Gal is inktzwart

In het college van Bosvoorde schreef hij een opstel met als opgave: wat wilt gij later worden? Politiek tekenaar. Nu verdedigt Gerard Alsteens, ofwel Gal, 'met een aangepunte tekenstok de onderligger, vlakbij en ver weg' in het Vlaamse weekblad Knack....

Hij kon het niet. Niet deze week. Gal, nom de plume van de Vlaamse politiek tekenaar Gerard Alsteens (1940), maakte deze week zijn bladzijde in het weekblad Knack helemaal zwart. Daaronder zette hij zijn naam. Alles wat hij bedacht, vond hij niet goed genoeg om zijn verontwaardiging te tonen over de massahysterie die zich van België heeft meester gemaakt na de aan het licht gekomen gruwelijkheden van 'de pedofielen-bende van Dutroux'.

Aanvankelijk wilde hij De kruisdraging van Jeroen Bosch persifleren, dat bekende tafereel met 'die smoelen en tronies van het volkstribunaal' dat luidkeels om gerechtigheid roept. Maar die prent kwam er niet. 'Het kon deze week niet', vertelt de tekenaar, 'want geen enkele tekening kan mijn verontwaardiging tonen.' Het zou volgens Gal 'toch weer allemaal verkeerd begrepen worden'.

Het Franse blad Notre Temps noemde hem 'Gal le Génial'. Hij is 'Dr. Alsteens en Mr. Gal'. Hij woont in een groot herenhuis in de Schaarbeekse Emile Zolalaan. Net als Zola's bekende J'accuse!, zijn Gals tekeningen 'gebalde vuisten'. De groten der aarde, zegt schrijfster Brigitte Raskin in het pas verschenen Gal-boek De overspannen jaren, worden door hem 'uitgebeeld en opgehangen in een eigenste galerie van galgentronies en galaportretten'.

Gal exposeert deze week in Amsterdam. Het boek is een GALerie, een keuze uit zijn duizenden prenten. Gal is een gevierd 'links' politiek tekenaar, 'vol venijn'. Nog elke dag doopt hij boosaardig en vol afgrijzen zijn pen in inktzwarte gal. Driemaal was hij, naast nog veel andere bekroningen, laureaat op het Internationale Cartoonfestival van Knokke-Heist, viermaal werd hij gelauwerd op de Perskartoenale van Hoeilaart. In 1991 kreeg hij in Havana op Cuba de prijs voor de beste politieke tekening.

Hij is een getuigend man, zegt Johan Anthierens in het 'huldeboek'. Gal verdedigt 'met een aangepunte tekenstok de onderligger, vlakbij en ver weg'. Hij is geen Don Quichot. 'De Brusselaar gaat er prat op, dat hij ertoe bijgedragen heeft het Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime op de knieën te dwingen.' Nooit zit hij om een repliek verlegen. En, zegt zijn bewonderaar en biograaf Anthierens, 'spreek hem van druiven, zijn hart herleeft'.

Zijn vader was druiventeler in het Vlaams-Brabantse Overijse, vroeger nog boerenland maar nu de residentiële stek voor Euro-ambtenaren en Navo-personeel. De kerk was er, zoals overal in Vlaanderen, 'omnipresent'. Satan, zei men, zat onvermoeibaar achter 'onze reine zielen' aan. 'Onze kinderjaren werden bezwaard met missieweken en donderpreken'. Gerard - Geeeraar, zeg je in Vlaanderen - kreeg thuis 'van de groten' commentaren te horen over Rood en Geel Gevaar, over verderfelijk communisme. Het was koude oorlogstaal op zijn kilst. 'In mijn herinnering schemert nog de dood van Jozef Stalin, zoals ze onaangedaan werd aangekondigd op de voorpagina van La libre.'

De vrouwen in de films van de Ciné-Club de minuit hadden naar eigen zeggen een verpletterende uitwerking op zijn ontvankelijk jongensgemoed. Met rode oortjes las hij Le messager du Tsar van René Gaell, waarin een jonge 'ijlbode' de vijandelijke linies moest dwarsen om een bericht aan tsaar Nicolaas over te brengen. Het was avontuurlijk. Aan die roman 'heb ik nachtmerries overgehouden'. Zijn ouders vonden het allemaal 'louche, niet netjes', het was aanstootgevend en godslasterlijk.

De kleine Gerard, die toen hij elf was een al bijna typisch en herkenbaar Gal-portretje had geschilderd van zijn vader, groeide op in de schaduw van de allesoverheersende Vlaamse kerktoren. 'Van mijn twaalf jaar af stond het voor mij vast dat ik tekenaar zou worden.' In het college van Bosvoorde schreef hij een opstel met als opgave: wat wilt gij later worden? Politiek tekenaar. Op zijn dertiende verscheen zijn eerste, nog vrij onschuldige prent op de jeugdbladzijde van Het nieuws van den Dag - op een echte krantenpagina.

Het is bij hem, staat in De overspannen jaren, niet alleen 'het tekenvirus' maar ook 'de persmicrobe'. Gal is journalist. Hij schrijft niet maar tekent. Ooit had hij een officiële perskaart, toen hij bij het weekblad De Nieuwe werkte. Daar was ie trots op. 'Ik heb nog steeds last van een verbolgenheid, die opsteekt bij elk persoverzicht.'

Hij werkte enkele jaren als opmaker en illustrator bij De Linie, het jezuïetenblad dat later, nadat het Vaticaan het al te progressieve weekblad had verboden, De Nieuwe werd - het legendarische, eigenzinnige maar intussen ook al ter ziele gegane onafhankelijke Brusselse weekblad. Sinds meer dan tien jaar, na het verdwijnen van De Nieuwe, maakt hij prenten voor het weekblad Knack, de Vlaamse Elsevier.

Gal bewondert Pablo Picasso, Saul Steinberg en Goya, Tomi Ungerer, de cartoonisten Bosc en Cheval, de duivelskunstenaar Roland Topor en Peter van Straaten. Hij koestert het talent van Jean-Jacques Sempé, van de Charlie-Hebdo-ploeg Wolinski, Reiser, Gébé en Cabu, van 'de grootmeesters van het absurde' Kamagurka en Benoît.

Hugo Claus - die hij vele keren heeft geportretteerd - legt zijn ongenoegen vast in kwade kwatrijnen en sonetten, zegt Gal, maar hij pakt potlood en houtskool en 'tekent wat ie denkt'. Twintig jaar lang was Gal het gezicht van De Nieuwe. 'Ik werd op dat kleine solopodium aandachtig gevolgd door een kritisch lezerspubliek.' Gal werd dé tekenaar van organisaties als Amnesty International, het Angola-comité, de Anti-Apartheidsbeweging. 'Er was een tijd dat ik wekelijks een affiche bedacht en uitwerkte. Bloed en tranen dropen van mijn tekentafel, gebalde vuisten vlogen de deur uit.'

Dat is anders geworden, klaagt Gal. 'Vergeleken met het clubje van De Nieuwe speel ik vandaag bij Knack, waar ik al twaalf jaar wekelijks een getekende pagina binnenbreng, in een groot stadion.' Het is een melting pot van opinies. 'Iedereen kan er zijn ei kwijt, op voorwaarde dat hij het netjes legt.' Hij past zelfcensuur toe, want soms worden tekeningen van hem door de redactie geweigerd. De tijd van De Nieuwe, waar de tekenaar Gal deel uitmaakte van de redactieploeg, is voorgoed voorbij. 'En toch probeer ik in Knack, week na week, mezelf te zijn.'

Het boek van Anthierens en Gal zette echter kwaad bloed. De direteur van het weekblad Knack, Sus Verleyen, spuwde zijn gal over de tekenaar. Hij schreef een 'open brief' aan Gal, aan de 'opportunist in schapenvacht die je bent'. Gal, zei hij, mag blijven tekenen, maar 'voortaan kom je binnensluipen als mee-eter, op zoek naar een pagina'. Verleyen ziet zich door Gal in De overspannen jaren geportretteerd 'in de gedaante van verkrampte censor en iemand die tekeningen betaalt als ballast'.

Op zijn beurt schreef 'grafisch artiest' Gal een brief, met de titel De strijd sussen, die in het blad werd afgedrukt. Verschillende keren, zegt Gal, zijn prenten van hem door de redactie geweigerd, politieke standpunten over het dagje 'abortusverlof' van koning Boudewijn - toen België een dagje een republiek was zodat de koning zijn handtekening niet hoefde te zetten onder een nochtans door het parlement goedgekeurde nieuwe abortuswetgeving, over de paus als populariteitszoeker of als slak op weg naar de erkenning van de stelling van Galilei, over Chirac - een persiflage op Courbets bekende schilderij L'origine du monde, een fraai zicht op een weelderige vagina. De tekeningen werden niet gepubliceerd, ze waren 'niet netjes genoeg', ze waren té aanstootgevend en godslasterlijk.

Verleyen weigerde ooit een tekening waarop Leo Tindemans en Wilfried Martens in de bosjes hun gulp dichtritsen bij het slachtoffer, vrouwe België, met haar benen wijd open en - schrijft de hoofdredacteur - 'het slipje afgestroopt tot halverwege haar kuiten zodat het milde kroeshaar de verkrachting des te nadrukkelijker suggereert'. Gal maakte de prent toen premier Martens en minister van Buitenlandse Zaken Tindemans in 1983 Amerikaanse kruisraketten tegen de wil van de meerderheid der Belgen naar de vliegbasis van Florennes lieten overvliegen. Volgens Verleyen was het geen pudeur, waardoor de plaat niet kon verschijnen, maar het was de wet, de geraadpleegde advocaat. 'Ik heb processen moeten voeren (verloren en nadien gewonnen) tegen uw geliefde doelwit Vanden Boeynants', verzucht Verleyen in zijn brief in Knack. 'Ik kreeg in eerste aanleg straf, een maand gevangenis, jij niet.'

Intussen is de storm geluwd. Gal maakt ongestoord elke week zijn tekening in Knack, zijn 'journalistieke bericht' over het reilen en zeilen in België en in de wereld, prenten over de slachtingen in Ruanda of over de oorlog in Tsjetsjenië. Is Gal, na het akkevietje met zijn blad, weer een gelukkig man? 'Verkijk je niet op onze zogenaamde vrije meningsuiting', verzucht Gal in De overspannen jaren, 'die is beperkt. Wij lopen aan een elastische leiband. Zolang de economische macht zich niet bedreigd voelt, word je niet serieus genomen en mag je ventileren wat je wil.'

Tijdens de Uitmarkt, tot en met 1 september, in Hotel Tulip Inn en Cok City Hotel in Amsterdam.

Johan Anthierens en Gerard Alsteens: De overspannen jaren, Epo, ¿ 110,-.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.