Gastarbeider

Mohammed vindt Nederlanders aardige mensen. Daarom wil hij alles voor hen doen. Mij heeft hij een tapijt gegeven, dat nu in mijn Marokkaanse woonkamer ligt....

Greta Riemersma

Ik heb Mohammed ontmoet in een klein café in Melilla, de Spaanse enclave in het noordoosten van Marokko. Ik dronk daar een drankje en Mohammed sprak mij aan. ‘Jij komt zeker uit Nederland’, zei hij in vloeiend Nederlands. Dat kon ik niet ontkennen.

Hij vertelde dat hij in 1966 als gastarbeider in Eindhoven terechtkwam, waar hij aan de slag kon als schoonmaker. Het was winter en de temperatuur zakte naar een punt dat Mohammed onbekend was. Het was verschrikkelijk koud en in zijn huurkamertje was geen warm water. Mohammed wist niet hoe hij zijn kleren nu moest wassen. Zijn sokken begonnen te stinken.

Toen hij op een dag thuiskwam, trof hij voor zijn bed nieuwe sokken aan, en pantoffels bovendien. Die had zijn hospita voor hem gekocht. Mohammed kon wel huilen. Dat iemand zoiets voor hem deed. En het was nog niet alles, want de hospita kookte daarna dagelijks water voor hem. ‘Zo aardig’, zegt hij in dat café in Melilla. ‘Ik heb dat nooit meer uit mijn hoofd gekregen.’

Mohammed bleef tot 1981, waarna hij terugging naar Marokko. Hij verdroeg het Nederlandse klimaat niet meer en hij wilde bij de vrouw zijn met wie hij intussen in Marokko was getrouwd. Hij kocht van zijn gespaarde centen een boerderij vlak bij Nador, in het noordoosten van Marokko. Hier werd hij gelukkig.

Tot op de dag van vandaag melkt hij er koeien, hij verbouwt er olijven en groente, hij houdt er bijen en doet er nog zo wat. Hij heeft uitzicht op de Middellandse Zee en in de verste verte geen buren in de buurt. Deze stilte is waar Mohammed van houdt. Hier is zijn thuis.

Maar de pantoffels, de sokken en het warme water kan hij nog steeds niet vergeten. Daarom doet hij alles voor Nederlanders die in Marokko op zijn weg komen. In Nador betaalde hij een hotel voor een Nederlander die werd bestolen en geen geld meer had. In Marrakech nam hij de volledige drankconsumptie van een groep Nederlandse toeristen voor zijn rekening.

Af en toe gaat Mohammed naar het Spaanse Melilla, dat vlak bij Nador ligt. Hier drinkt hij een biertje in een café en zuigt hij de losse sfeer in zich op, zodat hij Nederland nog een beetje kan ruiken. Hij wil niet terug, hij heeft nergens spijt van, hij houdt van zijn vrouw en van zijn boerderij.

Maar zodra hij Nederlanders ziet

Daarom moet ik de volgende dag op zijn boerderij langskomen. De auto zakt bijna door als ik weer wegrijd, want niet alleen heb ik nu een tapijt in de kofferbak, ook een drieliterfles olijfolie, een pot honing, diverse soorten peulvruchten voor een hele week en een stuk of wat meloenen. ‘Nederlanders zijn zulke aardige mensen’, zegt Mohammed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden