‘Fuck, ik heb zelf een boom’

De beste dj van de wereld draaide met Oud en Nieuw nog in Buenos Aires en staat deze week voor een megapubliek in Colombia, Puerto Rico en Uruguay....

Armin van Buuren (31) is een goedlopend exportproduct. Ooit draaide de Nederlandse dance-dj voor 60 gulden per avond plaatjes in een Leidse studentendisco, waar hij na afloop de toiletten schoonmaakte. Inmiddels reist Van Buuren de wereld over met zijn platenkoffertje (‘met 256 cd’s, ik was twee jaar terug een van de laatste dj’s die van vinyl naar digitaal overstapte’) en draait hij van Manilla tot Amman. Nu is Van Buuren ook nog verkozen tot beste dj van de wereld. Zo’n 350.000 lezers – uit 220 landen – van het Britse blad DJ Magazine brachten hun stem uit.

In het bedrijfspand van zijn platenlabel Armada in Amsterdam-West ontvangt Armin van Buuren de hele dag journalisten en fotografen. Een tv staat geluidloos afgestemd op TMF en uit speakers klinkt 3FM. Zo’n persdag, dat vindt Van Buuren geen lastige bijkomstigheid van zijn baan, sterker nog: hij vindt het ‘hartstikke leuk’.

Lijd je aan het ‘ik ben zo gewoon gebleven-syndroom’?

‘Nou, zo saai ben ik nou ook weer niet. Ik wil het alleen niet mooier maken dan het is. Ik ben gewoon een rechtenstudent uit Leiden die dit is overkomen. Iedereen had hier kunnen zitten, echt. Als je het maar wilt.’

De spreekwoordelijke Hollandse nuchterheid?

‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg, is inderdaad heel Nederlands. Ik merk dat ook wel bij collega-dj’s uit Nederland, die hebben dat allemaal wel een beetje. Geen sterallures. Hoewel... (lacht) ik heb wel net een MTV-crib gekocht.’

Je woont niet meer in een rijtjeshuis in Leiderdorp?

‘Dat staat te koop. Ik ga binnenkort in Leiden wonen. In een vrijstaand huis. Een crib dus.’

Voor hem op tafel ligt een stapel post. Die heeft Van Buuren net opgehaald uit zijn Leidse postbus. Sinds hij aan de top staat in dj-land krijgt hij bergen demootjes opgestuurd van beginnende dj’s wereldwijd. ‘Zullen we even samen kijken?’ vraagt hij, terwijl hij de oogst van twee dagen (een tiental pakketjes) doorbladert. Zweden, Australië, Zuid-Afrika, van overal sturen aspirant-plaatjesdraaiers demo’s naar hun held uit Holland.

Van Buuren maakt een pakje uit Zuid-Afrika open. ‘Een mooi gekleurd hoesje’, zegt hij, ‘leuk, om indruk te maken. En een foto van hemzelf erbij, ook altijd leuk. Alleen een website, geen briefje. De muziek moet spreken, hè.’ Soms zitten er hele boekwerken bij. Of liefdesbrieven. De dj leest en luistert alles. Uiteindelijk belandt het meeste in de prullenbak, maar hij stuurt sowieso altijd een kort bedankmailtje. Hij beslist op smaak, of iets potentie heeft of niet. Zo gaat dat. Maar de producer Van Buuren maakt wel eens een fout. ‘Ik heb wel platen geweigerd die achteraf dikke hits waren.’

Toch weet jij het beste wat ze willen horen op de dansvloer. Je bent de nummer 1 dj van de wereld.

(grote grijns) ‘Ja, ik kan het nog steeds niet geloven.’

Wat betekent het eigenlijk ?

‘Het is geen award van een of andere suffe vakjury. Het komt van de clubbers, de mensen voor wie je het doet. Dat die jóú kiezen, is het hoogst haalbare. Het voelt echt als een bekroning.

‘Het was nooit het doel, maar wel een droom. Het is alsof ik een jongensboek lees. Een beetje als een eerste divisievoetballer die ervan droomt om de Europacup te winnen, zoiets.’

Heeft het nog invloed op je carrière? Kun je nu meer geld vragen?

‘Ik heb een strenge afspraak met mijn manager: ik wil van tevoren nooit weten wat ik verdien.’

Waarom niet?

‘Omdat ik bang ben dat ik dan voor het geld ga draaien, dat risico wil ik niet lopen. Elk mens heeft toch iets hebberigs in zich. Er zitten avonden bij dat het draaien minder gaat, dat het publiek niet goed reageert of dat de zaal half leeg is, dat heb je wel eens. Stel je voor dat ik dan zou denken: wat maakt het uit, ik verdien toch honderd euro per plaatje. Dat is een gevaar.

‘Soms heb ik een briljante avond, 20 duizend man op een strand, en dan hoor ik achteraf: die was gratis. Goh, denk je dan even. Maar meteen ook: het was een geweldige gig, dus wat maakt het uit?

‘Ik draai niet om ervan te leven. Ik draai en ik kan ervan leven, dat is iets anders.’

Je kunt er heel goed van leven.

‘Ja, heel goed. Maar dat is nooit het doel geweest. Dat kan ik met mijn hand op mijn hart zeggen.’

Had je wel een plan dan?

‘Nee, een droom. Een gave platenmaatschappij opzetten, dat wilde ik. En nu zitten we hier met twintig man bij Armada. Als ik hier binnenloop, denk ik soms: jezus, ik ben amper 30 en dan al baas van twintig man.

Nou ja, de baas, ik ben aandeelhouder, het is niet allemaal van mij. Maar laatst was ik bij mijn accountant en die begon een boom te tekenen, met aandeelhouders en holdings enzo. Dat kende ik eigenlijk alleen van colleges bedrijfsrecht. Toen dacht ik wel: fuck, ik heb gewoon zelf een boom.’

Terwijl je wereldwijd plaatjes draaide, studeerde je er ook nog even rechten bij.

‘Dat klinkt heel stoer, maar zo ging het niet helemaal. Ik was eigenlijk eerst jurist en toen pas dj. In 1999 was ik al bijna klaar met rechten toen ik doorbrak. Ik moest nog een paar tentamens en een stage. Dat werd wel een heftige tijd. Twee maanden werkte ik elke dag van acht tot zes op een advocatenkantoor in Amsterdam. Dan stond mijn vriendin op vrijdag met mijn platenkoffer op Schiphol te wachten, dan vloog ik naar Engeland of Duitsland om een heel weekend te draaien, en zat ik maandag weer op kantoor. Na die maanden ben ik vreselijk lang ziek geweest.’

Waar komt het eigenlijk op neer, dj’en, behalve leuk plaatjes draaien?

‘Als popartiest heb je een vast repertoire, als dj niet. Feitelijk heb je als dj de mogelijkheid om alle muziek, nee, zelfs alle geluid dat ooit is vastgelegd, te gebruiken in je set. Iedereen kent toch wel het gevoel als je een te gek nieuw nummer hoort, dat je het aan je vrienden wil laten horen. Andere mensen willen laten horen wat je zelf mooi of goed vindt, dat is de basis van het dj’en.

‘En wat ik verder doe: ik kijk naar het publiek, ik probeer hen te lezen, ik zie waar de sfeer naartoe gaat*’

Je zegt: ik kijk naar het publiek, maar jouw publiek bestaat uit duizenden mensen. Zie je meer dan de voorste rijen?

‘In een gemiddelde zaal heb je zo’n duizend man. Je fans staan vooraan. Die mensen gaan toch wel los, dus dat zijn eigenlijk de minst belangrijke. Natuurlijk moet je hen wel pleasen, want als zij stil staan heb je echt een probleem. Maar je wilt natuurlijk juist ook die mensen die aan de zijkant staan laten dansen. Staan er te veel mannen op de dansvloer, dan heb je alle vrouwen weggejaagd, dan heb je te hard gedraaid. Mannen houden van hard, vrouwen vinden het leuk om mee te zingen. En ze gaan ook altijd als eerste de vloer op om te dansen, die moet je niet wegjagen.

‘Ik heb een soort waslijn: zo van dit en dit wil ik draaien, maar niets ligt vast. Je pleast en je experimenteert. Je moet mensen wel uitdagen, het is een soort balans.

Heb je dat allemaal in de Leidse studentendisco Nexus geleerd, waar je ooit begon?

‘Eigenlijk wel ja. De regels van de dansvloer zijn universeel. Zo heb ik het geleerd, door elke donderdag de hele avond te draaien. Daar leerde ik mensen die niet zo geïnteresseerd zijn in dance of trance toch los te krijgen. Dan mixte ik bijvoorbeeld een typische studentenplaat, zoals It’s Raining Men van The Weather Girls met techno. Kwamen ze allemaal vragen: hé, kun je die remix van de Weather Girls nog eens draaien? En dat was dan mijn remix.’

Je bent als dj een doorgeefluik.

‘Ik draai muziek van anderen, ik ga niet pretenderen dat ik een artiest ben. Ik ben dj, ik draai andermans platen, en een beetje van mezelf.’

Een aantal jaren geleden beleefde dance een hoogtepunt. Is de recessie ingezet?

‘Wat mij betreft niet. Als je naar dit kantoor kijkt ook niet, al is de platenverkoop natuurlijk gedaald, door internet en downloads. Maar zaterdag draai ik weer voor drieduizend man in Amsterdam, voor Armin Only in april hebben we al heel veel kaarten verkocht en ik ga dit jaar op een enorme wereldtournee. Dus nee, ik zie geen recessie.’

Een paar jaar geleden gaven Engelse dj’s zichzelf nog Nederlandse namen, zoals Darren Tate die zich Jurgen Vries noemde. Is Nederland nog steeds dé dance-natie van de wereld?

‘Niet meer. Engeland heeft heel grote dj’s en Duitsland ook. Maar we mogen wel trots zijn op wat we bereikt hebben. Er wordt hier zoveel goeie dance, house, techno, drum ‘n base gemaakt.’

Heb je een ritueel voor je het podium opgaat?

‘Na de soundcheck doe ik vaak een disco-nap, even snel naar bed. En dan nog even door mijn cd-map heen om te kijken welke volgorde ik ga kiezen.’

Weet je de volgorde van tevoren?

‘Ik heb meestal wel een aantal opties, zeker voor hoe ik ga beginnen. Je begin is het belangrijkste.’

Ben je nog zenuwachtig?

‘Jaaaaah. Veel adrenaline, maar ook echt nog zenuwen. Maar dat is ook wel goed of lekker.’

Je zegt ergens: ‘het is elke keer alsof je gaat solliciteren’. Leg eens uit?

‘Je bent zo goed als je laatste set. Je moet elke keer weer opnieuw examen doen als dj.’

Nu nog steeds, met zo’n naam als jij hebt?

‘Zo voelt het voor mij wel. Voor het publiek lijkt dat misschien anders, maar ik moet elke keer weer mijn best doen. Ik maak het mezelf niet graag gemakkelijk.’

Tiësto, Roog, Eric E, veel dj’s hebben een artiestennaam, waarom jij niet?

‘Omdat ik een heel groot ego heb. (lacht) Nee hoor. Ik heb er gewoon nooit over nagedacht. Ik wist niet dat ik zó groot zou worden. Ik dacht: ik ga een keer draaien in Engeland en ik breng een keer een plaatje uit onder de naam Armin van Buuren.’

In 1999 brak je door, zei je. Hoe kwam dat?

‘Dat is net zo’n vraag als: wanneer besloot je dat je dj wilde worden? Dat zijn grote vragen, die kun je niet beantwoorden. (lacht) Ik weet nog steeds niet wat ik later wil worden. (Dan serieus:) Dat gevoel heb ik nog steeds. Echt.

‘In 1999 heb ik blijkbaar een aantal goeie platen gemaakt. En ik leerde toen David Lewis kennen, mijn huidige manager.’

Een goeie manager is dus cruciaal.

‘Zeker. En een aantal hits. Ik had dat jaar gewoon een piekje in mijn carrière. En in februari 2000 kwam ik de Engelse charts binnen met Communication. Vervolgens werd ik uitgenodigd om te draaien in de Cream in Liverpool. Dat is echt het walhalla voor dj’s. Dat kwam toen ook op het journaal: ‘Nederlandse dj Armin van Buuren in de Cream’.

‘Maar ik heb drie jaar in Engeland voor 600 pond gedraaid en dan moest ik mijn eigen vluchten betalen. Daar hield ik bijna niks aan over. Het is echt niet van het ene op het andere moment gegaan. Je moet altijd onderaan beginnen.’

Maar is het meer dan talent? Hoe belangrijk zijn geluk en het tegenkomen van de juiste mensen?

‘Heel belangrijk. Dat is het hele leven zo.

‘Het moet je gegund worden. Je kunt wel ergens goed in zijn, maar ik denk dat motivatie en wilskracht veel belangrijker zijn. Als je iets doet dat je niet leuk vindt: kap ermee, want je bent echt de helft zo productief. Ik kan enorm lange dagen maken, omdat ik geniet van wat ik doe.’

Zijn er dingen die je niet moet doen als dj?

‘Tuurlijk, als het niet goed voor je naam is. Ik heb ook wel fouten gemaakt.’

Vertel eens.

‘Die remix van Herman Brood had ik misschien niet moeten doen. Die film is ook geflopt. Achteraf had ik mijn tijd beter in iets anders kunnen steken.’

Je zei eens: in sommige clubs moet je niet draaien. Waarom niet?

‘In bepaalde clubs kun je niet met trance aankomen. Ik moet niet in de Jimmy Woo draaien, de mensen daar houden niet van trance. Maar dat wordt allemaal door Dave (zijn manager, red.) gedaan, daar heb ik blind vertrouwen in. Een goede agent is echt heel belangrijk in je carrière.

‘Eén keer draaien in een verkeerde club en het kan je naam beschadigen. Een stad met drie discotheken, welke kies je? Kies je de verkeerde en je staat voor een lege zaal, dan zal de andere je nooit boeken. Je zat én bij de concurrent én de zaal bleef ook nog eens leeg.’

Heb je weleens een slechte avond gehad? Dat je denkt: nu is het voorbij?

‘Regelmatig. Nu minder, maar nog steeds. Laatst in Houston op een dinsdag. Enorme zaal, kaartverkoop was heel goed gegaan, maar de helft van de mensen kwam niet opdagen. Ik maak er wel het beste van, maar het is dan toch moeilijk om er een leuke avond van te maken.’

Hoe lang duurde je langste set?

‘Die duurde 12,5 uur, voor minstens duizend man. Om acht uur ’s morgens stond er nog een rij voor de deur.’

Wat is je maximale draaitijd?

‘Soms vind ik een uur al te lang, en soms is negen uur te kort. Dat ligt aan de sfeer.’

En ga je tussendoor nog steeds niet naar de wc?

‘Daar ben ik niet trots op. Ik heb gezien wat voor schade dat kan aanrichten. Het is heel slecht voor je, maar ik moet er gewoon niet aan denken. Ik ben zo met mijn set bezig, ik kan dat niet onderbreken. Ik drink wel water, maar ik verlies ook veel vocht door het springen en alles.’

En je oren, bescherm je die?

‘Ik draag oordoppen. Dat moet je even leren, maar daar kun je gewoon mee draaien.’

Ga je ooit nog de advocatuur in?

‘Dat zou kunnen. Ik weet niet of iemand me nog wil, maar ik vind het nog wel heel leuk. Ik mis ook wel een beetje het contact met het intellectuele, zal ik maar zeggen. Ik kom uit een intellectueel nest. Dat klinkt een misschien beetje elitair...., maar de Volkskrant, VPRO, D66, je kent het wel. We voerden flinke discussies aan tafel.’

Dat mis je dus echt, hoe los je dat op?

‘Ik lees zoveel mogelijk. Een boek of tien, vijftien per jaar en dan in één ruk uit. Al heb ik natuurlijk vaak geen tijd. Voor een boek moet je echt rust hebben.’

Kun je een normaal leven ernaast hebben?

‘Ja hoor. Ik ben heel erg huisje-boompje-beestje. Ik heb al acht jaar dezelfde vriendin, waar ik nog steeds gek op ben. Heel saai wat dat betreft.’

Is dat niet moeilijk soms, omdat jullie zulke andere levens leiden?

‘Het klinkt wel zo, als je het zo zegt. Maar zo is het niet. Ik mis wel veel, verjaardagen, geboorten, begrafenissen. Je sociale kring dunt uit, maar tegenwoordig kan ik het me veroorloven om m’n vrienden mee te nemen. Jongens, we gaan naar Ibiza. Met mijn vriendin ben ik vier keer op vakantie geweest dit jaar, ik plak het achter mijn touren aan. Het is zwaar, maar in elk geval niet saai. Ik sta niet in de file op de A2, zal ik maar zeggen.’

Wanneer gaan dj’s met pensioen?

‘Ik ken geen enkele dj die met pensioen is gegaan. Je kunt heel lang dj’en. Als zanger gaat je stem op een gegeven moment eraan.’

Jij kunt nog even door, met looprek en al?

(lacht) ‘Dat hangt van het publiek af, maar ik zou graag nog een tijdje doorgaan ja.’

Je draait echt over de hele wereld. Zie je veel verschillen tussen het publiek in de verschillende landen?

‘Ja en nee, de globalisering heeft zich als eerste binnen mijn vakgebied geopenbaard. Dankzij internet weet iedereen wat ik draai. Ik draai dezelfde muziek in Beiroet als in Tel Aviv. Cultuurverschillen merk je niet op de dansvloer. Daarom noem ik mijn cd ook Universal Religion, het maakt niet uit wat je bent. Natuurlijk zijn er wel kleine verschillen. Ik draaide vrijdag in Jakarta, daar gaan mensen minder los, maar tóch gaan er mensen los. Terwijl ze in Polen, ook als er geen muziek opstaat, staan te springen en te gillen. Maar in principe draai ik overal dezelfde muziek, en dat komt echt door internet. Als internet er niet was, had ik hier niet gezeten.’ *

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden