Gans graast de toendra weg

Het aantal ganzen in het Arctisch gebied neemt sterk toe. In Canada worden ze inmiddels afgeschoten, op Spitsbergen gaan Nederlandse wetenschappers onderzoek doen naar brandganzen....

Sneeuwganzen schieten in Canada is de ultieme droom van de plezierjager. De afgelopen vijf jaar zijn van de populatie van vier miljoen dieren er bijna één miljoen afgeschoten, in een enorme jachtcampagne die gesteund wordt door de Amerikaanse overheid en waar slechts een enkele natuurbeschermer bezwaar tegen maakt.

De ganzenjacht moet namelijk de toendra in Noord-Canada redden. Overbegrazing door de sterk toegenomen ganzenpopulatie in dit waardevolle ecosysteem ten oosten van de Hudsonbaai, heeft de afgelopen jaren geleid tot een vorm van verwoestijning. Op verschillende plaatsen resteert een leeggegeten moddervlakte waar geen nieuwe vegetatie meer wil groeien.

Canada, zegt de bioloog dr. Maarten Loonen van het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen, is het schrikbeeld van de kwetsbaarheid van de Arctische toendra's en de schade die broedende ganzen daar kunnen veroorzaken. En misschien beperkt zich dat probleem niet tot Noord-Amerika. Ook in Europa, met name in Nederland, is de populatie van de dieren de laatste decennia spectaculair gegroeid. Dat geldt ook voor Siberië, Nova Zembla en Spitsbergen, waar ze 's zomers broeden en vreten.

Al sinds de jaren zeventig doet de Groningse universiteit onderzoek op Spitsbergen naar de ecologische gevolgen van brandganzen. Bioloog Loonen is daar sinds zijn promotieonderzoek in 1990 bij betrokken. Aanstaande zomer maakt het onderzoek deel uit van een bijzonder Europees programma, waaraan dertien instituten uit Nederland, België, Denemarken, Engeland, Noorwegen en Frankrijk deelnemen. Van het onderzoeksbudget van drie miljoen heeft het Arctisch Centrum 350 duizend euro toegewezen gekregen.

Doel is de kwetsbaarheid van het Arctische ganzenhabitat te bestuderen, met name de effecten van landgebruik, beschermingsmaatregelen en de opwarming van de aarde. De combinatie van deze drie factoren veroorzaakt de groei van de ganzenpopulatie op het noordelijke halfrond. In Nederland, bijvoorbeeld, is het aantal overwinterende brandganzen toegenomen van vijftigduizend in 1975 tot bijna tweehonderdduizend nu.

Oorzaken zijn het ruime voedselaanbod op de steeds rijker bemeste graslanden, en de wettelijke bescherming die de plezierjager als natuurlijke vijand heeft uitgeschakeld. In zijn onderzoeksgebied Spitsbergen, zegt de bioloog, leek in 1990 het maximale aantal broedende brandganzen te zijn behaald. 'Maar ze hebben ons voor de gek gehouden, want steeds weer bleek het mogelijk om nieuwe gebiedjes te koloniseren. In 1943 waren er vierhonderd brandganzen op Spitsbergen, dertien jaar geleden vijftienduizend en nu al 25 duizend.'

Voor het Europese onderzoek gaat Loonen vaststellen hoe de brandganzen daar reageren op 'uitputting van de vegetatie' - het gebrek aan voedsel dus. Met een wilde populatie brandganzen is zo'n onderzoek niet te doen; die vliegen weg wanneer ze honger krijgen. Daarom zullen Loonen en zijn collega drs. Richard Ubels een populatie tamme ganzen om zich heen verzamelen.

De dieren worden in een afgesloten ren gedwongen tot overbegrazing, waarbij de effecten op hun dieet en de vertering van het voedsel worden gemeten. Aldus moet de maximaal aanvaardbare hoeveelheid ganzen per hectare worden vastgesteld: het aantal waarbij het omslagpunt naar onherstelbare ecologische schade nét niet wordt bereikt.

Dat brandganzen juist op Spitsbergen broeden, lijkt vreemd. Op dat eiland duizend kilometer boven de Noordkaap lijkt vrijwel niets te groeien. Maar dat is schijn, zegt de onderzoeker. 'Tussen de kiezels groeien kleine plantjes en langs de meertjes groeit een dikke laag mos, waarin ook gras voorkomt in een dichtheid van één spruit per vierkante centimeter. Dat is ideaal en hoogwaardig voedsel voor de brandgans, die het moet hebben van kort en eiwitrijk gras dat met 80 tot 120 happen per minuut wordt verorberd. Langer gras krijgen ze niet eens weg. Dat noemen we het spaghetti-probleem.'

Voor onderzoek naar het broeikaseffect lijkt Spitsbergen niet de meest aangewezen locatie. De gemiddelde opwarming van de aarde pakt niet overal gelijk uit. Op Groenland bijvoorbeeld wordt het tot dusver gemiddeld iets kouder en in (delen van) Siberië iets warmer. Op Spitsbergen blijft de gemiddelde temperatuur vrijwel gelijk.

Om het broeikaseffect na te bootsen, zullen de onderzoekers daarom kleine, halfopen kasjes bouwen waar het gemiddeld één tot anderhalve graad warmer is dan buiten. Daar zal blijken hoe de vegetatie zich ontwikkelt bij een opwarming die voor de komende vijftig jaar wel degelijk wordt voorzien.

Ingrijpende effecten als op de Canadese toendra zijn volgens Loonen niet te verwachten. De omstandigheden dáár zijn fundamenteel anders dan in de noordelijke Europese gebieden. 'In Canada begint het effect in het vroege voorjaar, als een grote hoeveelheid ganzen neerstrijkt en het gras met wortelstokken en al opgraaft.

'Het zijn er zovéél omdat ze nog niet kunnen doortrekken naar Groenland omdat het daar te koud is, wat mogelijk dus een gevolg is van het broeikaseffect. De overbegrazing stimuleert de verdamping van de bodem waardoor een zoutlaag op de bodem verschijnt. En die zoutlaag voorkomt nieuwe aangroei van planten.'

Zowel de zoutlaag als de tijdelijke 'ophoping' van ganzen is specifiek voor de toendra in Noord-Canada. In Europa pakt de groeiende ganzenpopulatie ongetwijfeld anders uit. Maar de Europese commissie is bezorgd genoeg om precies te willen weten hoe, al is het maar om te voorkomen dat ook hier een massale jacht nodig wordt.

De Groningse bioloog zou daar geen voorstander van zijn. 'De jacht is zeer effectief geweest. Een dergelijke ingrijpende regulering van populatie werd vrijwel voor onmogelijk gehouden. Maar een definitieve oplossing is het vermoedelijk niet. Ganzen blijven kwetsbaar en de jacht is maar één factor in een ecologisch systeem dat verder erg gecompliceerd is. Of je met dat jagen werkelijk weet waarmee je bezig bent, is de vraag.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.