Gaan 65-plussers nu 'voor Rutte zweten'?

In vijf weken is gelukt wat vijftig jaar ondenkbaar was en vijf jaar politiek

onhaalbaar.


Op 1 januari 1957 konden de eerste Nederlanders van 65 jaar en ouder 'van Drees trekken' - hoewel de Algemene Ouderdomswet (AOW) niet door de toenmalige PvdA-premier Willem Drees, maar door PvdA-minister van Sociale Zaken Ko Suurhof werd ingevoerd. Het was de kroon op de naoorlogse verzorgingsstaat. Eindelijk was ouderdom niet meer synoniem aan armoede en was het voor een 65-plusser niet beter zo snel mogelijk te gaan hemelen.


Vijftig jaar lang was het daarna een absolute zekerheid dat iemand uiterlijk op zijn 65ste met pensioen kon. In de jaren tachtig en negentig werd aan veel sociale wetten gesleuteld, maar de AOW had iets onaantastbaars. Het was misschien niet het werk van God de Vader, maar toch van 'vadertje Drees', die op een even hoge wolk troonde. In 2003, toen de demografietabellen over de dreigende vergrijzing allang bekend waren, verzekerde minister Aart de Geus - nu de man die het CDA weer richting moet geven - dat verhoging van de AOW-leeftijd even ondenkbaar zou zijn als de beperking van de hypotheekaftrek. Tien jaar daarvoor had partijgenoot Elco Brinkman twintig zetels verloren alleen al met een plan de AOW-uitkering te bevriezen.


Er was een heel grote stapel rapporten van wijze mannen voor nodig om de politici van hun electorale angsten te bevrijden. Pas begin 2007, toen Duitsland de pensioengerechtigde leeftijd twee jaar verhoogde, werd het geopperd. Gerrit Zalm was een van de eersten die riepen dat de AOW-leeftijd in de toekomst met twee jaar zou moeten worden verhoogd. In 2026. Links (vakbeweging, SP, PvdA) en rechts (werkgevers, VVD, D66) verschansten zich meteen in de loopgraven. Het CDA bleef in niemandsland en de PVV heulde met de vijand.


De kredietcrisis was de omslag. Ineens was niets meer onaantastbaar. Net als het taboe op de hypotheekrente werd ook dat op de AOW-leeftijd geslecht. Het CDA ging overstag en 2026 werd 2016.


Het kabinet-Balkenende IV kwam echter voortijdig ten val, waarna het kabinet-Rutte de klus moest zien te klaren. Het compromis dat uiteindelijk tot stand kwam, sneuvelde weer met het mislukken van het Catshuisoverleg dit voorjaar.


Dankzij het Lenteakkoord is nu in vijf weken een verandering doorgevoerd die vijftig jaar onbespreekbaar was en vijf jaar politiek onhaalbaar.


Niemand weet wat de 65-plussers van de toekomst zullen zeggen. In plaats van dat ze 'van Drees kunnen trekken' zullen ze nu voor 'Rutte moeten zweten' - hoewel de verhoging niet het werk is van een VVD-premier maar van VVD-minister van Sociale Zaken Henk Kamp.


Rutte mag 101 worden, 'vadertje Rutte' zal hij wel nooit worden.


Reageren? p.dewaard@Volkskrant.NL


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden