Fritzi's kunst was scheppende wanorde

Fritzi Harmsen van Beek versierde het leven, maar hield haar eigen huis niet schoon. Een tegenstelling, vindt haar biografe. Daar denkt Arjan Peters anders over.

Beeld Rein Janssen

Een neerslachtige poes toespreken op gelijk poëtisch niveau, dat deed Fritzi Harmsen van Beek (1927-2009) in het een halve eeuw geleden verschenen Geachte Muizenpoot en achttien andere gedichten met woorden als goedertierende, radarbesnorde, dubbelgepuntmutste, en het unieke trio 'zwijgzame zwakzinnige allerliefste'.

Er is genoeg geschreven over de verfijnde miniaturen die Harmsen van Beek tekende in strips, boven brieven, in walnoten en op sigaretten. We hadden haar teksten al, gebundeld in In goed en kwaad (2012), en hebben nu ook een Schrijvers-prentenboek vol muizen en foto's van de kluizenares van Garnwerd, Stoeten ritseldingen. Het wachten is nog op de biografie, waar Maaike Meijer aan werkt.

Daarover gesproken. Meijer schrijft een opzienbarende voetnoot: 'Bij al haar hang naar het versieren van het dagelijks leven kon Harmsen van Beek het niveau van gewoon opruimen en schoonhouden niet goed aan. Ze had weerstand tegen de praktische kant van het leven. Jagtlust werd al ontsierd door kattenpislucht, hondendrollen die te lang bleven liggen, de vaat die niet werd gedaan. In Garnwerd werd dat niet veel beter. De verklaringen hiervoor zijn complex (en speculatief) en gaan het bestek van dit essay te buiten.'

Scheppende wanorde

Hierbij een poging. Iets maken (een gedicht) is iets anders dan iets wegmaken (bijvoorbeeld rommel, dat noemen we opruimen). En aan bewaren ontleent men een plezier dat, schreef Harmsen van Beek, 'van een gelukkig onoverzichtelijke langdurigheid is (de weggooi-kick is een belevenis van een paar seconden), maar bovendien bewaren kan men praktisch met alles doen. Oude familieleden, bijvoorbeeld, ongeopende belastingaanslagen, nog gave dekseltjes van genekte potjes en pannetjes, daar krijg je last mee, als je die niet netjes bewaart. Zowel met je omgeving als met je geweten.'

Uit de chaos scheppen kunstenaars een eigen orde. Fritzi's kunst was scheppende wanorde. Haar versierdrang valt onder het verlengen van plezier. Hondendrollen opvegen of de vaat doen zou een te vluchtig genoegen schenken. Bovendien brengen zulke handelingen orde aan, en daar was het Fritzi niet om te doen.

Wat zou ze hebben gevonden van Opruimen, dat is de kunst! van Ursus Wehrli, net in broekzakformaat verschenen (De Harmonie; euro 7,50)? Een zandbak, parkeerterrein en bakje friet herschikt hij in komische rijtjes. Wehrli doet wat wij met Fritzi's werk hebben gedaan; scheiden. De teksten in het ene boek, de plaatjes in het andere.

Dat is een schijnorde. Die twee werelden horen bij en door elkaar, in eigenwijze harmonie.

Denkt u hieraan, Maaike Meijer, bij het ordenen van uw materiaal, dat Fritzi de onderschatte kunst van het niet-opruimen tot in de finesses beheerste?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden