Frietkot hoort bij cultureel erfgoed van Vlaanderen

BRUSSEL - Voor een echte Belg is een pak frites meer dan eetwaar. Het is de gezelligheid van het frietkot op het marktplein, de nostalgie van de puntzak, de vaste frietdag eenmaal per week. Die 'frietkotcultuur' wordt nu in Vlaanderen erkend als immaterieel cultureel erfgoed.

De beroepsvereniging van frituuruitbaters Navefri lobbyde vijf jaar voor de erkenning, en hoopt ook Wallonië, Duitstalig België en uiteindelijk de Unesco te overtuigen. 'Niet dat de Belgische frietkotcultuur bedreigd wordt', zegt Navefrivoorzitter Bernard Lefèvre. 'Maar ze wordt als vanzelfsprekend ervaren en dat is een gevaar.'

Volgens Lefèvre is de frietkotcultuur een geheel van ongeschreven regels, zoals het gebruik van een puntzak in plaats van een plastic bakje. 'Misschien zullen frituuruitbaters daar nu weer over nadenken. De lijn tussen een frituur en fastfood is duidelijk, maar ze is niet waterdicht. In een wereld waar alles op elkaar begint te lijken, moet je zorg dragen voor de plekken waar je je thuis voelt.'

Lefèvre denkt niet dat de erkenning extra omzet zal opleveren. 'Iedere buitenlander die naar België komt, eet sowieso al friet. En 96 procent van de Belgen gaat naar de frituur. De anderen zitten in de gevangenis of liggen in het ziekenhuis.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden