Gaslicht voor Vincent

De Maastrichtse hoogleraar Jan Minckelers was in 1781 een van de ontdekkers van het 'lichtgas', een mengsel van waterstof en koolmonoxide dat ontstaat door fijngestampte steenkool met weinig lucht te verhitten....

Het gaslicht bracht extra werkuren. Zo schreef Vincent van Gogh in 1888 zijn broer Theo enthousiast over het net aangelegde gaslicht in zijn atelier in Arles, Frankrijk. Vincent hoopte op hogere inkomsten nu hij ook 's avonds kon schilderen.

In het begin hadden alleen grote bedrijven gaslicht omdat het bouwen van een gasfabriek duur was. Bovendien was het publiek bang voor gaslicht door de vele gasexplosies. En toch al bedompte ruimtes werden nog heter en arm aan zuurstof door de gasverbranding.

Wel waren gaslampen minder brandgevaarlijk dan olielampen. Bovendien gaven ze meer licht, zeker toen in 1893 de gasgloeilamp uitgevonden werd. Een in chemische oplossing gedompeld kousje zorgde voor ongekend helder, wit licht.

Het Duitse mijnstadje Freiburg was in 1811 de eerste met een straat die met gaslantaarns werd verlicht. Londen, Parijs en Berlijn volgden snel. De Amsterdamse binnenstad werd pas in 1849 geheel verlicht met gaslampen. De Amsterdammers waren zo tevreden over hun sfeervolle olielantaarns, dat ze pas laat op gaslicht over wilden.

Volgens de politie zou het wonderlijk heldere gaslicht de nachtelijke straten veiliger maken. Burgers dachten juist dat het licht het de boeven wel érg gemakkelijk zou maken hun inbraken te plegen. Bovendien trokken de verlichte straten dronkelappen en prostituees aan, klaagde de burgerij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden