Gastcolumn

Gastcolumn: 'Onze politici staan model voor een land dat bang is van zichzelf'

De constante reductio at Wilderum ('dat zegt Wilders ook!', 'daarmee speel je Wilders in de kaart!') bevestigt voor boze kiezers juist dat Wilders een punt heeft, schrijft gastcolumnist Coen de Jong.

Oud-politicus en schrijver Jan Terlouw. Beeld anp

Vóór 2001 bestond in de Nederlandse politiek decennialang een herkenbaar narratief: de democratische rechtsstaat voor iedereen en een traditie van tolerantie en godsdienstvrijheid. Een narratief is een groot, herkenbaar verhaal over welke kant het op moet met 'ons' en welke obstakels we daarbij moeten overwinnen. We waren lange tijd eensgezind over de vrijheid van denken, schrijven, religie, relaties en satire. Wie intolerant was kreeg automatisch de status van obstakel.

De jaren negentig waren, achteraf gezien, het hoogtepunt van zelfvertrouwen, hedonisme en overmoed. In 2001, het jaar van 9/11 en Pim Fortuyn, begint de neergang. Overmoed slaat om in twijfel aan het eigen verhaal. Het narratief vernieuwt zichzelf niet meer. En opeens voelt iedereen dat we iets missen. Verlangend denken we terug aan kleurloze ex-politici. Eerlijk zeggen, wie kreeg er begin jaren tachtig warme gevoelens bij Jan Terlouw? Met terugwerkende kracht vinden we politici van toen overtuigender dan Alexander Pechtold, die het woord Europa uitspreekt alsof hij een beeld aanbidt.

Narratief van achteruitgang

In onzekere tijden ontstaat een narratief van achteruitgang ('de democratie is in verval') of bedreiging ('de islamisering van Nederland'). Negatieve of nietszeggende termen nemen de plaats in van argumenten. Populisme! Islamisering! In Politics and the English Language beschrijft George Orwell het verband in de politiek tussen onoprechtheid en taalverloedering. Politici die de standaard partijlijn uitdragen via betekenisloze woorden, standaardzinnen en eindeloos gerecyclede metaforen. Herkenbaar?

Door hun gebrek aan zelfvertrouwen kunnen politici alleen nog brokjes oplepelen uit het narratief over tolerantie - de vrijheid van meningsuiting, 4 en 5 mei - zonder het grote geheel te snappen. Bovendien zijn die brokjes gedeconstrueerd door fanatieke propagandisten en reactionaire scherpslijpers: 'de vrijheid van meningsuiting is geen vrijbrief om mensen tot in het Diepst Van Hun Ziel te kwetsen'. Of: '4 en 5 mei moet ook over de Palestijnen gaan'.

Daarom staan Nederlandse politici standaard met hun mond vol tanden als ze op televisie tegenover een boze moslim zitten. Onze politici praten onzin zoals: we moeten weer gaan verbinden. Terwijl tegenstellingen juist noodzakelijk zijn om te bepalen hoe we zaken als vrijheid van denken, schrijven en religie het beste kunnen regelen.

Uit gewoonte projecteren we nog steeds al onze slechte gedachten en eigenschappen op iedereen die als intolerant te boek staat ('zij willen weer mensen op treinen naar het Oosten zetten') - een klassiek verdedigingsmechanisme. Lodewijk Asscher noemt in een interview met Trouw de ideeën van Wilders on-Nederlands. Maar is de onzin die Wilders uitkraamt on-Nederlandser dan pakweg het gedachtegoed van Asschers voormalige partijgenoten bij Denk?

In het tolerante Nederland is de reactie op een afwijkende mening meestal gespeelde verontwaardiging, verdachtmaking via de media en maatschappelijke uitsluiting. Hardnekkige dissidenten krijgen bovendien te maken met psychiatrisering: 'Ayaan Hirsi Ali is getraumatiseerd en laat zich door blanke mannen manipuleren'.

Kinderhand

Dat de gevestigde orde terugvecht tegen politieke nieuwkomers is van alle tijden. Maar nu definiëren alle politici op één na zichzelf via ontkenning: 'ik ben niet Wilders'. De constante reductio at Wilderum ('dat zegt Wilders ook!', 'daarmee speel je Wilders in de kaart!') bevestigt voor boze kiezers juist dat Wilders een punt heeft. En hun spindokters hadden het nog zo gezegd: 'ga niet in het frame van Wilders zitten'. Tijd voor toevoeging van artikel 1b aan de wet van Godwin: elke politieke discussie in Nederland komt vanzelf bij Wilders uit.

Een overtuigend narratief voor de 21ste eeuw ontbreekt. Onze politici staan model voor een Nederland dat bang is van zichzelf, eigen waarden niet durft uit te dragen en panisch is voor kritiek van minderheden en uit het buitenland. Jesse Barack Trudeau the First bedient met een zelfverzonnen woord - 'economisme' - de nostalgie naar het progressieve gevoel en is meteen de held. Een kinderhand is gauw gevuld.

Coen de Jong is politicoloog en historicus. Deze maand is hij gastcolumnist van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.