Fryske genen

DAT DE Friezen een eigen taal en cultuur hebben waarmee ze op bijvoorbeeld een Elfstedentocht goede sier maken, is algemeen bekend....

Die vraag is onderwerp van een debat tussen genetici van het Academisch Ziekenhuis in Groningen (AZG) en een Friese historicus.

Drs. Meindert Schroor, geschiedkundige en tevens sociaal geograaf met een eigen onderzoeksbureau in Leeuwarden, is boos op de medici. Vorig jaar begonnen die een speurtocht naar de genen die verantwoordelijk zijn voor ziektes als borstkanker, darmkanker en astma. Onderwerp van hun zogeheten genetisch-statistische studie: de Friese bevolking.

Schroor viel vooral over één passage in een onderzoeksvoorstel. Daarin wordt verklaard waarom juist de Friezen werden uitverkoren. 'Op grond van de specifieke bevolkingsstructuur in Noord-Nederland, waar de bevolking weinig ''gemengd'' is en in hoofdzaak afstamt van mensen die reeds meer dan vijftienhonderd jaar geleden in dit gebied woonden.' Dat maakt het namelijk makkelijker bepaalde genetische eigenaardigheden op te sporen.

Maar wat daar staat is onzin, schrijft Schroor in de zojuist verschenen bundel De Vrije Fries, het jaarboek van het Fries genootschap van geschied-, oudheid- en taalkunde en de Fryske Akademy. Historisch en archeologisch onderzoek wijst juist uit dat het eeuwenlang een komen en gaan was van mensen in Friesland. Er is dus helemaal geen sprake van een 'weinig gemengde' Friese bevolking.

Het idee dat Friesland een stabiele gemeenschap vormt met weinig nieuwkomers, zegt Schroor, stamt uit het eind van de negentiende eeuw. Toen verarmde de provincie sterk door een landbouwcrisis en verdween de immigratie. Onder invloed van de romantiek werd toen ook een beeld geschapen van 'een oeroude, authentieke samenleving'. Maar de eeuwen daarvoor was Friesland juist een welvarende kustprovincie geweest waar veel mensen uit allerlei windstreken naartoe trokken.

De genetici zijn niet onder de indruk. 'Dat kan hij wel zeggen', meldt genetisch statisticus dr. ir. Gerard te Meerman van het AZG, 'maar DNA-onderzoek wijst anders uit.'

Uit een onderzoek van enkele jaren geleden, zegt hij, blijkt dat een zeldzame variant van cystische fibrose, of taaislijmziekte, net iets vaker voorkomt in Friesland dan in bijvoorbeeld Zeeland. Dat wijst op het bestaan van een zogeheten founder population: een groepje mensen met die erfelijk overdraagbare aandoening, waarschijnlijk jagers die zich eeuwen geleden in het gebied hebben gevestigd en van wie enkele nazaten zijn gebleven.

Een aantal van hen lijdt nu aan de ziekte. Vergelijkend onderzoek naar hun genetisch materiaal kan daarom aan het licht brengen welke genen daarvoor verantwoordelijk zijn. Dat is veel moeilijker in een meer 'gemengde' samenleving, omdat daar meerdere founder populations in het spel zijn, en het moeilijker is een gemeenschappelijke voorouder te vinden.

Overigens valt het wel mee met de mate waarin de bevolking stabiel moet zijn gebleven, zegt Te Meerman. 'Zelfs als 50 procent is verhuisd, valt nog een statistische afwijking te ontdekken.' En hij hoeft helemaal niet álle Friezen te onderzoeken, het gaat slechts om een klein groepje mensen met een zeldzame aandoening.

De keuze voor Friesland is bovendien vrij willekeurig, voegt hij toe. Hetzelfde onderzoek kan uitgevoerd worden in Noord-Duitsland of Denemarken, waar dezelfde afwijkingen zijn gevonden.

Schroor is nog niet helemaal overtuigd: 'Misschien heeft het geen gevolgen voor het onderzoek, maar dat de huidige Friezen in hoofdzaak afstammen van Friezen van vijftienhonderd jaar geleden, klopt niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden