Gastcolumn

Gastcolumn: 'Onbegrijpelijk dat wij de problemen met integratie niet hebben zien aankomen'

Hoe houden wij de boel bij elkaar? 'Met onderwijs zonder segregatie, waarbij leerlingen uit alle lagen van de bevolking en met verschillende achtergronden regelmatig met elkaar samenwerken', stelt gastcolumnist Annelien Jonkman.

Hans van Mierlo, Joop den Uyl en Dries van Agt bij de ontmoeting van de pers met het kabinet Van Agt II in Nieuwspoort, 1981. Foto anp

Op het Herbert Vissers College in Nieuw-Vennep, waar ik als wiskundedocent werk, beginnen wij vanaf komend schooljaar een schoolsysteem voor alle niveaus, dat zoveel mogelijk kansengelijkheid biedt en leerlingen opleidt tot zelfredzame mensen met zelfvertrouwen, doorzettingsvermogen en vooral saamhorigheidsgevoel. Gekweekt door elkaar echt te leren kennen. Dat werd hoog tijd.

In het vroegere provinciehuis in den Haag propten ambtenaren die op de tweede verdieping werkten wc-rollen in de wc-potten op de derde verdieping. Ze hadden ruzie met collega's van een etage hoger en wilden hen op die manier terugpakken. Het was 1979, ik was 18, en als koffiejuffrouw - mijn eerste uitzendbaantje als vroegtijdig schoolverlater - maakte ik heel wat mee. Bij ziekte van een collega werden wij door onze cheffin opgedragen de boel een beetje te laten sloffen, anders 'denken ze daar boven dat wij het ook wel blijvend met een man minder af kunnen'. In de keuken van een bejaardenhuis viel een Jehova's getuige op haar knieën, elke keer als de Hells Angel van de afwas stond te vloeken.

Bij een verhuisbedrijf bleek een weddenschap te lopen of de knappe Volendamse verhuizer mij het bed in zou krijgen. Alleen de baas had voorspeld dat een meisje als ik het in die tijd nog niet zou aanleggen met een man die 'zullie' zegt. Hoe aantrekkelijk hij ook was. In een blikjesfabriek kreeg kantoorpersoneel op een snikhete zomerdag koude cola aangedragen. Wij in de fabriekshal kregen niks. Bij een bank werd ik ontslagen, omdat ik de baas aansprak op de onaangename manier waarop hij zijn trainees uitfoeterde. Ik begreep niet dat de jongens daar zelf niets van zeiden. Maar in die tijd kreeg de baas nog geen kritiek. En al helemaal niet van de koffiejuffrouw.

Tijdens de lunchpauze luisterde ik naar de levens die mijn collega's leiden. Ze waren volslagen nieuw voor mij. Mijn vader was diplomaat en ik had een uiterst geprivilegieerd leven geleid. Dat ik vwo zou doen en ging studeren stond bij mijn geboorte al min of meer vast. Maar school was niks voor mij. Te directief, geen autonomie. In het plakboek dat mijn moeder van mijn jeugd heeft gemaakt, zit een proefwerk Engels uit 5-vwo. Bij de opdracht 'Vertaal onderstaande zinnen naar het Engels' had ik geantwoord 'that I had absolutely no intention of following that order'. Er had op z'n minst 'if you please' bij moeten staan. Einde school, op kamers en geld verdienen.

Hardop

Collega-koffiejuffrouwen en fabrieksmedewerkers vertelden dat zij door 'buitenlanders hun straat uit werden gepest'. Ze 'plassen in de portieken, gooien vuilniszakken over de balustrade en bevuilen expres mijn schone was die op het balkon hangt'. Als 'ik naar mijn werk ga, zitten de mannen werkloos op het balkon en als ik thuis kom, zitten ze er nog'.

Als wij in de pauze iets te lang bleven zitten, zei er altijd wel iemand: 'Opstaan jongens, anders word je bruin'. Daar werd dan hard om gelachen.

Ik begrijp niet dat wij de problemen met integratie en de grote onvrede van bepaalde bevolkingsgroepen niet hebben zien aankomen. Er werd 40 jaar geleden al hardop over gesproken. Er was blijkbaar onvoldoende contact tussen de verschillende lagen van de bevolking om echt te kunnen luisteren.

En dat is nog steeds zo. Ik zou - als ik 30 jaar jonger was - nu waarschijnlijk wel ingaan op de avances van een knappe man, hoe exotisch zijn grammatica ook is. En je mag je baas nu een lul noemen, politici zakkenvullers en vluchtelingen uitvreters. En niet alleen aan de kantinetafel, maar overal. Maar de loonkloof tussen de top en werknemers wordt steeds groter en leerlingen van het VMBO met een IQ van 80 die later in een zelf verdiende Mercedes willen rijden, krijgen geen zelfvertrouwen door vol te houden dat ze prachtkinderen uit een krachtwijk zijn. Goedbedoelde, maar ouderwets patriarchale discriminatie.

De koffiejuffrouw zal nu ook geloven dat Thierry Baudet haar ondanks zijn Leidse bek echt wel ziet staan, maar hele bevolkingsgroepen voelen zich buitengesloten. Of op z'n minst nog steeds niet serieus genomen. Hoe houden wij de boel bij elkaar? Met onderwijs zonder segregatie, waarbij leerlingen uit alle lagen van de bevolking en met verschillende achtergronden regelmatig met elkaar samenwerken en een grote mate van autonomie bijdraagt aan geloof in maakbaarheid. De wil om zoveel mogelijk te doen met je talent. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen. En het vertrouwen dat je dat ook kunt, wie je ook bent en waar je ook vandaan komt. Wij noemen het HVX en u zult er nog veel van horen.

Annelien Jonkman is docent Wiskunde. Deze maand is zij gastcolumnist van Volkskrant.nl.

Annelien Jonkman
Meer over