Reportage

Gambia's hoop: jeugd die Europa's lokroep weerstaat

Vluchtelingen

Ook in Gambia stellen velen hun hoop op de illegale achterdeur naar Europa. Een programma moet jongeren het zelfvertrouwen geven zelf iets op te zetten - in plaats van te vertrekken voor een lange en levensgevaarlijke reis.

Jongens in Banjul helpen bij het binnenhalen van de visnetten bij de monding van de rivier de Gambia. Beeld Guus Dubbelman

Honderd meter, veel meer is het niet. Het is de afstand tussen het busstation van Binke Transport en een kantoortje van Western Union.

Bij Binke kun je een kaartje kopen naar Mali, om van daaruit verder richting Europa te gaan. Bij Western Union kan de familie dan het geld ophalen dat je vanuit Europa zult sturen.

Ooit. Hopelijk. Want tussen Binke en Western Union ligt maar al te vaak een enorme kloof. De kloof tussen de naïeve droom van jonge mensen in Gambia, die menen aan armoede en uitzichtloosheid te ontsnappen door de backway, de illegale 'achterdeur' over land naar Europa te nemen, en de rauwe werkelijkheid van mensensmokkelaars, uitbuiting en desillusie.

Fort Europa

De Volkskrant onderzocht de voorbije weken de vluchtelingencrisis in Europa. Wie zijn die vluchtelingen, wat zijn de gevolgen van hun komst en hoe kan het anders? Op die vragen proberen we een antwoord te geven, in de krant en online. Lees hier alle artikelen uit de reeks Fort Europa terug

Gambia, 'de glimlachkust van West-Afrika', heeft alles en niets.

Het is een klein en vruchtbaar land, met nog geen twee miljoen inwoners. Zo'n tweederde van de bevolking is jonger dan 25, dus aan arbeidskrachten geen gebrek. Er is visserij, landbouw, (seks)toerisme, en volop zon. Een plek om te blijven. Maar steeds meer jongeren willen er weg. Want in de afgelopen halve eeuw onafhankelijkheid heeft Gambia zijn eigen ontwikkeling veel te weinig serieus genomen.

Het is een land met een 'zwak sociaal model', zoals migratiedeskundigen als Paul Collier dat noemen. Een land dus dat wel een zelfvermeend sterke leider, maar geen sterke maatschappelijke instituties kent. President Yahya Jammeh, de ex-kolonel die in 1994 de macht greep, geldt als een dictator. Dat zou voor sommigen nog te billijken zijn, als hij dan maar, zoals een Paul Kagame in Rwanda, al zijn inspanningen op sociale vooruitgang zette.

Maar Jammeh heeft doorgaans andere zaken aan het hoofd. Zo bedacht hij een paar jaar geleden dat hij persoonlijk aidspatiënten genezing kon geven. Op vrijdagen althans, na het islamitische weekgebed. Politieke dissidenten, kritische journalisten en homoseksuelen verdwijnen naar de martelkamers. En al laat hij zich in Gambia op menig reusachtig reclamebord afbeelden tussen zijn volk, voor dat volk zelf heeft hij bitter weinig klaargespeeld.

(Tekst gaat verder onder foto).

President Yahya Jammeh. Beeld anp

De Gambiaanse jeugd ziet dan ook te weinig perspectief. In de eerste helft van dit jaar staken 3.593 Gambiaanse jongeren de Middellandse Zee over om in Italië aan te komen. Het aantal Nigeriaanse economische migranten met dezelfde bestemming lag toen ruim twee keer zo hoog.

Alleen: in Nigeria wonen zo'n 150 miljoen mensen, terwijl er dat in Gambia minder dan 2 miljoen zijn.

Toch begint langzaam een verandering merkbaar te worden. In een continent als Afrika, waar ouderen alle respect krijgen en de macht niet graag uit handen geven, valt de demografische druk van de jeugd niet meer te ontkennen. En dus is in Gambia de directeur van de Nationale Jeugdraad een man van nog maar 31 jaar. Het is Lamin Darboe. Hij studeerde, in eigen land, ontwikkelingsstudies en is verantwoordelijk voor de uitvoering van het jeugdbeleidsplan. Het vorige, zo gaf de regering zelf toe, haalde zijn doelen niet. Darboe wil - het blijkt een kernwoord - geen 'mislukkeling' zijn.

In zijn kantoor, waar de stroom weer eens is uitgevallen en alle medewerkers gedwongen werkloos achter hun gloednieuwe computers zitten, licht hij zijn visie op het migratieprobleem van Gambia toe.

Infrastructuur

'Als we de jeugd in eigen land willen houden, dan moeten we een heel aantal dingen op elkaar laten aansluiten. Op de eerste plaats moeten we natuurlijk kijken naar hun economische situatie. Er studeren gelukkig steeds meer jongeren op hogere opleidingen af, maar als ze de arbeidsmarkt op komen, vinden ze nauwelijks banen.

'De regering kan al die banen niet scheppen, hoewel veel mensen dat hier nog steeds denken. De regering kan wel een faciliterende rol spelen voor de ontwikkeling van het particuliere bedrijfsleven. En ja, bij die rol moet je ook denken aan zaken als goed bestuur, fatsoenlijk leiderschap en de strijd tegen corruptie. Allemaal ontzettend belangrijk. Maar het gaat om meer dan dat. Denk aan de volksgezondheid. Of aan het opzetten van een degelijke infrastructuur.

Beeld de Volkskrant

'Als die pijlers staan, als jongeren erin slagen fatsoenlijk emplooi te vinden, dan neemt ook hun zelfvertrouwen toe. En de combinatie van werk en zelfvertrouwen maakt ook dat zij zich weer thuis voelen in eigen land. Dat zij zeggen: ik hoor bij deze gemeenschap, ik draag daaraan bij. En dat zij daar trots op zijn. Dat ze zeggen: ik ben Gambiaan, en daar ben ik trots op.'

Het is een ideaal dat in de Gambiaanse praktijk nu nog weinig gerealiseerd wordt. Dat blijkt bijvoorbeeld in het dorpje Nyambai.

Daar woont Omar Camarah. Hij is even oud als Lamin Darboe, maar ziet voor zichzelf geen enkele toekomst. Zijn ouders zijn gestorven, dus die kunnen hem financieel niet meer steunen. Hij zegt geschoold te zijn, maar een baan wist hij nog nooit te vinden. Hij wil via de 'backway' naar Europa, waar hij denkt welkom te zijn, enkel omdat hij 'vastbesloten, eerlijk en loyaal' is. Omar is nog voor vertrek de weg al volkomen kwijt.

Hij is in gesprek met Serreh Darboe (geen familie van Lamin). Zij werkt voor 'Yep!Africa', een jongerenorganisatie die in 2008 door een Nederlander is opgericht. 'De backway is zelfmoord', luidt het motto van Serreh. Zij en haar collega's proberen Gambiaanse jongeren ervan te overtuigen dat zij 'geen banenzoekers, maar banenscheppers' kunnen zijn. Yep biedt hun trainingen aan en probeert tegelijk het zo cruciale zelfvertrouwen van de jeugd op te krikken. Zoals dat van Omar Camarah. Hij hoort de peptalk van Serreh Darboe bijna verbluft aan, en belooft naar een training te komen. Serreh weet dat zij hem daarvoor nog wel een keer of drie aan zijn gescheurde T-shirt zal moeten trekken. 'Ik wil het!', roept Omar uit. 'Dus wat kan ik doen om mijzelf te helpen?!'

Yep!Africa heeft de afgelopen jaren naar eigen zeggen zo'n tweehonderd mensen die op het punt stonden de illegale achterdeur naar Europa te nemen op andere gedachten kunnen brengen. Ruim zevenduizend jongeren hebben een soort 'bewustwordingsprogramma' meegemaakt. Bescheiden successen, maar niet zonder betekenis. Binnenkort hoopt Yep samen met de overheid de handtekening te zetten onder een plan dat de komende vijf jaar zeker vijftienduizend jongeren aan een baan moet helpen. Druppels. Maar nuttige druppels.

Ondertussen blijft de lokroep van het onbekende Europa, waar de economische migranten steeds minder welkom zijn, onverminderd bestaan.

'Jongeren denken soms dat in Europa het geld aan de bomen groeit', vertelt Dembo Kuyateh van Yep. 'Ze denken dat het daar makkelijker is om banen te vinden, dat ze in Europa meer geld kunnen verdienen. Zo voelen ze dat. Het is vaak lastig om hun een ander perspectief te geven.'

Teruggestuurd

Nu regeringen in Europa hun migratiewetten aanscherpen, zo stelt het Gambiaanse jeugdbeleidsplan, moet het West-Afrikaanse land zich erop voorbereiden dat jongeren teruggestuurd zullen worden. Dan dient juist nog meer jeugd 'economisch productief' te worden gemaakt, 'om hen ervan af te schrikken opnieuw het risico te nemen om naar Europa te gaan.' De conclusie wordt onontkoombaar: Gambia zal het zelf moeten doen.

Een anonieme, teruggekeerde migrant heeft dit voor zichzelf al ontdekt. 'Veel mensen, zoals die uit Syrië en andere landen, dat zijn echte vluchtelingen. Maar in een land als Gambia rennen we gewoon weg voor onrealistische zaken. Wij zijn een derdewereldland. Denken we nou echt dat onze regering alles voor ons zal doen? Nee, we moeten het zelf van de grond af opbouwen. Ik weet nog goed dat iemand me zei: Europa wist zichzelf na de Tweede Wereldoorlog weer op te bouwen. Afrika was toen beter af dan Europa. Dus als Afrika zoiets niet kan doen, dan zijn we mislukkelingen. En ik wil niet tot de mislukkelingen horen.'

Die boodschap is nog niet doorgedrongen tot het busstation van Binke Transport. 'Bon Voyage' en 'Safe Journey' staat er op de muren. Maar bij de buren klinkt muziek: 'Oh, think twice.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.