamse Stadsschouwburg afgelopen maart. Beeld anp

Het fascisme rukt op. Tuurlijk, je kunt het beestje een andere naam geven omdat een beroemde Duitse dictator de term heeft besmet, maar feit blijft dat het inmiddels zo'n beetje bon ton is geworden om moslims te beschouwen als een gevaar dat onze samenleving zowel van binnenuit als buitenaf bedreigt. Vorige week publiceerde het AD een rits brieven waarin PVV-stemmers al dan niet anoniem uit de doeken deden wat hen heeft doen besluiten om op Wilders te stemmen. Opvallend: qua achtergrond verschilden de briefschrijvers sterk. Hoog- en laagopgeleid, arm en rijk, religieus of niet, homo en hetero, randstad of provincie: slechts één ding hebben ze gemeen, en dat is hun politieke voorkeur.

Voor de goede lezer viel er echter nog een patroon te ontdekken. Een groot deel van de inzendingen verhaalde van een bijna instinctieve angst voor moslims die is ontstaan door één islamitische collega, kennis of postbode, die - zo beweren de PVV-stemmers - opeens 'anders uit zijn/haar ogen' had gekeken na 9/11 of de moord op Theo van Gogh. Het zinde ze niet, de PVV-stemmers, en na die ene blik hebben ze zich, ieder afzonderlijk, eens goed 'verdiept' in de islam, en kwamen ze tot de conclusie dat ze te maken hadden met het absolute Kwaad. Wanneer dit sentiment je niet op z'n minst vagelijk doet denken aan het discours dat in de jaren '30 bij onze oosterburen gangbaar was, dan steek je je kop in het zand.

Dodelijke twijfel

Het gezegde luidt dat de wereld in brand staat, en inderdaad: in de media gaat het nergens anders meer over. Talkshows, voorpagina's - ze worden gedomineerd door enerzijds de oprukkende islam, anderzijds het oprukkende nieuw-rechts. Slechts één groep kritische denkers houdt zich stelselmatig afzijdig, en dat zijn de schrijvers van mijn generatie. Terwijl Erdogan de intelligentsia van Turkije het zwijgen oplegt, terwijl Wilders premier dreigt te worden, en terwijl Trump het één na het andere twijfelachtige figuur het Witte Huis in loodst, schrijven zij columns over de dodelijke twijfel die toeslaat net voordat je verjaardagsfeestje losbarst: staat er wel genoeg bier koud?

Bovenstaand voorbeeld is niet verzonnen, noch overdreven, noch een uitzondering. Ik zal hier geen namen noemen - dat zou alleen maar afleiden van de boodschap - maar ik kijk al enige tijd met verbazing naar de literaire ondernemingen van de millennials om mij heen. Debuten gaan al een decennium lang over studenten die opvallend veel gelijkenissen tonen met de auteur, twintigers die ronddolen in West-Europese hoofdsteden, op zoek naar zichzelf. Ze verliezen zich in relaties die steevast mislukken of niet eens tot stand komen. Ze twijfelen, wikken, wegen, zoeken, raken meer of minder met zichzelf in de knoop. De romans leren ons - een enkele uitzondering daargelaten - weinig tot niets over (liefdes)relaties, laat staan over de verhouding tussen individu en omgeving, of - politieker gesteld - tussen burger en maatschappij.

Ingrijpen

In ons verleden wemelt het van auteurs die niet alleen schreven over de maatschappij, maar die hun pennen neerlegden om in te grijpen. Nederlandse auteurs ook, zeker. Neem Jef Last en Albert Helman, die naar Spanje afreisden om mee te vechten in de burgeroorlog. Of, iets later, Menno ter Braak. Hij ving in de jaren '30 gevluchte Duitse schrijvers op, ging innige vriendschappen met hen aan (met Thomas Mann, bijvoorbeeld), maar bekritiseerde hen ook omdat ze, in zijn ogen, hun exile niet genoeg problematiseerden in hun romans. Hij verweet hen escapisme. Toen Duitsland in 1940 Nederland binnenviel, pleegde hij zelfmoord, bang om in een fascistische staat te moeten leven.

Natuurlijk is Ter Braak het extreemste voorbeeld van reageren op de actualiteit: van mij hoeven schrijvers zich heus niet van het leven te beroven of de wapens op te pakken. Maar het zou ze sieren als ze tenminste een poging deden om in te grijpen in hun omgeving. Ik weet dat jullie, net als mij, columns worden aangeboden, evenals radio-optredens en plekken in talkshows. Ruimte in het publieke debat brengt verantwoordelijkheid met zich mee: neem die. Als het je niet zint om fictie in te zetten om de actualiteit te spiegelen, gebruik dan op z'n minst andere publieke optredens. Het stemt me treurig wanneer ik de zoveelste debutant van rond de dertig zie aanschuiven bij VPRO's Boeken om het te hebben over de keuzestress die ten grondslag ligt aan de depressie van zijn of haar hoofdpersoon. Het is decadente wegkijkerij, waarmee kostbare tijd en - belangrijker nog - woorden worden verspild. Je wil niet de schrijver zijn die in 1933 een novelle schreef over of z'n haar wel goed zat.

Aafke Romeijn is muzikant en schrijver. Haar debuutroman Concept M verschijnt in 2017 bij De Arbeiderspers. Ze is deze maand gastcolumnist van Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.