Frustratie over marathonlimieten

Hoewel ze veel concurrenten achter zich lieten, mogen de Nederlandse marathonlopers niet naar de Spelen. Dat komt doordat de eisen hier relatief streng zijn.

AMSTERDAM - Aan de olympische marathon in Londen zullen flink wat atleten meedoen die langzamer zijn dan Miranda Boonstra en Koen Raymaekers. Minimaal acht landen hebben minder strenge selectienormen dan Nederland: 2.10 voor mannen en 2.27.24 voor vrouwen. Daartoe behoren Groot-Brittannië, Duitsland, Amerika, Spanje, Australië, Canada, Zwitserland en Ierland.


In veel gevallen scheelt het minuten. In Groot-Brittannië, Duitsland en Australië is 2.12 voor mannen voldoende om naar de Spelen te mogen. Voor de vrouwen is het respectievelijk 2.31, 2.30 en 2.32. Spanje, Zwitserland, Ierland en de Verenigde Staten zijn nog coulanter met eisen van 2.14 of 2.15 voor mannen, en 2.33, 2.34 of 2.37 voor vrouwen.


Frankrijk en België behoren tot de weinige landen die op de marathon (iets) strengere selectienormen hebben dan Nederland. In België moeten de mannen 2.09.45 lopen, in Frankrijk 2.10. In beide landen is 2.27 de limiet voor vrouwen.


Nederlandse atleten vinden de scherpe eisen oneerlijk. Boonstra liep vorige week in Rotterdam 2.27.32, 8 seconden te langzaam. Raymaekers kwam in dezelfde stad tot 2.10.35, ruim een halve minuut te traag. Beide atleten liepen in de winderige race een fors persoonlijk record. Ze lieten atleten achter zich die wel voldeden aan de limieten van hun land.


Met 2.31.51 voldeed ook Heleen Plaatzer in Rotterdam aan limieten die gelden in het buitenland. Hetzelfde gold voor Michel Butter, die onlangs zevende werd in Boston.


De marathonlimieten staan niet op zich. Op de meeste atletiekonderdelen zijn de selectiecriteria strenger dan die van de internationale atletiekfederatie IAAF (marathonlimieten: 2.15 en 2.37). Veel andere landen hebben die internationale lijst simpelweg overgenomen.


In Nederland is een andere keuze gemaakt vanwege het topsportbeleid van NOC*NSF. Topsporters worden pas afgevaardigd naar de Olympische Spelen als ze kans maken in de topacht te eindigen. Met die klassering als uitgangspunt zijn de normen en limieten bepaald, door de Atletiekunie in overleg met NOC*NSF en de atletencommissies van beide organisaties.


'We zijn streng', erkent Peter Verlooy van de Atletiekunie. 'Wij vinden dat je bij de beste acht moet kunnen komen.'


De eis is mede ingegeven door het beperkte budget. NOC*NSF wil vooral investeren in deelnemers die een medaille kunnen veroveren. De sportkoepel hoopt dat Nederland een plaats verovert in de toptien in het landenklassement.


Voor Boonstra, Raymaekers en de andere marathonlopers maakt die overweging de strenge selectienormen extra zuur. Zij worden niet of nauwelijks financieel ondersteund.


In sommige sporten gelden opmerkelijke uitzonderingen. Voor tennissers is een plaats bij de beste 54 (vrouwen) of 59 (mannen) op de wereldranglijst voldoende om naar Londen te mogen. In tafeltennis is dat de beste 24. Boonstra en Raymaekers staan op de geschoonde wereldranglijst van dit seizoen (drie deelnemers per land) allebei 26ste.


Voor wegwielrenners zijn de eisen nog soepeler. Slechts één wielrenner uit de Nederlandse ploeg hoeft bij een WK of klassieker te eindigen bij de beste twaalf. De rest (acht of vijf renners) mag mee omdat het NOC*NSF wielrennen ziet als een teamsport. In de praktijk betekent dit dat sommige olympiërs niet eens tot de beste honderd renners behoren van de ranglijst die wielrenunie UCI hanteert.


Funest

Is de Atletiekunie te streng geweest? Hebben andere bonden beter onderhandeld voor topsporters met olympische ambitie? De tennisbond heeft gedreigd met gerechtelijke stappen tegen NOC*NSF als de selectienormen niet zouden worden versoepeld.


Technisch directeur Verlooy gelooft niet dat de sportkoepel strenger is voor zijn atleten dan voor andere topsporters. 'Ik ga ervan uit dat NOC*NSF goed weegt. Het is niet makkelijk. Het is appels en peren vergelijken.'


Verlooy maakte maandag bekend dat Boonstra ondanks het mislopen van de limiet wordt voorgedragen voor deelname aan de Spelen. Marathonlopers hebben hooguit twee kwalificatiekansen per jaar, redeneert hij. Regen en wind kunnen funest zijn. In Rotterdam woei het vorige week zondag behoorlijk. Dat kan Boonstra 8 doorslaggevende seconden hebben gekost. Dinsdag werd haar voordracht voor Londen 2012 alsnog afgewezen door NOC*NSF.


Ook voor andere marathonlopers is geen hoop. Maurits Hendriks, technisch directeur van NOC*NSF, is van plan de volgende vier jaar te blijven streven naar een plaats in de toptien van het landenklassement. Dat betekent dat kans maken op een plaats bij de beste acht voor sporters als leidend criterium overeind zal blijven.


Hendriks is afgestapt van het idee dat soepele criteria de topsportcultuur ten goede kunnen komen. Bij zijn aanstelling, eind 2008, zag de voormalige hockeybondscoach van Spanje dat land nog als voorbeeld. Spanje streeft naar een zo groot mogelijke afvaardiging bij de Spelen en is coulant voor topsporters. Ook marathonlopers.


Boonstra bleef in Rotterdam ruim zes minuten onder de Spaanse limiet, Raymaekers ruim drie.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden