AnalyseAmbities Turkije in de regio

Gasoorlog rond de Middellandse Zee: Turkije probeert wereldmacht te worden op energiemarkt

Omgeven door Turkse marineschepen vaart het Turkse onderzoeksschip Oruc Reis ten westen van ­Antalya in de Middellandse Zee, op 10 augustus.Beeld AP

Met een uitgekiende strategie probeert Turkije een sleutelrol te verwerven in het mondiale transport van gas. Daarmee kan het zijn positie op het wereldtoneel enorm versterken. Zeer tegen de zin van buurlanden in. Escalatie dreigt: ‘Dit is spelen met vuur.’

Spierballenvertoon op de Middellandse Zee. Griekenland houdt ­marine-oefeningen: niet om te oefenen, maar om de Turkse president ­Recep Tayyip ­Erdogan te laten inbinden. De Turken sturen oorlogsschepen mee met een boorschip op zoek naar gas in wateren die door Athene worden geclaimd. Het gaat hun niet om een simpel gasveld, de gedroomde toekomst van Turkije als regionale grootmacht staat op het spel.

‘Een vonkje, hoe klein ook, kan leiden tot een ramp’, waarschuwde de Duitse minister van Buitenlandse ­Zaken Heiko Maas, op pad als bemiddelaar, vorige week. De EU gaat eind september praten over mogelijke sancties tegen Ankara. Inmiddels is ook de Turkse marine begonnen aan een twee weken durende oefening in de Middellandse Zee.

Het conflict is alleen te begrijpen met de wetenschap dat energiebeleid een essentieel onderdeel vormt – misschien wel het belangrijkste – van Turkijes internationale politiek. Turkije wil een energieknooppunt worden, een ‘hub’ voor de doorvoer van vooral gas (olie is minder belangrijk). De recente gasvondst in de Zwarte Zee is daarvoor een geweldige impuls.

Turkije vormt ‘de brug tussen Oost en West’, wil het cliché, maar de werkelijkheid is complexer en voor Turkije eigenlijk nog lucratiever. Het land vormt het geografisch knooppunt tussen Europa, Rusland, de Kaukasus, de Arabische wereld, Iran en Centraal-Azië. Europa is grootafnemer van energie, de andere landen zijn leveranciers. Turkije ligt vlak bij 77 procent van ’s werelds gasreserves en 73 procent van de oliereserves.

De eigentijdse variant van de 19de-eeuwse Great Game, wordt het geo­politieke spel rond gas en olie genoemd, met niet spoorwegen maar pijpleidingen als middel om invloed uit te oefenen. Erdogan is bedreven in dit spel.

Gasvondsten

Al twee decennia fungeert Turkije als transitland van gas. De laatste paar jaar is dat proces in een versnelling gekomen. Door de vondst van grote gasvoorraden in de oostelijke Middellandse Zee groeide in Ankara het besef dat een agressief energiebeleid nodig is. Het aantreden van Berat Albayrak, Erdogans schoonzoon, als minister van Energie en later Financiën speelde een rol. De groeiende behoefte van de productielanden aan transitlijnen naar Europa deed de rest.

In 2018 werd de Tanap-pijplijn, die loopt vanaf Azerbeidzjan, in gebruik genomen. Januari dit jaar werd de pijplijn Turk Stream, vanuit Rusland, geïnaugureerd door Erdogan en collega Vladimir Poetin. De Blue Stream, ook met Russisch gas, was al in dienst sinds 2005.

De afgelopen twee jaar nam Turkije drie boorschepen en twee seismische vaartuigen in gebruik om de gasrijkdom in de omringende zeebodems te kunnen exploreren. In de Middellandse Zee, het ‘Blauwe Vaderland’, heeft deze vloot tot nu vooral gedonder met de Griekse buren veroorzaakt, maar in de Zwarte Zee was het vorige maand raak: 320 miljard kubieke meter gas.

Het is de grote wens van Turkije de spil te worden in een energieweb dat Europa, Rusland, het Midden-Oosten en Centraal-Azië omvat. ‘Een grote gas­rotonde’, zegt Aad Correljé, energiedeskundige van TU Delft. ‘Dat wordt alleen maar versterkt als je ook eigen gas hebt. Vandaar dat de Middellandse Zee en de Zwarte Zee zo belangrijk zijn.’

Gasvondsten spekken de schatkist en verminderen de afhankelijkheid van gasimport uit andere landen. Op het moment koopt Turkije 98 procent van zijn gas en olie in het buitenland – het gas vooral in Rusland (eenderde), Azerbeidzjan, Iran en Algerije.

Boorplatform in de wateren bij de Cy­prioti­sche kustplaats Limassol.Beeld AP

Geopolitieke strategie

Maar er is meer dan dat. ‘Met eigen gas sta je sterker in onderhandelingen’, zegt Correljé. Dat betreft de aanvoer en prijs van gas, maar ook heel andere – politieke – zaken.

Zo heeft Moskou de afgelopen jaren onmiskenbaar de Turkse afhankelijkheid van Russisch gas gebruikt om het buitenlands beleid van Ankara te beïnvloeden, of dat nu Syrië betrof of de relaties met het Westen. Over de annexatie van de Krim en de oorlog in Oekraïne zweeg Turkije angstvallig.

Bovendien werkt de afhankelijkheid twee kanten op. Turkije is niet alleen afhankelijk van buurlanden voor de aanvoer van gas, die andere staten zijn ook afhankelijk van Turkije voor een gestroomlijnde export van hun gas naar Europa. Met een eigen gasbel in de Zwarte Zee zal Turkije beter in staat zijn de import van energie te diversifiëren.

Turkije was toch al bezig de eenzijdige focus op Russisch gas te verminderen. Door nauwe samenwerking met Azerbeidzjan en door import van (Amerikaans) lpg heeft Turkije het aandeel van Rusland in zijn gasimport teruggebracht van de helft naar eenderde. Dat was hard nodig, ook al omdat de Russen Turkijes enige kerncentrale bouwen, in Akkuyu in het zuiden van het land.

Dit alles speelt zich af in een voor Turkije turbulente internationale omgeving. In alle conflicten moet de Turkse regering jongleren met tegenstrijdige belangen. Een Navo-lid dat zijn luchtafweersysteem koopt in Moskou? Zoiets kan alleen Erdogan. Hij is een meester in het ‘compartimentaliseren’ van kwesties: elk probleem heeft genoeg aan zichzelf.

Wat hem daarbij voor ogen staat: een welvarend en krachtig Turkije, een natie die op het wereldtoneel een prominente rol speelt. Nu de president zijn binnenlandse agenda voor een flink deel heeft uitgevoerd, richt hij zich op zijn internationale statuur.

Schaakgrootmeester

‘Je kunt stellen dat Turkije een stap dichter bij Erdogans visie is gekomen: een groots en machtig land’, schreef Burhanettin Duran, een adviseur van de president, na de gasvondst in de krant Daily Sabah. ‘Als schaakgrootmeester in de ­wereldpolitiek weet de president maar al te goed dat landen die afhankelijk zijn van buitenlandse energie veel moeilijker internationale spanningen kunnen beheersen en financiële turbulentie weerstaan.’

Een jaar of tien geleden had de AKP-leider nog een iets ander vergezicht. Hij zag Turkije als de leidende natie van de soennitische moslimwereld. De opstanden van de Arabische Lente kwamen daarin goed van pas. Architect van deze politiek was minister van Buitenlandse Zaken (later premier) Ahmet Davutoglu. Hem stond een beleid van ‘nul problemen’ met de buurlanden voor ogen.

Het is allemaal anders gelopen. Met een reeks Arabische landen zijn de verhoudingen verzuurd en aan de Arabische malaise valt weinig eer te behalen. De ‘nul problemen’ zijn een gotspe in het licht van wat nadien is gebeurd. Davutoglu heeft de AKP verlaten.

‘Die soennitische leidersrol is iets van gisteren’, zegt Özgür Ünlühisarcikli, ­directeur van het German Marshall Fund in Ankara. ‘Turkije heeft sindsdien zijn ambities bijgesteld.’

Het buitenlands beleid is volgens hem nu vooral ‘transactioneel’, gericht op het met andere staten beklinken van concrete voordelen. Voor zover van een ‘grand strategy’ sprake is, is dat het gestaag voortbouwen aan Turkijes positie in de wereld. Energie is daarbij zowel middel als doel, militaire macht een instrument.

‘De trend in het Turks buitenlands beleid is dat het gebruik van militair geweld niet wordt uitgesloten’, zegt Ünlühisarcikli. ‘Coercive diplomacy’ (dwingende diplomatie), noemt hij dat. ‘Zoals Theodore Roosevelt zei: speak softly, but carry a big stick.’

Het risico is dat Ankara met zoveel assertiviteit grieven creëert. ‘Turkije moet niet het slachtoffer worden van zijn eigen succes’, zegt Ünlühisarcikli. ‘Dan gaat iedereen samenwerken tegen Turkije.’ Ook heeft het gebruik van gas als pressiemiddel een keerzijde. Het kan de reputatie van Turkije als betrouwbaar en stabiel transitland op het spel zetten.

Voor de betrekkingen met één moeizame buur kan Turkijes verhoopte knooppuntrol goed uitpakken: de Europese Unie. Ook de EU worstelt met haar afhankelijkheid van Russisch gas, Duitsland nog het meest. Als Turkije de balans kan helpen herstellen, zou dat het Europees gemoed verlichten. Zouden bondskanselier Merkel en minister Maas mede daarom zo hun best doen het conflict in de Middellandse Zee te sussen?

Het buitenlands beleid van Turkije: van vriend tot vijand

Libië. Turkije schoot de Libische regering te hulp met wapens, drones en militaire adviseurs. Daardoor keerden de kansen in de burgeroorlog. De troepen van kolonel Haftar, die Tripoli dreigden in te nemen, werden teruggedreven. Gas en olie spelen een rol bij de interventie. Haftar wordt gesteund door Rusland, Frankrijk en de Emiraten (VAE).

Egypte. Egypte dreigt zijn leger naar Libië te sturen als Haftar verder wordt teruggedrongen. Turkije en Egypte komen dan rechtstreeks tegenover elkaar te staan. Ook verwijt Ankara Egypte met Griekenland onderling de Middellandse Zee te hebben verdeeld. Verder is Turkije nooit blij geweest met de machtsovername van president Al-Sisi.

Syrië. Turkije mengt zich in de Syrische burgeroorlog, ook met troepen. Ankara is tegen het door Moskou gesteunde Assad-regime. Maar met de Russen wordt samengewerkt aan een oplossing in Idlib, het laatste rebellenbolwerk. In het noordoosten bezet Turkije een grensstrook om de Koerdische milities te weren. Turken en Russen samen controleren de strook.

Middellandse Zee. Turkije heeft hier aloude territoriale geschillen met Griekenland. Door de vondst van gas en olie in de zeebodem staat de kwestie op scherp. Een militair conflict is mogelijk.

Cyprus. De Republiek Cyprus, sinds 2004 EU-lid, wordt niet erkend door Turkije. In 1974 bezette Turkije het noorden van het eiland, de zelfverklaarde Turkse Republiek Noord-Cyprus. Het geschil speelt ook op zee: Turkije erkent de aanspraak van Cyprus op een eigen economische zeezone niet.

Europa. Turkije is economisch nauw verbonden met Europa, zit samen met Europese landen in de Navo en is kandidaat-lid van de EU. Maar die formele banden verhullen een waaier aan problemen en wederzijdse ergernissen. Zo spitst langs de grens met Europa de vluchtelingencrisis zich toe. Turkije dreigde de ‘poort te openen’ en de EU te overspoelen met vluchtelingen. Europa laat Turkije de last van de oorlog in Syrië alleen dragen, is het verwijt.

Noord-Irak. Turkijes banden met de Koerdische regio in Irak (KRG) zijn goed, maar niet rimpelloos. Turkije bombardeert regelmatig kampen van de PKK in Noord-Irak. Af en toe trekt het Turkse leger binnen, tot ergernis van zowel de KRG als de Iraakse regering.

Emiraten. Met de Arabische Golfstaten (behalve Qatar) heeft Turkije kille banden. Met name de Verenigde Arabische Emiraten trekken de Turkse bliksem aan. De VAE zijn de voornaamste tegenstander van Turkije in de regio geworden, vooral door hun steun aan kolonel Haftar in Libië. Ook de erkenning van Israël door de VAE viel in Ankara slecht.

Rusland. Met Rusland heeft Turkije een complexe relatie, een soms onbegrijpelijke mix van coöperatie en conflict. In diverse conflicten (Syrië, Libië) steunen de landen tegengestelde kampen. Als Navo-lid is Turkije de militaire opponent van Moskou, maar Erdogan kocht doodleuk het Russische luchtafweersysteem S-400, in plaats van de Amerikaanse Patriot. Hij gebruikt soms zijn relatie met Poetin om zich af te zetten tegen het Westen, en omgekeerd gebruikt Poetin Erdogan om de Navo te verdelen.

Verenigde Staten. Een spiegelbeeld hiervan is de relatie met de VS. Er zijn vele irritaties, zoals over de S-400, maar de politieke zwaartekracht trekt Turkije uiteindelijk altijd weer terug in het Atlantische kamp. Hoewel de presidenten het vaak uitstekend kunnen vinden, gaat Trumps grilligheid soms zelfs de gewiekste Erdogan boven de pet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden