Gapende kloof tussen wetenschap en onderwijs

De kloof tussen wetenschap en het klaslokaal is enorm, zo bleek tijdens de Onderwijs Research Dagen (ORD) in Maastricht.

© THINKSTOCK

Het wetenschappelijk onderzoek in, naar en rond ons onderwijs kent geen grenzen. Honderden onderzoeken worden tegelijk gedaan naar alle leerfacetten. Hiervan bereikt nagenoeg niets de dagelijkse praktijk.

De ORD is de jaarlijkse hoogmis voor het onderwijsonderzoek. Tijdens chique diners op Limburgse kastelen en borrels in omgebouwde kerken wordt de jaarlijkse onderzoeksvoortgang besproken.

Opsomming

Het programma van de ORD geeft een ongelooflijke opsomming van het onderzoek in het onderwijs. In de gebouwen van de faculteit van de School of Business konden 17 sessies tegelijkertijd worden gehouden. Op woensdag vonden twee keer 17 sessies plaats. Op donderdag zelfs vier keer 17 en op vrijdag nog eens twee keer 17. Samen met een paar plenaire presentaties werden er dus ruim honderd onderzoeken gepresenteerd. Honderd onderwijsonderzoeken.

Van dit programma werd ik een beetje neerslachtig. Honderd onderzoeken en niet één haalt mijn klaslokaal. Althans, er is geen efficiënt mechanisme dat mij informeert over de vruchten van de wetenschap waar ik mijn voordeel mee zou kunnen doen. Wanneer je zo tussen de wetenschappers rond loopt, dan krijg je ook het gevoel dat veel van hen ook helemaal niets te maken willen hebben met ' echt' onderwijs. Zolang zij maar data krijgen, kan het hen niet verrekken welk onderwerp ze nader bestuderen. Apen in Congo, of leerlingen in Almere, onderzoek is onderzoek.

Aandacht
Ik was zelf in Maastricht als referent bij drie onderzoeken van respectievelijk de Onderwijsraad (eentje) en het Centraal Planbureau (twee stuks). Deze onderzoeken waren atypisch aangezien ze vooral onderwijsbeleid als onderwerp hadden. Zowel de Onderwijsraad als het Centraal Planbureau vragen meer aandacht voor excellentie. Goede docenten produceren goede leerlingen en dat kan Nederland weer goed gebruiken.

Tijdens de andere sessies stond echter de 'harde wetenschap' centraal. Hoewel, hard? Wat te denken van een onderzoek met de titel 'Het meten van studentpercepties in competentiegericht beroepsonderwijs'. Ik krijg spontaan jeuk van dit soort zinnen.

Flauwe reactie
Hilarisch is natuurlijk de presentaties van twee docenten van Hogeschool InHolland over hoe het voortgezet onderwijs bestuurd zou moeten worden: 'Governance in het voortgezet onderwijs: Onderzoek naar de implementatie van de code Goed Onderwijsbestuur in het voortgezet onderwijs. Laat deze docenten vooral onderzoeken of InHolland 'Goed Onderwijsbestuur' kent, is een flauwe reactie.

Rondlopend tussen de wetenschappers viel mij echter zoals gezegd vooral de gapende kloof op tussen de vele onderzoeken en de dagelijkse onderwijspraktijk. Er sijpelt nagenoeg niets door van alle wetenschappelijke inspanningen in de lespraktijk, zo durf ik na drie jaar wel te zeggen. Docenten houden, als het goed is, hun vakgebied bij. Ik ben een econoom en ik lees dus economische literatuur. De vele inzichten uit het onderwijsonderzoek, bereiken mij niet. Misschien dat een onderzoek soms doordringt tot een vakblad voor economiedocenten, maar dan hebben we het wel gehad.

Afgewezen

Er zijn wel initiatieven om de kloof te dichten. Een persoonlijk initiatief is net gesneuveld. Ik deed een poging om een promotiebeurs voor docenten te bemachtigen. Ik wilde aan de slag met de onderpresterende jongens in het onderwijs, maar mijn voorstel is afgewezen door een commissie van de NWO (Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek). 131 andere voorstellen mogen wel een gooi doen naar circa 35 promotiebeurzen voor docenten. Ondanks mijn afwijzing, zijn deze promotiebeurzen natuurlijk een manier om wetenschap en de lespraktijk dichter bij elkaar te brengen.

Mijn school is doende zich te vormen tot een 'academische onderzoeksschool'. Het ministerie van Onderwijs verstrekt subsidies om onderzoek te stimuleren op middelbare scholen. Een relatie met een universiteit is inbegrepen. Ook hiermee wordt de kloof gedicht.

Onbesproken
De grote gemene vraag blijft zo echter onbesproken. Heeft het onderwijs is Nederland wel behoefte aan zo veel onderzoek? Wie is eigenlijk de consument van alle studies? Ik heb sterk de indruk dat slechts een klein deel van de honderd ORD-onderzoeken de onwetenschappelijke vraag naar 'het nut' zouden overleven.

Bij toegepaste wetenschap, zoals Onderwijsresearch, vind ik het de plicht van de onderzoekers om de bruikbaarheid van de bevindingen kenbaar te maken. Wanneer dit niet lukt, dan is het misschien tijd om de stekker uit een onderzoeksgroep te trekken.

Het zou helpen wanneer onderzoeker en docent elkaars taal beter leren spreken. Niets is voor een docent zo irritant als een onderzoeker die even komt uitleggen hoe hij moet lesgeven. Vooral wanneer meteen duidelijk is dat de onderzoeker zelf een havoklas niet zou overleven, komen inzichten moeilijk over.

Tevreden
Ter verdediging van de wetenschap, is het tegelijkertijd ook opvallend hoe weinig belangstelling er is vanuit het docentenkorps voor nieuwe wetenschappelijke inzichten. De meeste ervaren docenten zijn tevreden met hun functioneren en de prestaties van hun leerlingen. Een wetenschappelijk inzicht hier of daar, verandert daar niet aan. Met wetenschap hebben veel docenten niet zo veel op.

De ORD 2011 is zelf ook een bewijs van de kloof. De dagen met de vele onderzoeken worden georganiseerd voor wetenschappers, niet voor docenten. Leerkrachten zouden ook nooit massaal vrij krijgen voor een driedaags congres.

Dus draait de wetenschap rondjes achter de eigen staart en trekt de docent zich terug in het klaslokaal. Een dagje rondlopen op de ORD 2011 stemt mij somber. Er gaapt een enorme kloof tussen wetenschap en lespraktijk, die ik niet snel kleiner zie worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.