'Ga de discussie aan met de industrie'

Farmaceutische bedrijven zijn de 'pispaal' in de discussie over de kosten van de zorg, vindt Out. De prijsverlaging van dure bloedverdunners bewijst dat er met ze valt te praten.

Prof. dr. Henk Jan Out: 'De sceptici wisten het zeker, het heeft geen zin als de minister met de farmaceutische industrie gaat praten over de medicijnprijzen, de bedrijven lachen erom. Nu zie je wat die scepsis waard is.'

Out reageert op het nieuws van woensdag in de Volkskrant dat na onderhandeling met minister Schippers van Volksgezondheid twee grote farmaceuten dure bloedverdunners flink in prijs laten dalen. Out: 'Het zijn nieuwe, veelbelovende medicijnen, ze zouden de samenleving honderd miljoen per jaar kosten, daar gaan nu enkele tientallen miljoenen af.'

Hij vindt dat de farmaceutische industrie tot 'pispaal' wordt gemaakt in de discussie over de kosten van de gezondheidszorg. 'Er wordt winst gemaakt, zeker. Stel die winst ter discussie, als je die te hoog vindt. Maar houd op over de farmaceutische bedrijven te praten in clichés.'

Zelf zit Henk Jan Out (51) op het snijvlak van wetenschap en industrie. Sinds 1992 deed hij in Oss onderzoek voor Organon en daarna Schering-Plough en MSD, totdat de researchafdeling vorig jaar door de Amerikaanse eigenaar werd gesloten. Nu is hij alleen nog één dag per week bijzonder hoogleraar in Nijmegen; tot deze zomer namens MSD, nu namens zichzelf en daarmee onbezoldigd. Voor de rest houdt hij zich beschikbaar voor de arbeidsmarkt.

Goed, één cliché dan: farmaceutische bedrijven maken misbruik van het recht van patent op hun geneesmiddelen.

'Ik zie geen misbruik. Een producent van een geneesmiddel is één miljard kwijt aan ontwikkelingskosten. Dat geld moet wel worden terugverdiend. Hoe moet je dat doen zonder de bescherming van patenten?'

Een algemene klacht is dat farmaceutische bedrijven op gekunstelde wijzen octrooien trachten te verlengen, bijvoorbeeld door de verpakking te veranderen of van pillen poeders te maken. Is dat niet oneigenlijk?

'Ik weet niet of het op grote schaal verkeerd gaat, maar de discussies zijn er, bijvoorbeeld vanuit de Europese Commissie, mevrouw Kroes. Nu ja, als we met z'n allen vinden dat het niet kan, moeten we de wet aanpassen.

'Dat een fabrikant probeert aan het einde van een patentperiode het maximale eruit te halen, dat begrijp ik wel.'

Het geneesmiddel tegen de ziekte van Pompe, Myozyme is oorspronkelijk bedacht in het Sophia kinderziekenhuis in Rotterdam. Een van de artsen daar zegt nu: ze hebben het medicijn zo duur gemaakt dat we op zoek zijn naar andere middelen. Is Myozyme te duur?

'Dat weet ik niet.'

Voor 170 patiënten kost Myozyme ongeveer 35 miljoen per jaar. Is dat redelijk?

'Je kunt je voorstellen dat bij een klein aantal patiënten en een dure ontwikkeling de prijs van een medicijn per definitie hoog moet zijn.'

De Leidse hoogleraar Kievit zegt dat producent Genzyme aan het Pompe-medicijn enkele tonnen per jaar per patiënt verdient. Is dat redelijk?

'Als je kijkt naar het jaarverslag van Sanofi waarvan Genzyme onderdeel is, zie je dat Myozyme vorig jaar wereldwijd ruim 400 miljoen aan omzet heeft gedraaid. Die maken daar natuurlijk heel veel winst op.'

Is dat redelijk?

'Dat is bijna een maatschappelijke vraag.'

Vindt u het redelijk?

'Ik vind dat de fabrikant moet uitleggen waar die vier, vijf ton aan winst per patiënt vandaan komt.'

Genzyme geeft geen inzicht in de cijfers.

'Als je dat inzicht niet krijgt, moet je je als samenleving nog eens heel goed afvragen of je zo'n duur medicijn wilt blijven vergoeden.'

De multinational GSK betaalde begin dit jaar een boete van 3 miljard dollar wegens dubieuze marketingpraktijken. GSK hoefde het niet eens te lenen bij de bank.

'Het is natuurlijk een vreselijk verhaal. Je bent weer jarenlang bezig om je reputatieschade te herstellen en het grote publiek te laten zien dat je wel degelijk goed bezig bent.'

Misschien moet je gewoon je prijzen verlagen.

'Dat weet ik niet. De grote farmaceutische bedrijven zijn miljarden kwijt aan geneesmiddelen die blijven steken in de ontwikkelingsfase.'

Out noemt Pfizer, een Amerikaans farmaceutisch bedrijf, dat een paar jaar geleden op het punt stond een nieuw, spectaculair middel op de markt te brengen dat het goede vet in het bloed, het HDL, zou verhogen. Het leek een doorbraak, totdat in de laatste fase van de ontwikkeling toch problemen ontstonden. Een investering van een half miljard kon worden doorgespoeld.

Maar als een bedrijf 3 miljard dollar uit de achterzak pakt ...

'Ga dan de discussie aan met de industrie. Je hebt als samenleving een krachtige positie, hoor. Dat zie je nu met de prijsverlaging van bloedverdunners. We kunnen met z'n allen zeggen: die prijs is niet reëel, we vergoeden dat geneesmiddel niet meer. Neem van mij aan dat de farmaceutische bedrijven dat niet leuk vinden en dan best bereid zijn om te praten.'

Sommigen zeggen: het octrooi houdt de hele markt van medicijnen gevangen. Hef het octrooi op.

'Ik snap het, maar het is simplistisch.'

Die simplisten zijn hoogleraren.

'Ik vind het nog steeds simplistisch. Leg mij maar uit hoe je een miljard kunt steken in een geneesmiddel dat niet wordt beschermd door een octrooi.'

Als de octrooien vervallen, zakken de prijzen; je houdt miljarden over voor onderzoek naar nieuwe medicijnen. Wat klopt er niet aan die redenering?

'Het is een redenering voor een goed glas wijn bij de open haard. Denkt men echt dat de academische wereld gesteund met gemeenschapsgeld in staat is het zeer ingewikkelde proces van ontwikkelen, testen en registreren van nieuwe medicijnen tot een goed einde te brengen? Veel succes.

'Wie maakt de keuzes voor welke medicijnen? Welke universiteiten gaan het onderzoek uitvoeren? Zal de overheid de gelden echt reserveren voor onderzoek naar nieuwe medicijnen of vindt men binnen de kortste keren andere bestemmingen?'

Het alternatief is dat we het moeten overlaten aan multinationals.

'Ik zie dat niet zo somber in. Ik denk dat er goede afspraken zijn te maken met multinationals over een onderzoeksagenda en wensen uit de samenleving.

'Vooral in dit land zie je dat je meteen gestigmatiseerd wordt als soldaat van de industrie wanneer je als universitair wetenschapper een studie uitvoert voor een bedrijf. Dat is zeer bedenkelijk. Het leidt tot polarisatie en groteske vooroordelen.'

De industrie heeft een commercieel belang, is de machtige partij. Is het vreemd, die scepsis?

'De industrie moet misschien meer haar best doen, meer openheid betrachten. Maar ik vind ook dat de academische wereld meer vertrouwen moet tonen. Houd op met dat stigmatiseren.

'In deze wereld is het ondenkbaar een geneesmiddel op de markt te brengen zonder inbreng van een commercieel bedrijf. Als dat per definitie compromitterend is, komen we nergens.'

CV

1961 Geboren in Driehuis (gem. Velsen)

1961 - 1987 Artsexamen Vrije Universiteit, Amsterdam

1991 Academische promotie, Universiteit Utrecht

1992 - 2007 Diverse functies bij Organon, waaronder medisch directeur in Cambridge (UK) en hoofd wereldwijde klinische ontwikkeling in Oss

2007 - 2012 Hoofd klinische ontwikkeling Women's Health bij Schering-Plough en MSD, Oss

2010 - heden Bijzonder hoogleraar farmaceutische geneeskunde UMC St Radboud, Nijmegen

Voorzitter Nederlandse Vereniging voor Farmaceutische Geneeskunde en Dutch Clinical Trial Foundation

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden