'Fundamentele tekortkomingen' in Europese begroting

Bij de besteding van het EU-budget weegt het kunnen wegzetten van de miljarden euro's zwaarder dan goede prestaties of het bereiken van nagestreefde doelen. Die harde kritiek uit de Europese Rekenkamer vandaag in haar jaarverslag over 2013.

Beeld anp

Volgens de Rekenkamer is 'het gebrek aan prestatiegerichtheid een fundamentele tekortkoming in de opzet van een groot deel van de EU-begroting'.

Tot 2020, de looptijd van de nieuwe Europese meerjarenbegroting (1000 miljard euro) voorziet de Rekenkamer weinig verbetering. Er is geld, dus moeten er projecten komen ('gebruiken of verliezen'), is volgens de Rekenkamer de leidende gedachte bij de lidstaten als ze de hen toebedeelde EU-subsidies uitgeven.

In de periode waarover de Rekenkamer dit oordeel velt (2007-2013), gaf de EU ruim 900 miljard euro uit. Circa tweederde daarvan was bestemd voor de landbouw en de steun voor regio's die in welvaart achterlopen bij de rest van Europa. De projecten waar het geld naartoe gaat - variërend van de aanleg van wegen tot de omscholing van werklozen - passen vaak niet in een vooropgezet doel. Evenmin bestaan er tevoren vastgestelde streefcijfers waaraan het resultaat kan worden afgemeten.

Meerwaarde niet duidelijk
Verder blijkt uit 19 speciale onderzoeken van de Rekenkamer dat de meerwaarde van de EU-miljarden niet altijd duidelijk is omdat zonder EU-geld de betrokken lidstaten zelf de projecten zouden betalen.

Onder druk van de crisis besloten de lidstaten vorig jaar - op voorstel van de Europese Commissie - het EU-budget voor de periode 2014-2020 efficiënter te gebruiken. De landen krijgen een klein deel van de gelden (6 procent) pas als beloofde prestaties geleverd. Volgens de Rekenkamer zet dit plan weinig zoden aan de dijk.

Nederland uit al jaren kritiek op de besteding van de EU-subsidies. Opeenvolgende ministers van Financiën spraken over het zinloos rondpompen van geld. Over de uitgaven voor 2013 geeft de Rekenkamer geen goedkeurende verklaring, de 20ste keer op rij.

Klein deel betreft fraude
De Rekenkamer schat het foutenpercentage bij de uitgaven in 2013 (148,5 miljard euro) op 4,7 procent, vrijwel hetzelfde als in 2012. Een groot deel van de fouten betreft subsidies voor projecten of onderdelen daarvan die daarvoor niet in aanmerking kwamen en administratieve omissies (verkeerd formulier, handtekening op de verkeerde plaats). Slechts een klein deel van de fouten betreft fraude.

Volgens de Rekenkamer zijn de lidstaten vaak op de hoogte van de fouten maar grijpen ze niet in. Zouden ze dat wel doen, dan kan het foutenpercentage gehalveerd worden. De Rekenkamer geeft pas een goedkeurende verklaring als de foutenmarge minder dan 2 procent bedraagt.

Opvallend is dat projecten waar alleen de Commissie verantwoordelijk is voor het beheer van de gelden, het aantal fouten aanzienlijk lager is dan waar de lidstaten medebeheerder zijn. De meeste fouten met EU-gelden worden gemaakt bij de uitgaven voor regionaal beleid, energie, vervoer, plattelandsontwikkeling, milieu en visserij.

Beeld anp
Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden