Gastarbeiders in Bagdad malen niet om explosies

De komst van gastarbeiders naar Bagdad toont aan dat het leven er langzaam beter wordt. Ze doen werk dat veel Irakezen niet lang willen doen. ‘Ik vind het leuk om hier te werken.’

Ze zeggen dat ze ook de mogelijkheid hadden om naar Dubai, Saoedi-Arabië of zelfs Europa te gaan. Maar Bagdad is in toenemende mate de keus van een groeiend aantal gastarbeiders. Het is een verassend beeld in een stad waar het, tot voor kort, onwaarschijnlijk was dat ze lang genoeg in leven zouden blijven om een looncheque te innen.

‘Soms hoor ik de explosies, maar het kan mij niets schelen’, zegt Zahandwir Aloui (25), een ober die zijn vrouw en twee kinderen heeft achtergelaten in Bangladesh. ‘Ik vind het leuk om hier te werken.’

Aloui werkt in een chique restaurant, een van de restaurants, hotels en appartementencomplexen waar de kans groot is dat de koks, obers, schoonmakers en conciërges afkomstig zijn uit India, Oeganda, Bangladesh, Nepal en Ethiopië. Dit zijn echter geen contractors in dienst van Amerikaanse bedrijven als KBR of Halliburton, geworven om te werken in militaire kantines, maar mannen en vrouwen die werken voor Iraakse bedrijven die anders Irakezen zouden hebben aangenomen.

Hoewel hun aantal nog klein is, is het opnieuw een teken dat de hoofdstad mogelijk op het punt staat terug te keren naar een mate van normaliteit. Ondanks een werkloosheid van 40 procent is het arbeidsprobleem hier niet veel anders dan in andere landen: hoewel Irakezen beter worden betaald dan buitenlanders, is het volgens werkgevers onmogelijk om Irakezen in lagere functies langer vast te houden dan een paar weken.

‘Er is werk dat Irakezen niet zullen doen, zelfs als ze geen baan hebben’, aldus Basil Radhi (54), wiens familie een restaurant heeft.

Sinds de Amerikaanse invasie van 2003 hebben slechts weinig buitenlanders zich buiten de zwaar beveiligde Groene Zone begeven. Buitenlanders waren het doelwit van soennitische en sjiitische milities die ontvoeringen en executies uitvoerden. Hoewel Bagdad nu veiliger is, gaan veel gastarbeiders toch niet ver weg van hun werkplek. Aloui, die het dubbele verdient vergeleken met Bangladesh, woont in een hotel naast het restaurant. Hij zegt dat hij nauwelijks iets weet of heeft gezien van Bagdad, behalve dan wat hij heeft gezien in de tientallen stappen tussen het restaurant en het hotel. Hij is geadviseerd niet in zijn eentje over straat te lopen. Hoewel hij 15 uur per dag werkt, zes dagen in de week, verdienen de Iraakse obers in het restaurant het dubbele van zijn maandsalaris van 250 dollar. Ook al werken ze veel minder.

Hussein Qaduri (28) heeft in zijn restaurant 45 mensen in dienst, van wie er 5 uit Bangladesh komen. ‘Ik betaal hun hotel, hun kapper en hun medische behandelingen’, zegt Qaduri, wiens vorige restaurant in 2004 werd opgeblazen.

In vijf maanden heeft Radhi honderden Iraakse obers, afwassers, schoonmakers en koks versleten. Hij heeft genoeg van de Iraakse arbeidsethos en hij is bezig meer buitenlanders aan te nemen. Maar volgens een woordvoerder van het ministerie van Arbeid handelen werkgevers in strijd met de wet.

Uitzendbureaus vragen toeristenvisa aan voor hun buitenlandse werknemers, maar met zo’n visum mag je niet werken. ‘De mensen die hen aannemen, maken misbruik van ze door ze lage lonen te betalen’, aldus de woordvoerder.

Bilal Hadi, mede-eigenaar van Watania Company, dat arbeidskrachten naar Irak haalt, zegt dat zijn bedrijf zeker één keer in de maand contact opneemt met de buitenlandse werknemers om te kijken of ze goed worden behandeld en niet worden uitgebuit.

In een maand heeft Hadi vierhonderd arbeidskrachten naar Irak gehaald. Nu zoekt hij Europeanen – Russen, Oekraïners en Georgiërs in het bijzonder – die voor 350 euro per maand willen werken als serveersters en huishoudhulp.

Onder de gastarbeiders die recent naar Bagdad zijn gekomen, is een groep van zes bakkers uit Rajshahi in Bangladesh. Ze wonen in een betonnen bunker op een dak bij de bakkerij. Mohammed Ayub Hussein (37) zegt dat hij een tijdje wil blijven in Bagdad, ondanks de krappe behuizing. ‘Ik wil hier vier tot vijf jaar werken om wat geld te verdienen’, zegt hij. Als hem wordt gevraagd wat hij doet als hij niet ’s nachts aan het werk is, zegt Hussein: ‘Ik ben hier gekomen om te werken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden