Weblog

Gastblog: weg met al die negatieve verhalen over slums, toch?

Sloppenwijken zijn tegenwoordig creatieve hotspots waar de nieuwste mode- en muziektrends vandaan komen. Of willen we dat vooral denken, vraagt Lonneke van Genugten, adjunct-hoofdredacteur van OneWorld, zich af.

Emoya hotel met namaak-slum-kamers, bij Bloemfontein in Zuid-Afrika Beeld Emoya

Op een oud olievat staat een gele spuitbus. Er zat ooit insectenverdelger in. Nu is het een lamp die brandt op kerosine. Een heer met designbril en een dame in zwarte draperieën bestuderen het object alsof het de formaldehydehaai van Damien Hirst is. De man leest voor uit de catalogus. Een groep Deense kunstliefhebbers omsingelt een ander olievat. Ze kijken niet naar de Mona Lisa, maar naar een muizenval van kippengaas.

Milaan
We zijn in het gerenommeerde Triennale Design Museum in Milaan, waar de tentoonstelling 'Made in slums' te zien is. Design uit de sloppenwijken van Nairobi. Ik bewonder een kippenvoersysteem (hetzelfde dat mijn Brabantse oma vroeger had), een gootsteenontstopper en een set kleerhangers van ijzerdraad op een stokje. Een Afrikaanse versie van het fietswiel op een krukje.

Afval hergebruiken, waar Europese designstudenten nu massaal op afstuderen? Doen slum-designers al jaren. Genoeg van grote logo's en miljoenen verslindende reclamecampagnes? Slum-designers laten zien dat je helemaal geen logo's nodig hebt.

(Tekst loopt door onder de foto)

Juma Ismail doet zijn oefeningen in een fitnesscentrum in de sloppenwijk Kibera, bij Nairobi, met 1 miljoen inwoners. Beeld reuters

Sloppenwijken zijn cool. Ze maken er coole auto's, zoals de Turtle 1. Zo cool dat-ie in een bomvol Paradiso gepresenteerd werd. Ze dragen er coole kleding. Zo cool dat de Franse Elle een editie wijdde aan de Congolese sappeurs. En ze hebben er coole, het liefst gehandicapte, muzikanten die spelen op zelfgemaakte instrumenten. Die we vervolgens ook weer in Paradiso kunnen zien.

Nog niet zo lang geleden waren sloppenwijken een no-go area voor westerlingen. Als student maakte ik een tour langs het oude huis van Nelson Mandela. Soweto was toen nog de beruchtste township van Zuid-Afrika. 'Never, never talk to the people', zei de gids. 'En steek je arm niet uit het busraampje.'

Slumbewoners zijn extra creatief
Vijftien jaar later moeten we juist wel met de mensen praten. Of met ze trommelen, of voetballen. En in hun huizen overnachten, die ze gastvrij voor ons openstellen. Als we dat toch te eng vinden, slapen we voor zestig euro in een fake-slum en kijken naar het Slum-journaal, dat bericht over sport, cultuur, trends en mode. Sloppenwijkbewoners zijn immers net gewone mensen. Maar dan wel extra creatief, inspirerend en hartverwarmend in hun saamhorigheid.

Een tuinman onderhoudt een kunstwerk in Kaapstad, de World Design Capital van 2014. Kaapstad wil laten zien dat een design hub een remedie tegen armoede kan zijn. Beeld epa

Waarom zijn wij zo gefascineerd door Afrikaanse sloppenwijken? 'Slums worden een soort Disneyland', zegt Siji Jabbar, blogger voor opiniesite This is Africa. 'Een vrolijk pretpark voor Europese ogen. In Kenia zelf zit niemand te wachten op Slum TV. Niemand vindt nieuws interessant puur en alleen omdat het uit de sloppenwijken komt.'

Wat zou het dan zijn? Is het een nostalgische hang naar folklore, naar de tijd dat we in de Jordaan nog dansten op de stoep en onze vaders leer looiden en manden vlochten?

Met het Volendammiseren van het sloppenleven temperen we vooral ons schuldgevoel. Door een romantisch beeld te scheppen van sloppenwijken als broedplaatsen van hits, trends en kledingstijlen verhullen we de rauwe realiteit.

De sloppenwijk is de stille ramp van de 21e eeuw. Volgens de VN leven wereldwijd bijna een miljard mensen in sloppenwijken. Dat aantal zal de komende dertig jaar verdubbelen. In Nairobi, toch niet de armste Afrikaanse stad, woont 60 procent van de bevolking in sloppenwijken als Mathare of Kibera. In Sierra Leone woont in totaal 87 procent van de stadsbewoners in een sloppenwijk.

De buurman hoor je plassen
Niet alleen hoor je er 's nachts je buurman tegen de schutting plassen en de gettoblaster van het zeecontainercafé op de hoek, het is er vies en ongezond. In Nairobi is het vliegend toilet een begrip: poep die je in een plastic zakje het dak van je huis op slingert. In Accra poepen de sloppenbewoners 's ochtends vroeg rijendik op het strand.

De cijfers bewijzen het: in een sloppenwijk word je minder oud dan in een dorp. Het begint al bij vaccineren: in Niger is 86 procent van de plattelandskinderen ingeënt, tegenover 35 procent van de sloppenkinderen. Kinderen in slums overlijden bovendien vaker aan diarree dan kinderen die op het platteland wonen.

En het leven is er nog duur ook. Slumbewoners in Oost-Afrika betalen zeven keer zoveel voor een liter water als de gemiddelde inwoner van de VS.

Ik stel daarom voor als zomeruitje: de diehard slum experience, compleet met de poeprij op het strand, een gettoblaster naast je bed en een euro voor elke halve liter water die je gebruikt. Wie is er bereid om daarvoor 60 euro te betalen?

Een meisje peddelt door het smerige water van de slum Makoko in de Nigeriaanse metropool Lagos. De bijnaam 'het Venetië van Afrika'is misplaatst: Makoko is een zeer ongezond oord.Logaos Beeld afp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden