Fukushima zes jaar later: de ramp is nog lang niet voorbij

'Wij geloofden, net als jullie nu, dat onze kerncentrales veilig waren'

Fukushima? Denk maar niet: dat is ver weg en die nucleaire ramp daar is alweer zes jaar geleden. Want in de Japanse kerncentrale voltrekt zich nog steeds een ongekende ramp met wereldwijde gevolgen.

Lege straten en schoon asfalt in Namie. Foto Sanne de Wilde

Een Belg, een Italiaan, een Japanner en een Nederlander rijden door een rampgebied. Op de achterbank ligt een geigerteller die gestaag van piep, piep, piep gaat. Als ze de no-gozone naderen, slaat het apparaat dat radioactieve straling meet op tilt en doet piehieeeeep!!! Zegt de Italiaanse, de tolk die vloeiend Japans spreekt: 'Gelukkig kan ik geen kinderen meer krijgen. En jij hebt er toch al drie?' De Nederlandse verslaggeefster knikt en houdt de snel oplopende cijfers die de nucleaire straling aangeven met klamme handen in de gaten. Zegt de Belgische fotografe: 'Maar ik wil nog wel kinderen!'

Opeens is de weg versperd met betonblokken waar agenten voor staan. Ze dragen witte handschoenen en witte mondkapjes, maar dat dragen de taxichauffeurs in Tokio en Kyoto ook. Het biedt nauwelijks bescherming tegen de straling, maar dat hoeft ook niet. De agenten staan vóór de wegversperring en alles daarvoor is schoongeboend en dus veilig, volgens de overheid. Daarachter begint een gebied van twintig vierkante kilometer dat de komende decennia tot verboden terrein is verklaard en alleen met speciale toestemming mag worden betreden. Tsjernobyl in het klein. De agenten nemen de toegangspapieren door terwijl de geigerteller opgewonden 4,9 microsievert (een maat voor nucleaire straling) per uur piept. Op jaarbasis zou deze nucleaire dosis resulteren in 43 millisievert. Dat is 43 keer hoger dan de 1 millisievert die in Nederland is toegestaan.

De agenten stuiten op een onvolkomenheid. De Japanse chauffeur, meneer Hideo Kimoto, staat niet in de papieren vermeld. Dat de gepensioneerde technicus op het allerlaatste moment is geregeld omdat niemand wilde verdwalen in de radioactieve bergen, doet er niet toe. Dat de tolk op z'n Italiaans explodeert, maakt ook geen indruk. We moeten om het zwaar besmette gebied heen en dat is eigenlijk een opluchting.

De tocht wordt voortgezet over de verlaten wegen van de provincie Fukushima dat 'gelukkig eiland' betekent. Voor 11 maart 2011 moet het leven hier inderdaad gelukkig zijn geweest, in de vredige visserstadjes en boerendorpjes. De rijstschuur van Japan werd het genoemd, maar na 11 maart 2011 is niets meer hetzelfde. De groente, het fruit en de vis uit deze streek worden nog steeds gewantrouwd, ondanks de overheidspropaganda. Steun de boeren in Fukushima! Het toerisme ligt op zijn gat, alle nieuwe campagnes - Beste sneeuw! Mooiste warmwaterbronnen! Lekkerste traditionele keuken! - ten spijt.

Lees verder onder de afbeelding.

Vlakbij de no-gozone staan zakken met vervuilde grond opgeslagen. Foto Sanne de Wilde
Medewerkster van het 'Moeders Laboratorium'waar voedsel wordt getest op straling en kinderen op schildklierkanker. Foto Sanne de Wilde

Zo groot als België

Waar ooit rijst groeide en vee graasde, liggen nu miljoenen zakken met radioactieve grond opgestapeld. Overal in het landschap kom je de onheilspellende zwarte en groene zakken tegen. De enige bedrijvigheid die hier nog rest op de landbouwgronden zijn werklui die - onbeschermd - met graafmachines de besmette bovenlaag van de aarde weghalen en in die zakken stoppen. Na de kernramp bleek een oppervlakte bijna zo groot als België radioactief besmet en al zes jaar lang zijn honderdduizenden mannen bezig met deze uitzinnige schoonmaakactie. Totale geschatte kosten van de ramp: 188 miljard dollar.

Piep, piep, piep doet de geigerteller als de chauffeur spookstad Namie binnenrijdt. De radioactiviteit neemt enigszins af en dat is maar goed ook. Per 1 april - over twee weken - wordt deze stad, waar ooit ruim 20 duizend mensen woonden, officieel vrijgegeven. Namie is volgens de regering dan voldoende schoon, de verkeerslichten doen het weer, de compensatieregeling voor de geëvacueerden houdt definitief op, iedereen kan veilig terug naar huis.

Dat na elke regenbui radioactief water vanuit de bergen de bebouwing in de valleien weer besmet, wordt niet verteld. Dat de wettelijke normen voor de hoeveelheid straling waaraan je mag worden blootgesteld na de kernramp met een factor 20 zijn verruimd, daar hebben de autoriteiten het ook niet over. Dat deze stad op 7 kilometer afstand ligt van de zwaar beschadigde kerncentrale van Fukushima Daiichi, mag geen hindernis zijn. Niets wijst er overigens op dat de inwoners zullen terugkeren. De stad is dood, de straten zijn verlaten, de huizen kapot. Het enige wat hier welig tiert, zijn ratten, kakkerlakken en wilde zwijnen.

Op het plein voor het station staat één auto geparkeerd. De auto is van Yoshida Shinya, 41 jaar oud. Hij geeft een rondleiding door de stad die hij zes jaar geleden moest ontvluchten. Hij loopt door het centrum waar de wegen onlangs zijn geasfalteerd en voorzien van maagdelijk witte markeringen. Yoshida vertelt. 'Ik was aan het werk als systeembeheerder toen mijn kantoor om 14.46 uur begon te schudden. Kasten vielen om, mijn collega's gilden, iedereen ging onder een bureau zitten.' Op de aardbeving - met een kracht van 9,1 de zwaarste in de geschiedenis van Japan - volgde een tsunami die bijna de hele noordoostkust verwoestte. Aantal doden en vermisten: 21 duizend.

In het 'Moeders Laboratorium' in Iwaki laat de Italiaanse tolk zich testen. Foto Sanne de Wilde
In het 'Moeders Laboratorium' in Iwaki laat de auteur zich testen. Foto Sanne de Wilde

Na de heftigste aardschokken ging Yoshida snel naar zijn huis in een buitenwijk van Namie. Sinds een half jaar woonde hij weer bij zijn ouders in. Hij had Tokio verlaten om voor hen te zorgen. Gelukkig waren zijn ouders ongedeerd en viel de schade aan hun woning mee. We hebben het ergste gehad, dachten ze. Maar de volgende dag bleek de kerncentrale, die was overspoeld door de metershoge golven, zwaar beschadigd. De hele stad werd geëvacueerd. In totaal verlieten in Japan 470 duizend mensen hun woningen vanwege de ramp. Op de televisie in de nood-opvang zag Yoshida dat de stroom in de reactoren uitviel, evenals de koelsystemen. De oververhitting leidde tot kernsmeltingen en waterstofexplosies, waardoor radioactieve stof in grote hoeveelheden in de lucht en in het zeewater terechtkwam en over heel de wereld werd verspreid.

Yoshida staat stil voor een woning met drie muren. De voorgevel is ingestort en biedt een inkijkje in een leven in puin. Versplinterde stoelen, een gebroken vaas, een gescheurde lamp van rijstpapier. Alleen het Boeddha-altaartje tegen de achterwand is ongeschonden. Over het interieur ligt een onzichtbare laag: nucleaire straling zie je niet. Je kunt het niet voelen, proeven of ruiken, maar ondertussen zit de radioactieve stof overal op en in je. Langzaam neemt het bezit van je.

Lees verder onder de afbeelding.

Mevrouw Matsumoto in haar noodwoning. Foto sanne de wilde

Levendige stad

Yoshida loopt verder naar de Apple Pie, een bar waar hij na zijn werk regelmatig wat dronk met vrienden. 'Dit was zo'n levendige stad.' Hij veegt de tranen onder zijn bril vandaan. Het is de eerste keer na de driedubbele ramp dat hij terug is in het centrum. 'Iedereen dacht dat kernenergie honderd procent veilig was. Dat werd ons verteld door de regering. We leefden van de centrale, veel mannen hadden er een baan. Nu heeft diezelfde centrale al het leven weggenomen.'

Na 11 maart raakte Yoshida in een depressie. Hij was zijn baan, zijn huis, maar ook de hechte familiebanden en vriendschappen kwijt. Iedereen woonde opeens verspreid over Japan, zo ver mogelijk van de kerncentrale vandaan. Een zwarte periode volgde waarin hij zich steeds meer terugtrok. Hij was niet de enige. Door de ramp wonen de geëvacueerden jarenlang in geïmproviseerde onderkomens. Een op de vier lijdt aan een vorm van depressie. Het zelfmoordpercentage is hoog. Kinderen uit Fukushima worden gepest, omdat ze radioactief besmet zouden zijn. Familiebanden zijn verscheurd, gemeenschappen ontwricht, het aantal 'nucleaire' echtscheidingen neemt toe. Volgens de Japanse Herstel Autoriteit zijn de afgelopen vijf jaar 3.400 mensen die de aardbeving en de tsunami hebben overleefd, alsnog overleden door dit soort indirecte effecten.

'Een vriend van mijn vader pleegde zelfmoord', zegt Yoshida, 'zijn bedrijf ging failliet. Hij hing zichzelf op...'

Yoshida staat tegenover een lege McDonald's. Schuin aan de overkant van de straat is het gehavende kantoorpand waar hij werkte. 'Ik heb op internet gekeken hoe ik uit mijn depressie kon komen: buitenlucht, bewegen, met m'n voeten in de aarde was steeds het advies. Toen ben ik boer geworden.' Hij glimlacht. 'Een nucleaire vluchteling die nu biologische rijstboer is in de bergen van Aizu. Ver genoeg van de rampplek.'

Bij het afscheid vraagt Yoshida of er in Nederland en België kerncentrales zijn. De verslaggeefster knikt en zegt dat het merendeel van die centrales oud zijn en geplaagd worden door incidenten. Ouderdom komt met gebreken, zeg maar. Een van de drie kerncentrales in het Belgische Tihange werd nog geen anderhalf jaar geleden stilgelegd na een brand in het niet-nucleaire deel. In het reactorvat van Doel, vlak over de grens van Nederland, en in een reactor in Tihange zitten haarscheurtjes. Een jaar geleden eiste het Luxemburgse parlement unaniem sluiting van de Belgische scheurtjesreactoren. De verslaggeefster zegt tegen Yoshida dat in Nederland de ruimte ontbreekt om grootschalig mensen te evacueren, zoals in Japan gebeurde. De evacuatieplannen zijn een lachertje. Yoshida schudt meewarig zijn hoofd. 'Wij geloofden ook dat onze oude centrales veilig waren. Dit is het resultaat. Trek alstublieft lering uit Fukushima', zegt hij bij het afscheid.

Lees verder onder de afbeelding.

Yoshida Shinya voor de verlaten McDonald's in Namie. Foto Sanne de Wilde
Foto Sanne de Wilde

'Fuckushima'

Chauffeur Kimoto vervolgt de tocht en stopt bij het rode stoplicht in spookstad Namie. Op het tv-schermpje in het dashboard is het laatste nieuws over de situatie in de kerncentrale. Gemeld wordt dat in een van de reactoren de straling extreem hoog is. Waarden zijn gemeten van meer dan 600 sievert per uur. Om een idee te geven: blootstelling aan 1 sievert in een uur is genoeg om ziek of misselijk te worden van de straling. 10 sievert is dodelijk binnen een paar weken.

'Fuckushima', foetert de Italiaanse tolk. 'Ik ben helemaal klaar met die straling.' Opgewonden wijst de chauffeur richting de kustlijn. Kijk! Daar! De kerncentrale! Op nog geen 4 kilometer afstand voltrekt zich een van de grootste milieurampen uit de geschiedenis die de hele wereld bedreigt. Denk nou niet: oh, Fukushima, dat is ver weg en alweer een tijdje geleden. Dagelijks stroomt er zo'n 400 duizend liter radioactief besmet water uit de reactoren vol splijtmateriaal de Grote Oceaan in. Langs de kust van Schotland en in de Ierse Zee zijn concentraties radioactieve vervuiling gemeten die zijn terug te leiden naar de ramp. Dat geldt ook voor de Amerikaanse westkust. En mocht een van de zwaar gehavende reactoren instorten, bijvoorbeeld door een nieuwe aardbeving, dan heeft dat wereldwijd ingrijpende gevolgen.

Volgens de chauffeur is de regering een soort ijsmuur aan het plaatsen, een systeem van koelelementen die de grond rond de reactoren moet bevriezen. 'Maar niemand die ik ken heeft daar vertrouwen in. Het wantrouwen is enorm. Veel mensen vertrouwen zelfs de officiële metingen niet meer.'

Hideo Kimoto werkt als vrijwilliger bij Green Cross, de milieuorganisatie die deze rondreis organiseert. In zijn woonplaats Koriyama, 60 kilometer van de centrale, brengt hij de nucleaire straling in kaart en houdt hij bij welke gedeelten nog schoongemaakt moeten worden. Op verzoek van ouders doet hij ook metingen langs de routes waarop hun kinderen naar school lopen. 'Het is niet zo dat de autoriteiten fout meten, het is beperkt. In goten kan de radioactiviteit opeens gigantisch oplopen', zegt de chauffeur terwijl hij de afslag naar Naraha-stad neemt.

Dit is de eerste stad die na schoonmaakwerkzaamheden werd vrijgegeven. Van de 7.500 inwoners keerden er tot op heden 180 terug. Zoals de familie Igari. Drie generaties staan op het erf het bezoek op te wachten. Opa, oma, twee dochters, een schoonzoon en twee kleinkinderen. Na de aardbeving waren de houten muren van hun traditionele Japanse woning als een kaartenhuis in elkaar gestort. Maar na een grondige verbouwing is alles weer in ere hersteld.

Lees verder onder de afbeelding.

Foto Sanne de Wilde
Verlaten gebouwen in Namie. Foto Sanne de Wilde

Terugkeer

Trots laat opa Igari de woonkamer zien terwijl zijn dochters vis, kip en groenten op de kotatsu zetten, een lage tafel op een deken waaronder verwarming zit. Opa promoot voor de gemeente de terugkeer naar Naraha. Geen gemakkelijke opgave, want het ontbreekt in zijn stadje nog aan voorzieningen en banen. Zijn kleinkinderen moeten elke dag naar school worden gebracht die op drie kwartier rijden ligt. In Naraha wonen op dit moment maar vier kinderen.

Vorig jaar verhuisde de familie terug nadat ze met z'n allen in een piepklein appartement hadden gezeten. Dat waren zware jaren. Vooral oma Igari leed onder het gemis van haar geboortestreek. Toen de wegen en daken waren afgespoeld, de tuinen waren afgegraven en de huizen van binnen waren afgesopt, vonden ze het weer veilig genoeg om terug te keren.

Dat de kerncentrale 6 kilometer verderop nog steeds staat te gloeien, is geen onderwerp van gesprek. De familie kijkt vooruit, iedereen is weer gelukkig en gezond. Kleinzoon Haruto (10) en kleindochter Mirai (6) hebben onlangs hun jaarlijkse screening op schildklierkanker gehad en zijn schoon, zegt hun vader opgelucht. De familie en het bezoek zitten rond de lage tafel en doen zich tegoed aan de lekkernijen. De vis komt van de plaatselijke visafslag, de in tempura gefrituurde groenten uit de streek. In het begin lieten ze het voedsel nog onderzoeken op straling en metalen. Op veel plaatsen in Fukushima zijn voedselmeetpunten ingericht voor de bewoners, net zoals er langs de wegen en in steden displays staan waarop de radioactiviteit wordt weergegeven. 'De waarden vielen steeds onder de norm, dus we laten niets meer meten', zegt oma Igari. 'Alles is in orde.'

De familie Igari is een uitzondering. Van de geëvacueerden keert ongeveer 10 procent terug naar huis en dat zijn voornamelijk ouderen. Gezinnen blijven weg uit angst: kinderen zijn veel gevoeliger voor straling. Zo komt bij de kinderen van Fukushima schildklierkanker momenteel gemiddeld dertig keer zo vaak voor als in de rest van Japan. Vlak na de ramp zijn velen radioactief besmet. Dat had deels voorkomen kunnen worden als de omwonenden jodiumpillen hadden gekregen, maar die zijn op zeer beperkte schaal uitgedeeld. Na blootstelling aan een forse hoeveelheid nucleaire straling is er meestal een incubatieperiode van minimaal vijf jaar voordat de straling zijn schadelijke effecten laat zien. Verwacht wordt dat de komende decennia minstens vijfduizend mensen zullen overlijden ten gevolge van Fukushima. De regering ontkent dit overigens, mede uit angst voor talloze schadeclaims.

Vlak voor vertrek laat oma Igari een braakliggend terrein zien, ingeklemd tussen hun huis en de begraafplaats. 'Dit was mijn groentetuin. Over een paar maanden, als het lente is, ga ik weer beginnen.' Eenmaal terug in de auto met de alsmaar piepende geigerteller op de achterbank, uit chauffeur Kimoto zijn ongenoegen. Hij heeft ook kleinkinderen, vier in totaal, maar hij zou nooit teruggaan naar zo'n besmet gebied op zo'n korte afstand van de centrale. Ook hij had een groentetuin, maar daar zal hij niet meer van eten. Laat staan zijn kleinkinderen. 'Ze krijgen het nooit meer echt schoon', zegt de chauffeur. 'Ze hadden om dat hele gebied een hek moeten neerzetten en voor de komende honderd jaar moeten afsluiten, net zoals in Tsjernobyl.'

Terug naar Koriyama. Een stad zo groot als Utrecht en de uitvalsbasis van deze nucleaire trip. De Belgische fotografe vraagt zich af of ze haar kleren moet wassen. De verslaggeefster stelt voor in elk geval goed de haren te wassen. De Italiaanse tolk roept dat het allemaal onzin is. 'We are already lost in radiation.' De chauffeur parkeert voor het gebouw van Green Cross, een internationale milieuorganisatie die 25 jaar geleden werd opgericht door de voormalige Russische president Michael Gorbatsjov.

Lees verder onder de afbeelding.

Foto Sanne de Wilde
De familie Igari in Nahara. Foto Sanne de Wilde

Getroffen gezinnen

Binnen zit Tokiko Noguchi. Ze is 53 jaar, moeder van twee kinderen en sinds de ramp hoofd van de 'familieclub' van Green Cross, die getroffen gezinnen ondersteunt. Voor die ellendige ramp maakte Noguchi zich nooit druk over de natuur of catastrofen. 'In de 53 kernreactoren die ons land telt, kon niks fout gaan. Dacht ik. Nu beantwoord ik dagelijks vragen van zwangere vrouwen en moeders die bang zijn voor de gevolgen van de straling op de lange termijn. Ze willen weten wat het doet met het immuunsysteem, waar hun kinderen veilig kunnen buitenspelen of ze kopen bij ons hun groente en fruit die speciaal uit andere provincies worden gehaald.'

De ruimte van de familieclub houdt het midden tussen een kinderdagverblijf en een crisiscentrum. Speelgoed op de grond, aan de muren vrolijke posters naast de stadsplattegrond met recente stralinghotspots. Op de tafel folders over juridische bijstand die Green Cross verleent aan gezinnen die een schadeclaim willen indienen bij Tepco, de eigenaar van de centrale. Zelf zou ze het liefst verhuizen, zegt Tokiko. 'Maar het valt niet mee het huis te verkopen. Ik wil niet dat mijn kinderen in besmet gebied opgroeien, daarom zit mijn dochter sinds twee jaar op een kostschool ver weg van Fukushima. Ik zie haar alleen in de vakanties. Mijn zoontje van 10 zou ik ook graag elders willen laten opgroeien, maar hij heeft het syndroom van Down.'

Ze zucht: 'Wat ik verschrikkelijk vind: hier groeit een hele generatie kinderen op die bang is voor de natuur. Als mijn zoontje een bloem wil plukken, roep ik: 'Niet aanraken!' En dat roepen vele moeders met mij. De eerste jaren na de ramp zag je hier geen kind meer buitenspelen.' Daarom houdt Green Cross jaarlijks zomerkampen voor de kinderen in schonere provincies. Vorig jaar zijn de Fukushima-kinderen samen met kinderen uit Tsjernobyl op kamp geweest in Zwitserland. Alles wat deze kinderen niet meer mogen van hun ouders, mogen ze daar wel: zwemmen in de rivier, spelen met zand, buiten de paden lopen.

Lees verder onder de afbeelding.

De noodwoningen voor de inwoners van Katsurao. Foto Sanne de Wilde

Hoewel ook Koriyama zwaar werd getroffen door de nucleaire ramp, nam de stad duizenden evacués op. Een deel van hen, veelal ouderen, woont nog steeds in noodwoningen. Tokiko Noguchi van de familieclub neemt het bezoek mee naar zo'n nederzetting in de bergen van Koriyama. Langs de provinciale weg, in een besneeuwde bocht, rijst een grauw complex op van honderden schoenendozen met raampjes. Hier wonen de inwoners van het dorpje Katsurao. Ze wachten al zes jaar op terugkeer. Het boerenechtpaar Matsumoto is een van hen. Hun besmette koeien werden afgemaakt, de boerderij brandde af, de rijstgronden werden afgekeurd. 'Al onze bezittingen raakten we kwijt', zegt mevrouw Matsumoto (80). Samen met haar man zit ze halfverscholen onder de deken in het ijskoude woonkamertje. 'We raakten zelfs de woorden kwijt om deze ramp te beschrijven.'

Aan de wand hangen vrolijke handwerkjes. Sinds ze de koeien niet meer kan melken, is ze samen met de andere

geëvacueerde vrouwen aan het handwerken geslagen. 'Maar we gaan weer terug hoor', zegt meneer Matsumoto (83) die zijn winterjas aan heeft. Hij klinkt vastberaden en optimistisch. 'De boerderij wordt herbouwd, onze kinderen en kleinkinderen zijn gezond, wat willen we nog meer?'

Buiten voor de deur van het boerenechtpaar schudt de Italiaanse tolk verontwaardigd het hoofd. In haar handen houdt ze een zelfgemaakt handwerkje vast van mevrouw Matsumoto dat ze cadeau heeft gekregen. 'Arme mensen. Fukushima is fucked up. Iedereen hier is verdwaald in de straling.'

Informatie over Green Cross: gcint.org

Meer over