Fusie rood en groen ligt niet in het verschiet

Het pleidooi van Herman Verbeek voor een samengaan van GroenLinks, SP en Groenen, acht Gerrit Voerman niet erg realistisch. De verschillen zijn te groot en bovendien heeft geen van de partijen er op dit moment belang bij....

'DE geschiedenis herhaalt zich', zo schrijft Herman Verbeek. (Forum, 5 juni). Nadat aan het einde van de jaren tachtig GroenLinks is ontstaan uit het samengaan van CPN, PPR, PSP en de marginale (op de valreep erbij betrokken) EVP, zou de 'fusiebeweging aan de linkerflank van de Nederlandse politiek zich moeten voortzetten.' Volgens Verbeek zijn nu de SP, De Groenen en GroenLinks aan de beurt voor vergaande samenwerking, op termijn gevolgd door een fusie.

Aan zijn pleidooi voor een rood-groen samengaan zitten nogal wat haken en ogen. Want veel meer dan bij de totstandkoming van GroenLinks het geval was, gaat het nu om drie totaal verschillende partijen.

CPN, PSP en PPR waren in de jaren tachtig in ideologisch opzicht behoorlijk naar elkaar toegegroeid. Sociologisch gezien begon ook hun achterban steeds meer dezelfde trekjes te vertonen, en in electorale omvang deden zij niet al te veel meer voor elkaar onder. Van een dergelijk convergentieproces is momenteel bij GroenLinks, de SP en De Groenen in het geheel geen sprake en het is maar zeer de vraag of dat ooit op gang komt.

Van een gemeenschappelijk ideologisch domein is bij GroenLinks, De Groenen en de SP momenteel amper sprake. Het gedachtengoed van de beide laatsten ligt in ieder geval mijlenver uiteen. De Groenen staan een 'ecologistische' politiek voor, waarin de mens ondergeschikt wordt geacht aan de natuur. De holistische visie van De Groenen beschouwt de mensheid, de aarde en het universum als een samenhangend geheel.

De partij bepleit een fundamenteel andere economische orde: een duurzame, groene samenleving gebaseerd op kleinschaligheid, hergebruik, basisinkomen, directe democratie, decentralisatie en spiritualiteit. De Groenen wijzen de gebruikelijke, op sociaal-economische verschillen gefundeerde links-rechts indeling van de politiek af: zowel het liberale marktmechanisme als het socialistische staatsingrijpen zijn antropocentrisch en gericht op economische groei.

Dit oordeel van De Groenen treft zeker de SP. Hoewel zij zich ook als milieupartij presenteert, is de SP in de eerste plaats te beschouwen als een socialistische partij van de oude stempel die aan materiële vraagstukken hoge prioriteit geeft (vergaande inkomensnivellering, hogere uitkeringen, lagere huren). Een sterke staat, socialisering van de voornaamste productiemiddelen en planning op hoofdlijnen behoren tot haar arsenaal. Pas wanneer de kapitalistische productiewijze op de helling gaat, kan het milieuprobleem echt worden opgelost.

Tussen deze twee uitersten bevindt zich ergens GroenLinks. Deze partij is noch zuiver ecologistisch, noch puur socialistisch, maar van beide wat, zoals haar naam al aangeeft. GroenLinks streeft ernaar om duurzame ontwikkeling en economische groei hand in hand te laten gaan, met het accent op het eerste.

De staat is voor GroenLinks zeker niet het panacee tegen alle maatschappelijke kwalen; individualisering wordt enthousiast omarmd. Tot op zekere hoogte aanvaardt GroenLinks het marktmechanisme, zelfs in het milieubeleid. De partij pleit voor een rechtvaardige inkomenspolitiek maar hanteert daarbij wel het principe van 'milieu boven geld'.

Naast deze ideologische verscheidenheid verschilt de aanhang van de drie partijen ook nogal in sociologisch opzicht. Uit ledenonderzoek uit het begin van de jaren negentig blijkt dat toen 16 procent van de leden van GroenLinks gepensioneerd, werkloos of arbeidsongeschikt was. Een kwart van De Groenen behoorde tot deze groep, en bij de SP meer dan een derde.

Slechts de helft van de SP-leden had een baan, tegen bijna 60 procent voor De Groenen en driekwart voor GroenLinks. Van de economisch actieve leden van de SP werkte bijna de helft in de industrie, de bouw en in de transportsector. Het merendeel van de GroenLinkse leden daarentegen was werkzaam bij de (semi)overheid of in de dienstverlening.

Hoewel de beschikbare gegevens summier en gebrekkig zijn, wordt wel duidelijk dat de achterban van de diverse partijen niet al te congruent is, zeker niet in vergelijking met die van de CPN, PSP en PPR in de jaren voor de GroenLinkse fusie.

Met deze ideologische en sociologische heterogeniteit zijn de verschillen tusen de drie partijen nog lang niet uitgeput. Zo loopt de interne organisatie van het drietal sterk uiteen. Die van De Groenen is geschoeid op het model van directe democratie. Alle leden hebben stemrecht op het partijcongres.

De SP daarentegen, van oorsprong een maoïstische groepering die op basis van het democratisch-centralisme functioneerde, kent een getrapte structuur met een sterke positie voor de partijtop. De nog in 1995 aangepaste structuur van GroenLinks zit hier wat tussenin.

Ook wat betreft de functie die de partijen zich in het partijstelsel toedichten, is hun onderlinge variëteit groot. De Groenen zijn te beschouwen als een getuigenispartij in optima forma. Uit onderzoek is gebleken dat de De Groenen veel waarde hechten aan het uitdragen aan hun beginselen en minder zijn geïnteresseerd om hun ideeën via actie of bestuur in de praktijk te brengen.

GroenLinks daarentegen richt zich meer op het parlementaire werk en bestuur. In 1994 beschouwde een aantal GroenLinksers zichzelf zelfs als een potentiële regeringspartij. De SP ziet zichzelf als een uitgesproken protestpartij ('stem tegen') én actiepartij. De strijd voor de belangen van de 'gewone man' staat voorop.

Kortom, de verschillen tussen SP, De Groenen en GroenLinks teveel om op te noemen. Er is veel meer dat hen scheidt dan dat hen bindt, alhoewel er ongetwijfeld in de dagelijkse politieke praktijk soms overeenstemming tussen de drie zal blijken te zijn. Deze is echter te gering om er een samengaan op te baseren.

Bovendien ontbreekt noodzaak ertoe. Vanaf 1977 maakten CPN, PSP en PPR alledrie een structurele electorale neergang mee, in combinatie met een grote ledenexodus. Het zelfstandig voortbestaan van hun partijorganisaties raakte in het geding. Bij de SP en GroenLinks ligt dit geheel anders (de marginale Groenen hier even buiten beschouwing gelaten).

De SP staat er zonder meer goed voor met zowel leden- als kiezerswinst. Bij GroenLinks gaat het wat minder, maar niet echt slecht: enig ledenverlies en een volgens de peilingen wat tegenvallende kiezerswinst. Van een gedeeld besef dat de existentie van de partij gevaar loopt, is geen sprake.

In het verleden hebben De Groenen en GroenLinks meermalen gesprekken gevoerd over bepaalde vormen van samenwerking. Als de onderhandelingen tussen deze donker- en lichtgroene partij al op niets uitliepen, hoe moet het dan wel niet met de SP erbij? Naar omvang zou deze partij een brugfunctie kunnen vervullen, maar ideologisch is zij de meest exentrieke van het drietal.

Bovendien hebben de gewezen maoïsten een kwart eeuw lang noest gewerkt aan de uitbouw van hun partij, en koesteren zij deze als een kostbaar kleinood. Met electorale samenwerking hebben zij niets te winnen, om maar niet te spreken van een fusie.

Al met al moet de kans dat de gewezen maoïsten Jan Marijnissen en Paul Rosenmöller en de ex-kabouter Roel van Duyn saen in één partijcombinatie zullen optrekken, uitgesloten worden geacht. De geschiedenis zal zich niet herhalen.

Gerrit Voerman is hoofd van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden