Drie vragen Kinderen van Syriëgangers

Gaat het kabinet de kinderen van Syriëgangers nu wél terughalen?

Voor de tweede keer in een jaar tijd roept Kinderombudsman Magrite Kalverboer op om de kinderen van Nederlandse Syriëgangers terug te halen. Tot nu toe hebben humanitaire en juridische argumenten het kabinet niet overtuigd, ook niet nu België wél op het punt staat om werk te maken van repatriëring. Hoe zit dat?

Een kinderkamer bij de opa van een Syriëganger. Beeld Marcel van den Bergh

Om wie gaat het?

In Syrische vluchtelingenkampen in autonoom Koerdisch gebied in Noord-Syrië verblijven ongeveer dertig Nederlandse kinderen samen met hun moeders. Zij vormen een fractie van de 175 Nederlandse minderjarigen die volgens de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) in Syrië of Irak leven. Tweederde van hen werd in dat gebied geboren, 145 van hen leven nog altijd in IS-gebied.

In de vluchtelingenkampen breken constant ziektes uit en is de medische hulp niet optimaal. De Nederlandse vrouwen beweren te zijn bespuugd, geschopt en te zijn aangerand door hun Koerdische bewakers. Momenteel maken ze zich ernstig zorgen over de aangekondigde terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Syrië, melden bronnen aan de Volkskrant. Zonder de Amerikanen, die essentiële ruggensteun verlenen aan de Koerdische troepen in Noord-Syrië, dreigen de vluchtelingenkampen in handen te komen van Syrische of Turkse troepenmachten.

‘Ze zijn bang voor zowel het leger van Assad als dat van Erdogan’, zegt de vader van een Syriëganger die met haar kinderen in een van de vluchtelingenkampen verblijft. ‘Als de Syriërs of de Turken het gezag krijgen over de kampen, dan vrezen ze door soldaten te worden verkracht of gedood.’

Waarom is Nederland niet gevoelig voor de humanitaire argumenten voor repatriëring?

Vorig jaar april vroeg Kinderombudsvrouw Kalverboer de minister van Justitie en Veiligheid Ferdinand Grapperhaus (CDA) ook al om de kinderen uit de vluchtelingenkampen op te halen. Daarbij wees zij op de zorgplicht die Nederland volgens het VN-kinderrechtenverdrag heeft voor deze kinderen.

De Nederlandse overheid kan zich grotendeels vinden in de schets van de leefsituatie in de vluchtelingenkampen door de Kinderombudsvrouw. Nederland noemt die situatie ‘zorgwekkend’ en ziet de kinderen allereerst als ‘slachtoffers’ die door hun ouders aan ernstig gevaar zijn blootgesteld.

Toch zegt Grapperhaus weinig voor deze kinderen te kunnen betekenen. Veiligheidskwesties spelen daarbij de belangrijkste rol. Nederland durft geen evacuatiepoging op te zetten in dit deel van Syrië, dat als onveilig strijdgebied wordt gezien. Daarnaast is er de vrees dat de Syriëgangers tijdens een eventuele evacuatie in handen raken van Syrische of Irakese autoriteiten, die de doodstraf opleggen aan IS-aanhangers.

Zijn er juridische middelen om de kinderen naar Nederland te krijgen?

Advocaat André Seebregts vertegenwoordigt enkele vrouwen die op dit moment in een Syrisch vluchtelingenkamp verblijven. Vorig jaar dacht hij een juridisch middel te hebben gevonden waarmee hij de Nederlandse overheid zou kunnen bewegen zijn cliënten te repatriëren. Hij vroeg de Rotterdamse rechtbank de rechtszaken tegen zijn cliënten, die worden vervolgd vanwege een uitreis naar IS-gebied, aan te houden omdat ze tegen hun wil niet bij het proces aanwezig kunnen zijn. Daarop vaardigde de rechtbank een zogenaamde ‘gevangenneming tot uitlevering’ uit. 

Drie van deze bevelen werden aan de Koerdische autoriteiten overhandigd. Even leek het erop dat de vrouwen en hun kinderen via deze weg terug naar Nederland zouden kunnen. Totdat de Koerden lieten weten dat het gerechtelijke bevel volgens hen niets waard is – zij willen een officieel uitleveringsverzoek van de Nederlandse overheid ontvangen. Omdat Nederland geen officiële verzoeken doet aan staten die niet erkend zijn, lijkt deze weg dood te lopen. Dinsdag vaardigde de rechtbank in Rotterdam nog wel vijf nieuwe bevelen tot gevangenneming uit voor andere cliënten van Seebregts die vastzitten in een Syrisch vluchtelingenkamp.

Een andere juridische optie is een kort geding aan te spannen tegen de Nederlandse staat en de repatriëring af te dwingen. ‘De situatie van de vrouwen en kinderen in de kampen is daar zorgelijk genoeg voor’, zegt Seebregts. In België had zo’n zaak in december succes. Een rechter maande Brussel om Belgische kinderen in Syrische vluchtelingenkampen te repatriëren, op straffe van een dwangsom van 5.000 euro per dag. België moet van de rechter diplomatieke contacten leggen met de plaatselijke Koerdische autoriteiten, reis- en identiteitsdocumenten in orde maken voor de vrouwen en kinderen, en hun veiligheid tijdens de reis waarborgen. De Belgische overheid heeft aangekondigd wellicht in hoger beroep te gaan.

Seebregts zegt zo’n kort geding te overwegen. Een woordvoerder van het ministerie van Justitie en Veiligheid zegt op de hoogte te zijn van het Belgische proces, maar ziet er ‘in eerste aanleg’ geen aanleiding in om het beleid te wijzigen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.