Game, set and match

Na een jaar bedenktijd neemt Pete Sampras maandag op de US Open definitief afscheid van de tennissport. De beste tennisser aller tijden won een recordaantal van veertien Grand Slamtitels, waarvan zeven op Wimbledon....

Het is verleidelijk het fenomeen Pete Sampras slechts in superlatieven te beschrijven. De 32-jarige Amerikaan bewees niet alleen met een recordaantal van veertien Grand Slamtitels - waarvan zeven in zijn 'huiskamer' op Wimbledon - de beste tennisser aller tijden te zijn, hij was ook zes jaar lang de nummer één van de wereld. Sampras zal worden herinnerd als een tennissende Rembrandt. Maar als hij niet wordt gemist, is het door zijn verpletterende saaiheid.

Geen regendag op Wimbledon zonder een herhaling op de BBC van de legendarische tiebreak tussen Björn Borg en John McEnroe uit 1980. De US Open ruikt nog altijd naar het zweet van Jimmy Connors, de koning van de arbeiders, die zelfs op zijn veertigste nog meesterwerken componeerde.

Wandel op Melbourne Park langs een eregalerij van grootheden naar de Rod Laver Arena en je beseft hoe diep de tennissport in de Australische tradities is verankerd. De grandeur van Roland Garros is voor eeuwig verbonden met het tijdperk van de Franse 'Musketiers', al lijkt het rode gravel vooral geschapen voor Spaanse artiesten als Santana en Bruguera tot Moya en Ferrero.

Waar plaats je Pete Sampras?

Uiteraard hoort hij op Wimbledon in brons te worden gegoten naast het beeld van de laatste Britse winnaar Fred Perry, tegenwoordig smartelijk symbool van Engels masochisme. Zeven finales speelde Sampras in Londen, zeven keer was hij de beste. Tussen 1993 en 2000 werd Sampras op het gras van Wimbledon alleen verslagen door Richard Krajicek, een van de weinige spelers die 'zijn nummer' had, zoals de Amerikanen zeggen.

Die triomftocht zal nooit meer worden vertoond. En toch ontbreekt er iets aan Sampras, waardoor hij - ten onrechte - niet in één adem wordt genoemd met de groten der aarde. Muhammed Ali, Michael Jordan, Wayne Gretzky, Carl Lewis: tot dat rijtje behoort ook Sampras, als een icoon die zijn sport heeft hervormd en een nieuwe dimensie heeft gegeven. 'Pete laat het tennis er te gemakkelijk uitzien', veronderstelde zijn voormalige coach Paul Annacone. 'Mensen zien hem winnen en denken dat het niks voorstelt.'

Het is geen sluitende verklaring. Het gemak waarmee Sampras zich naar 64 toernooizeges serveerde en volleerde, versluierde inderdaad zijn grootse stijl. Toch was Sampras niet alleen een machine, die aces op afroep produceerde. Als eerbetoon aan zijn aan een hersentumor overleden coach Tim Gullikson daalde Sampras zo diep in zijn ziel af om te winnen dat hij zelfs huilend én kotsend op de baan stond.

Desondanks is 'Pistol Pete' vooral 'Sweet Pete' gebleven en - nog erger voor de beeldvorming - 'Boring Pete', met wie zelfs zijn sponsor Nike zich niet langer kon identificeren. Hij kon ook een geweldige droogkloot zijn, zoals tijdens een hilarische persconferentie op het toernooi in Rotterdam.

Als Sampras ergens niet wilde spelen, liet hij zijn managers een krankzinnig bedrag vragen om de desbetreffende toernooidirecteuren af te schrikken. De vorig jaar overleden Wim Buitendijk toonde zich in 1996 echter bereid dat absurde honorarium - ongeveer een half miljoen gulden startgeld - te betalen.

Zo verscheen Sampras met frisse tegenzin in sportpaleis Ahoy'. Door de media werd de nummer één van de wereld bepaald niet met alle egards ontvangen. Na de eerste partij van Sampras stelde een lichtelijk beschonken verslaggever - het glas wijn in de hand - de relevante vraag. 'What the hell do you do in Rotterdam, Pete?'

Met een flauwe glimlach sprak Sampras over een aanbod, dat hij niet kon weigeren. En vies van geld was de Amerikaan zeker niet. De voorzet van Sampras werd door een andere journalist, eveneens een tikje aangeschoten, briljant ingekopt. Hij stond op en riep pathetisch uit: 'Is it then never enough, Pete?'

Een homerisch gelach steeg op in de perszaal, maar Sampras kon die Nederlandse humor niet waarderen. Getergd door de impertinente vragen over zijn motieven om voor één toernooi naar Europa te komen, beëindigde hij de bijeenkomst met de woorden: 'Dit was de ergste schijtpersconferentie, die ik ooit heb meegemaakt.'

Enkele dagen na het incident lachte Sampras in zijn vuistje, toen hij zich met een enkelblessure afmeldde voor zijn kwartfinale tegen Tim Henman. De riante bonus in Rotterdam was veilig gesteld . In Ahoy' hebben we Sampras nooit meer teruggezien.

Het is een paradoxale gedachte dat het definitieve afscheid van Sampras geen weemoed oproept. Hoe fenomenaal zijn spel ook kon zijn, Sampras bleef meestal verborgen in zijn eigen kunstwerk.

Imponerend was vorig jaar het beeld van een joggende Sampras in de catacomben van het Arthur Ashe-stadion in New York, vlak voor zijn halve finale tegen Sjeng Schalken. Walkman op het hoofd, al geheel in zichzelf gekeerd, licence to kill. Maar Sampras kan niet tippen aan het bedwelmende charisma van Connors, McEnroe of Becker. Hij is ook geen showman als Agassi en Roddick, in feite kreeg Sampras pas voldoende reliëf als hij tegenover die giganten stond.

Met Agassi tekende Sampras voor dé klassieker in het tennis van het afgelopen decennium, vorig jaar in de finale van de US Open vermoedelijk voor het laatst opgevoerd. Die Amerikaanse confrontatie was veel meer dan een botsing van speelstijlen. Haarfijn schetste het Amerikaanse Tennis Magazine deze maand de felle contrasten in de karakters van Agassi en Sampras.

Nadat de twee tegenpolen elkaar in maart 1995 hebben bestreden in de finale van Key Biscayne reizen ze gezamenlijk naar Palermo voor een Davis-Cupduel met Italië. Je ziet ze voor je, de al niet meer zo rebelse, maar toch vrijgevochten en flamboyante Agassi tegenover de introverte en burgerlijke Sampras.

Het zijn prachtige scènes. Natuurlijk gaat Agassi niet in de file staan. Hij scheurt met zijn huurauto over de vluchtstrook naar het vliegveld van Miami, onderweg zwaaiend naar verblufte voorbijgangers en schreeuwende politieagenten. Op het vliegveld staat de privé-jet van Agassi klaar om de twee beste tennissers van Amerika naar New York te brengen.

Sampras is onder de indruk. 'Reis je altijd zo', vraagt hij. Agassi, met een vooruitziende blik: 'Dit is de enige manier om het te doen, op deze manier verleng ik mijn carrière met vele jaren.' Sampras duikt weg in een leren stoel en zegt opgewonden: 'Wauw man, ik houd van jouw manier van reizen, hoeveel kost dit?'

De volgende dag brengt een Concorde Agassi en Sampras naar Londen, waar een speciale begeleider ze langs de douane brengt. Dat scheelt een hoop papierwerk, veronderstelt Agassi, maar Sampras stopt bij een tafel om de formulieren keurig in te vullen. 'Schiet nou op Pete', zegt Agassi, ongeduldig. 'Wij hoeven dat niet te doen.' Sampras, hoofdschuddend: 'Ja, dat moet wel.' En hij heeft gelijk.

Fluitend rekent het Amerikaanse Dream Team af met Italië en zelden zijn Agassi en Sampraszo eensgezind geweest. Zelfs hunT-shirts zijn identiek. Maar als bij een 3-0 voorsprong voor Amerika de dead rubbers moeten worden gespeeld, komen de verschillen tussen de twee megasterren weer aan het licht. Agassi heeft geen trek in een demonstratiepotje en simuleert een blessure. Sampras voelt zich verantwoordelijk voor het team. Hij speelt én wint.'

Sampras had Agassi nodig om het beste uit zichzelf te halen, maar de leegte is pas voelbaar als ze allebei zijn gestopt. Dan zal het besef doordringen dat de tennissport is beroofd van de mooiste titanenstrijd sinds Borg-McEnroe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden