Friezen strompelen verdeeld naar 'Fryslân 500' in 1998

Een Fries reveil. Een nieuw Fries bewustzijn. Daarmee zou de officiële introductie van de nieuwe provincienaam Fryslân op 1 januari 1997 gepaard moeten gaan....

WIO JOUSTRA

Van onze verslaggever

Wio Joustra

LEEUWARDEN

Het land van Fedde en Foekje en 'hoe sûp ik 'm op syn Frysk' - 'Foekje, een cola-beer? Ik hou niet van beren, Fedde. Nee, Foekje, ik bedoel een cola-beerenburg' - is in de greep van een ernstige identiteitscrisis. De Friese politiek strompelt, introvert en tot op het bot verdeeld, naar 1998.

Dat moet het jaar worden van een zeer 'onfries' feest: het vijfhonderdjarig bestaan van Friesland als zelfstandige eenheid in een groter verband. Onfries, omdat de bezetting door het leger van hertog Albrecht van Saksen, stadhouder-generaal der Nederlanden, weliswaar een einde maakte aan de heilloze twisten tussen de Schieringers en Vetkopers, maar ook aan de lang gekoesterde vrijheid van dit gewest.

Dat commissaris van de koningin Loek Hermans zich stoort aan het cynisme over de viering van 'Fryslân 500' is een miskenning van de Friese geschiedenis van vóór 1498 en een ontkenning van de feiten. De meeste Friezen interesseert dit soort partijtjes niets. Ze maken zich niet druk over hun taal, culturele identiteit of bestuurlijke eigenheid.

Maar de 'diepfriezen', de minderheid die de Friese cultuur fanatiek uitdraagt, vieren veel liever het behoud van de vrijheid. Zij komen elk jaar bijeen aan de IJsselmeerkust om te vieren dat in 1345 in de Slag bij Warns het leger van graaf Willem IV werd verslagen. Voor hen markeert 1498 het begin van de onderdrukking door een centraal gezag.

Een 'hollandocentrisch' feest, noemt Jan van der Baan, fractieleider van de Frysk Nasjonale Partij in de Provinciale Staten 'Fryslân 500' dan ook. Maar Van der Baan behoort dan ook tot een zeer kleine clan die het liefst het herstel van het laatmiddeleeuwse Friese rijk zou zien, van Alkmaar tot Esbjerg.

Als er wat gevierd moet worden, doe het dan goed, meent Oebele de Vries, docent Oudfries en Friese geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij schreef onlangs in de Leeuwarder Courant: 'De landjes op het grondgebied van wat nu Friesland heet kregen een Duitse heerser die de grondslag legde voor een sterk overheidsgezag. In die zin was 1498 beslist een keerpunt in de geschiedenis van de provincie. Maar het duurde tot 1506 eer die landjes een bestuurlijke eenheid werden. Ze kregen gezamenlijk nog niet de naam Friesland, dat duurde tot 1515. En ze werden nog geen provincie, dat duurde tot 1579. Het vieren van feest in 1998 onder het motto ''Fryslân 500'' is daarom in mijn ogen simpelweg onmogelijk.'

Een tweede discussie die dit najaar is gevoerd in it bêste lân fan ierde is die over de toekomst van Friesland, en dan vooral de economische toekomst. Het college van Gedeputeerde Staten organiseerde een heuse inspraakronde over hun toekomstvisie 'Veranderen om te Behouden'. Op de vier neisimmerjûnpetearen (nazomeravondgesprekken) kwamen duizend mensen af, van wie honderd het woord voerden.

Ze legden enkele missers bloot van GS, zoals het negeren van de wadden als natuurgebied met internationale allure en de verwaarlozing van de potenties van de Afsluitdijk. Maar opvallend was vooral het geringe verzet uit de bevolking tegen het plan de economische ontwikkeling te koppelen aan de kenmerken van het platteland.

Dat kan volgens GS door het werken en wonen nog sterker dan voorheen te concentreren in twee stedelijke zones: Westergo, van Leeuwarden, via Franeker tot Harlingen en de A 7, en van Sneek, via Heerenveen naar Drachten.

In die twee zones ligt de nadruk op economische groei, in de rest van de provincie op het behoud van wat er is.

Maar in de Friese Staten werd vorige week toch weer teruggegrepen op oude recepten voor nieuwe kwalen. GS moesten beloven binnen enkele maanden met een nota over de positie van de zeventien regionale centra te komen. De conclusie is gewettigd dat de Staten zich conformistischer opstellen dan het Friese volk en teruggrijpen naar de tijd van trekschuit, diligence of paardentram.

De nationalist Van der Baan vreest dat door de concentratie op economische groei en 'floridarisering' - de ontwikkeling tot aantrekkelijk woongebied voor rustzoekende forenzen en rijke ouden van dagen - Friesland zijn identiteit vernietigt en de Friezen een rol wacht als 'inheemse schoenpoetsers voor de koloniale machthebbers van de 21ste eeuw'. Een klucht, vond Henk Buitenhuis (SGP/RPF), waarmee Van der Baan solliciteert 'naar een plaats in de Friese podiumkunst'.

Hilariteit en folklore. Het is precies waar velen in Friesland zo bang voor zijn. Burgemeester Hayo Apotheker van Leeuwarden: 'Met alleen een sterk toeristisch imago redt Friesland het niet.' Ronduit schokkend was het hoge gehalte aan egocentrisme in de Friese Staten.

Verdergaande samenwerking met Groningen en Drenthe is geen thema in de Friese toekomstvisie. Commissaris van de koningin Hermans schetst een internationaal perspectief van Friesland als ontbrekende schakel tussen Rotterdam en Hamburg. Ligt Groningen daar ook niet ergens tussen? Het fin de siècle nadert en Friesland kruipt in zijn schulp. In die zin betekent de verandering van Friesland in Fryslân geen vooruitgang.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden