GAM-rebel Robot moet wennen aan vrede

Na dertig jaar oorlog in Atjeh hebben de verzetsbeweging GAM en de Indonesische regering van de zomer een vredesakkoord bereikt....

Van onze correspondent Michel Maas

Drie dagen geleden is Commandant Robot uit zijn schuilplaats in de buurtvan de stad Pidie gekomen. Hij heeft zijn wapen ingeleverd bij zijncommandant en is naar de provinciehoofdstad van Atjeh gekomen. 'Ik kanniet geloven dat ik hier nu in Banda Atjeh zit', zegt hij.

De strijder van de Beweging Vrij Atjeh (GAM) moet even wennen aan deovergang van de jungle naar de stad. Robot zit op een terrasje en drinktzoete thee als achter zijn rug een bromfiets stopt. Hij veert op om tezien wie het is. Het is gewoon een jongen die een cd komt kopen in dewinkel naast het terras. Maar je kunt niet weten. . .

Zijn reflexen hebben Robot de afgelopen twee jaar in leven gehouden.Twee jaar waarin de meesten van zijn vrienden het leven hebben gelaten ineen grootscheeps offensief van het Indonesische leger. Niemand weethoeveel GAM-rebellen daarbij zijn omgekomen. Het leger beweertzesduizend rebellen te hebben uitgeschakeld, maar daar zijn volgensmensenrechtenorganisaties ook veel gewone burgers bij. Het aantal dodeGAM-leden moet niettemin aanzienlijk zijn.

Commandant Robot drinkt zijn thee en praat met enkele vrienden die hijal twee jaar niet heeft gezien. Zijn commandant heeft hem een paar dagenvoor het begin van het vredesproces laten vertrekken. De rest van de mannenis nog 'daarboven', zoals hij het kamp in de heuvels noemt.

In Banda Atjeh wacht hij nu op de vrede. Die begint voor hem nietvandaag, op 15 september. 'Ik ben een militair', zegt hij. 'Als mijncommandant zegt dat het vrede is, is het vrede. Als de commandant zegt datik moet vechten, vecht ik.' Zolang het geen vrede is, wil hij alleen metzijn verzetsnaam worden aangesproken.

Zes jaar geleden heeft hij zich aangemeld bij de GAM. Hij was 24 enstudent aan de zeevaartschool in Medan. 'Het was 1999. Ik liep mee in eendemonstratie in Pidie, een demonstratie voor de reformasi, de democratie.'Het was het jaar na de val van Soeharto. In Atjeh werdenmassademonstraties gehouden voor een referendum, waarin de Atjeesebevolking wilde kunnen kiezen voor onafhankelijkheid.

'Het leger begon te schieten. Ik werd geraakt.' Hij stroopt delinkermouw van zijn T-shirt op en laat een litteken zien. Een kogel isdwars door zijn bovenarm gegaan. 'In het ziekenhuis namen ze al mijnpapieren af, alle papieren van mijn school, mijn identiteitspapieren, dieik altijd bij mij droeg. Later werd ik overgebracht naar het militairehoofdkwartier. Daar moest ik op prikkeldraad zitten en werd ik hard in mijngezicht geslagen. Vier dagen duurde dat. Toen lieten ze mij vrij. Ik hebmij meteen aangemeld bij de GAM. Hier was geen gerechtigheid. Onder deNederlanders had Atjeh het beter dan onder de Indonesiërs.'

De GAM zette hem op een lijst van 125 reservisten. 'Toen het Indonesische offensief begon hebben ze ons opgeroepen. Van die 125 zijn ernog 44 in leven.'

De GAM vertrouwde op de bergen. Tot dan toe was het leger nooit deontoegankelijke berggebieden ingetrokken waar de GAM zijn schuilplaatsenhad. De rebellen bereidden zich erop voor ook dit offensief uit te zittenin het bos en de moerassen. Ditmaal stuurde Indonesië zijn troepen wel debergen in, duizend militairen tegen honderd rebellen. Die leden zwareverliezen, werden telkens weer op de vlucht gedreven en moesten zich steedsverder terugtrekken. In de bossen en moerassen loerde een andere vijand: malaria. Deze ziekte doodde op een gegeven moment meer rebellen dan hetleger.

Commandant Robot werd haast zelf een slachtoffer van malaria. 'Ik wasbijna dood. Wij hadden geen dokter. Medicijnen hadden wij genoeg, maar erwas niemand die wist welke je moest gebruiken en hoeveel. Sommige mannendie erg ziek waren slikten een handvol pillen in één keer. De meestengingen dood.'

Maar Robot had geluk. Hij werd tijdens een luwte in de gevechten naareen kliniekje 'ergens in Atjeh' gebracht, waar hij langzaam opknapte.

Toen hij terugkeerde naar de schuilplaats was die zo goed als leeg. 'Ikhad een kleine eenheid van twaalf man onder mijn bevel. Terwijl ik ziekwas, waren zij aangevallen door het leger. Slechts twee van mijn mannenhadden het overleefd.'

Voor het officiële begin van het vredesproces zou zijn regionaalcommandant met enkele honderden mannen uit de bergen naar beneden komen.Ook op andere plaatsen in Atjeh zouden GAM-leden zich melden. Enkelehonderden rebellen hebben dat de afgelopen weken al gedaan, verspreid overheel Atjeh.

Honderden gevangengenomen GAM-leden zijn vrijgelaten. Uiteindelijkzullen er tweeduizend gevangen vrijkomen. Alle GAM-leden komen inaanmerking voor amnestie. Zij krijgen geld of een stukje land, of er wordteen baan voor ze gezocht.

Commandant Robot heeft nog niet bedacht wat hij gaat doen. 'Ik wachtop de commandant. Ik ben militair, ik doe wat de commandant zegt.' En alsde commandant zegt dat de oorlog voorbij is? 'Dan zie ik wel verder.'

Hij neemt een slokje thee. In gedachten gaat hij terug naar drie dagengeleden. 'De meeste spijt heb ik van mijn wapen', zegt hij. 'Het wasgloednieuw, een FNC uit Amerika. Ik had er pas drie keer mee gevochten.'Heeft hij er ook iemand mee geraakt? Commandant Robot haalt zijn schoudersop: 'Het was mijn taak om te schieten. Niet om de doden te tellen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden