Gans kán leren waar hij mag komen

Hoe zit het met het ‘lerend vermogen’ van de rotgans, grauwe gans en smient? Begrijpen deze vogels, die graag in Nederland overwinteren en zeker bij dit weer, dat ze welkom zijn in foerageergebieden maar dat elders de boer ze kan schieten vanwege schade aan gras en ander gewas?...

Van onze verslaggever Marcel van Lieshout

In Noord-Holland heeft een uitspraak van de bestuursrechter in Haarlem ertoe geleid dat juist niet meer geschoten mag worden op gans of smient. Afschot is in strijd met de Flora- en faunawet, vindt de rechter. Maar de provincie Noord-Holland, verantwoordelijk voor het verlenen van afschotontheffingen, ziet dat anders en stapt naar de Raad van State.

Het zogeheten ‘lerend vermogen’ van ganzen en smienten is vastgelegd in het beleidskader Faunabeheer van het ministerie van Landbouw. Dat bepaalt dat faunabeheerders erop toe moeten zien dat de vogels zo veel mogelijk naar foerageergebieden gaan. In Noord-Holland zijn dat er drie: de polder Zeevang, Waterland-Oost en een gebied in de Vechtstreek, samen 5700 hectare groot.

‘Wij voeren de regels van het ministerie uit’, zegt secretaris Piet van Houten van Faunabeheer Noord-Holland in reactie op het rechterlijk vonnis dat nu wordt aangevochten. ‘We mogen ze verjagen, met ondersteunend afschot. Als je niet meer mag schieten, wordt het lerend vermogen juist aangetast. Dan kun je wel draden spannen en vlaggetjes ophangen en zo, maar als je geen stok achter de deur hebt, denkt die vogel op den duur: precies waar die draden en vlaggetjes zijn, daar moet ik wezen.’

Ganzen en smienten zijn de winterse ergernis van de boeren. Juist nu dankzij het zachte weer de grasgroei een spurt neemt, wanen de vogels zich in luilekkerland, zegt Van Houten. Elke dag als hij van zijn werkplaats Haarlem naar huis in Alkmaar rijdt, ziet hij de graslanden langs de A9 kaler en kaler worden. Wintergranen zijn ook geliefd bij de vogels, en anders wel de krokussen, weet Van Houten.

Landelijk bezien bedraagt de door ganzen en smienten aangerichte landbouwschade enkele miljoenen euro’s, blijkt uit cijfers van het Faunafonds. Taxateurs van dat fonds bepalen of boeren in aanmerking komen voor een vergoeding. Andersom ontvangen boeren in foerageergebieden ook weer een tegemoetkoming.

Dat de provincie nu het afschotverbod aanvecht, wekt de woede van de stichting Faunabescherming. Het is die organisatie die naar de rechter stapte. ‘Wat het wrang maakt, is dat het uitgerekend een gedeputeerde van GroenLinks is die kennelijk de jagers een plezier wil doen’, foetert secretaris Pauline de Jong van Faunabescherming.

Die gedeputeerde, Albert Moens, vindt het onzinnig dat er in Noord-Holland niet aan populatiebeheer kan worden gedaan. De overlast door ganzen en smienten neemt met de jaren toe, zegt hij. In de waterrijke provincie, met veel grasland en bollenteelt, is het een niet te onderschatten probleem.

Moens weerspreekt dat hij het afschieten van ganzen en smienten aanmoedigt. ‘Maar boeren zitten met aantoonbare schade en niemand helpt ze. Dat vind ik onrechtvaardig. Dat ik nu, vooruitlopend op een uitspraak van de Raad van State, beperkt afschot mogelijk wil maken, is misschien een beetje stout. ’

Volgens recente cijfers van Faunabeheer Noord-Holland zijn in de laatste twee maanden van het vorig jaar 2476 smienten doodgeschoten en 2178 ganzen. Op een ‘piekpopulatie’ van 225 duizend smienten en 150 duizend ganzen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden