Fusies geven kiezer meer houvast

Politieke partijen hebben zo’n mager ideologisch profiel, dat kiezers weinig te kiezen hebben. Een districtenstelsel kan uitkomst bieden, betoogt Peter Kanne....

In zijn reactie op het artikel van Hans Wansink (het Vervolg, 2 januari) schrijft Thomas von der Dunk (Forum, 9 januari) dat kiezers niet meer voor een ideologisch samenhangend verhaal kiezen, maar – hap snap – wel voor de lusten en niet voor de lasten. De ‘vloek van de coalitiepolitiek’ is volgens Von der Dunk niet te verhelpen met ‘gekunsteld knip-en-plakwerk’, waarmee hij de voorgestelde hergroepering van de politieke partijen van Wansink bedoelt. Von der Dunk stelt dat het, binnen ons stelsel van evenredige vertegenwoordiging, onmogelijk is een brede partij te smeden. Ik denk dat juist het stelsel van evenredige vertegenwoordiging de democratie doet vastlopen.

Volgens Von der Dunk versplintert de hedendaagse politiek door de sociaal-democratische (sociaal versus liberaal) en de sociaal-culturele tegenstellingen (kosmopoliet versus provinciaal). Ik deel deze analyse, maar niet de conclusie dat door het bestaan van deze assen een hergroepering niet mogelijk is. Die is wel degelijk te realiseren.

De sociaal-democratische en de sociaal-culturele as delen de politieke werkelijkheid in vier blokken, die kiezers en gekozenen voor twee hoofdvragen stellen. Vraag 1: kiezen we voor een internationale of voor een nationale of regionale oriëntatie? En vraag 2: streven we naar solidariteit of individuele verantwoordelijkheid?

De vier ideologische blokken die door die twee dimensies ontstaan, komen overeen met vier langetermijnscenario’s. Indien men kiest voor een kant van de sociaal-culturele dimensie: een nationale of regionale oriëntatie, is er de keuze uit de scenario’s ‘zorgzame regio’ en ‘veilige regio’. Zorgzame regio gaat ervan uit dat de ‘menselijke maat’ terug moet in ons leven. Landen behouden hun soevereiniteit, de EU krijgt niet al te veel ruimte en slaagt er (dus) niet in internationaal een vuist te maken op het gebied van handel of milieu. Dit is het meest populaire scenario: 40 procent van de Nederlanders geeft hier nu de voorkeur aan.

In de opvatting van de veilige regio moeten we ons vooral zorgen maken om onze eigen veiligheid, welvaart en normen en waarden. De overheid heeft vooral als taak ons te beschermen. De verzorgingsstaat is in deze visie niet meer van deze tijd. Een kwart van de burgers verkiest dit scenario.

Aan de andere kant van de sociaal-culturele dimensie vinden we de internationaal georiënteerde wereldbeelden ‘mondiale solidariteit’ en ‘prestatiemaatschappij’. Mondiale solidariteit is gericht op welzijn en welvaart voor allen, ook voor mensen in ontwikkelingslanden. De overheid moet een nadrukkelijke rol spelen. Van alle kiezers kiest ruim een kwart dit scenario.

Voorstanders van de ‘prestatiemaatschappij’ zien een grote rol voor de vrije markt. Zolang het goed gaat met de economie, gaat het goed met ons en andere delen van de wereld. Niet te veel bemoeienis van de overheid en een kleine verzorgingstaat. Van de MKB-bedrijven koos in 2005 44 procent dit scenario. Van de Nederlandse burgers wil echter slechts 7 procent een prestatiemaatschappij. Toch komt dit scenario het best overeen met het sociaal-economische beleid van de kabinetten Lubbers, Kok en Balkenende.

Kiezers kunnen dus wel degelijk een voorkeur voor een samenhangende ideologie uitspreken. Om met Hans Wansink te spreken: ‘Kiezers wisselen weliswaar makkelijk van partij, maar hun opvattingen over de belangrijke vraagstukken zijn tamelijk consistent’.

Kiezers kunnen echter niet voor een ideologisch samenhangend verhaal kiezen zolang dit niet wordt aangeboden. Sociaal-economisch lijken de oude partijen (CDA, PvdA, VVD en D66) zo sterk op elkaar dat het voor het beleid nauwelijks uitmaakt welke partij in de regering zit. De populariteit van de PVV en D66 toont dat de electorale strijd vooral door de sociaal-culturele dimensie wordt bepaald. Over het algemeen heeft het politieke aanbod weinig relatie met wat kiezers willen, laat staan dat het kiezers houvast geeft voor de lange termijn. Het zijn niet de kiezers die hap-snap maar wat doen, het is de politiek die zwalkt.

Ik onderschrijf de ‘hergroepering van politieke partijen’ van Hans Wansink daarom van harte. Het kluitjesvoetbal in de Nederlandse politiek biedt geen herkenbare richting en zal de kiezers verder doen vervreemden van ‘Den Haag’. Maar het is niet te verwachten dat de partijen daadwerkelijk fusies of lijstverbindingen zullen aangaan. Daarom zouden de politieke partijen in de Tweede Kamer de moed moeten hebben een eerste stap tot een hervorming van het kiesstelsel in een (gematigd) districtenstelsel in te zetten.

Bij een districtenstelsel komen vanzelf enkele grote partijen – met een herkenbare ideologische signatuur – bovendrijven. Partijen zullen samenwerking moeten zoeken met partijen die min of meer hetzelfde wereldbeeld aanhangen. Het zal dan voor de kiezer veel duidelijker zijn aan welk soort beleid hij zijn stem geeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden