Gaatjes vullen met alabastine

Witte composietvullingen zijn populair. De oudere types zijn echter minder krimpgevoelig en dus beter dan de nieuwe. Ook al zit de patiënt er wat langer voor in de stoel....

De kamer waar drs. Bibi Dauvillier haar promotieonderzoek deed, lijkt meer op een timmermanswerkplaats dan op een laboratorium voor tandheelkunde. Op een werktafel liggen gereedschappen, tegen de muur staat zo'n typische werkkast van een vakman, met honderden vakjes voor losse onderdelen.

Dauvillier is geen tandarts, maar chemicus. En ze beschouwt tandartsen in de eerste plaats als vaklui die een bepaalde reeks vaardigheden zo goed mogelijk onder de knie moeten zien te krijgen. In het bijzonder de vaardigheid van het vullen van gaatjes met composietmateriaal, waarop ze donderdag 21 maart aan de Universiteit van Amsterdam promoveert.

Composiet vullingen worden al jaren toegepast en zijn erg populair, omdat ze wit zijn en dus minder opvallen dan traditionele vullingen van zilveramalgaam. Composiet bestaat uit een plastic, gevuld met gemalen glasdeeltjes, die voor extra sterkte zorgen. Soortgelijke materialen worden ook toegepast in zwaarbelaste onderdelen van vliegtuigen.

Het probleem met composietvullingen is echter dat ze krimpen. Dauvillier onderzocht de materiaaleigenschappen van verschillende composietsoorten en hun geschiktheid voor vullingen.

'Het is aanvankelijk een soort boetseerklei', zegt Dauvillier, en laat een tubetje van het spul zien. Nadat de tandarts het spul in een gaatje heeft gespoten wordt het snel hard.

Dat uitharden kan via twee verschillende processen verlopen. De oudere composietvullingen bestaan uit twee pasta's, die hard worden wanneer ze in de tand bij elkaar worden gebracht, vergelijkbaar met tweecomponentenlijm. Nieuwere vullingen bestaan uit één pasta, die hard wordt door er met een lamp op te schijnen.

Maar daarbij wordt weinig rekening gehouden met een groot probleem van composietvullingen: ze krimpen. Dat is een onvermijdelijk gevolg van het uithardingsproces, zegt Dauvillier. 'In zachte vorm bestaat het vulmiddel uit relatief korte moleculen. Die worden tijdens het uitharden als treinwagonnetjes aan elkaar gekoppeld. En je kunt je voorstellen dat wagonnetjes in hun eentje meer ruimte innemen dan wanneer ze gekoppeld zijn. Dus krimpt de vulling. Het effect is vergelijkbaar met alabastine.'

Die krimp kan vervelende gevolgen hebben. Er kunnen spleten ontstaan tussen vulling en de rest van de tand, waar zich bacteriën kunnen nestelen. Dat kan weer nieuwe gaatjes tot gevolg hebben. Als de vulling zich juist wel goed vasthecht aan de tand kunnen er door het krimpen grote spanningen optreden. Dat kan scheurtjes in de tand veroorzaken, of vervelende pijnen. Dauvillier: 'Ik dacht: waarom gebruiken ze geen polymeer dat niet krimpt? Maar dat bestaat niet.'

De tandarts kan de krimpeffecten beperken door de vulling laag voor laag aan te brengen, en door gewoon goed te weten waar hij mee bezig is. 'Vakmanschap bepaalt de kwaliteit van de vulling', zegt Dauvillier. 'De tandarts moet verstand hebben van het materiaal.'

Zij onderzocht hoe verschillende composieten 'vloeien', ofwel hoe de krimpneiging zich vertaalt in spanningen. Hoe lager die spanningen, des te beter, zolang ze maar gepaard gaan met een bepaalde stijfheid. 'Anders zit je met een papje in je tand', zegt Dauvillier.

Ze legde een aantal veelgebruikte vullingen van fabrikanten als Fuji en 3M op de zogeheten trekbank. Dat is een instrument waarmee ook ingenieurs de eigenschappen van hun materialen testen. De trekbank van Dauvillier stond op de afdeling Materiaalwetenschappen van het Academisch Centrum voor Tandheelkunde in Amsterdam (ACTA).

'Met mijn onderzoeksresultaten wordt het mogelijk om te voorspellen waar spanningen ontstaan. Ook is het een handvat om nieuwe vulmaterialen te ontwikkelen.'

Dauvillier ontdekte daarnaast dat composieten die door licht hard worden minder goede vloei-eigenschappen hebben dan tweecomponentenpasta's. 'Ik zou dus zeggen: gebruik dat tweecomponentencomposiet.' Maar lichthardende composieten zijn juist populair bij tandartsen, omdat de vullingen een stuk sneller hard worden. 'Tandartsen denken: ''Hoe korter de stoeltijd, hoe beter''.'

Ze vindt het jammer dat tandartsen niet altijd even geïnteresseerd zijn in de materialen waarmee zij werken, want dat komt de kwaliteit van hun werk niet ten goede. Bestaat er eigenlijk een keurmerk voor het vulvakmanschap van tandartsen? 'Nee, je kunt niet echt controleren hoe goed een tandarts daarin is.'

Dauvillier (drie gaatjes, amalgaam) stelt overigens dat composietvullingen het qua materiaaleigenschappen eigenlijk nog niet halen bij traditionele amalgaamvullingen. 'Die gaan vijftien jaar mee, dat is meer dan twee keer zo lang als composiet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden