Friesland kan blijven drijven

Het toerisme in Friesland krijgt een fikse impuls met een ambitieus merenproject. Maar niet iedereen staat te juichen. ‘De mensen in het dorp missen hun praatje bij de brug.’..

De kerk van het oud-Friese dorpje Wergea (Warga) wordt ontsierd door een spandoek met de tekst ‘Hoe faak wippen Dina en Appie tijdens de merke?’ De winnaars van de dubbelzinnige prijsvraag kunnen uitzien naar een diner voor twee in de lokale ‘gasterij’ (eerste prijs) of een geheel verzorgde barbecue (tweede prijs).

Dina is een stoere vrouw die zich in een blauwe sweater van de gemeente Boarnsterhim en een reflecterend hesje op een stoel naast de brug heeft geposteerd. Ze is de breagewipper, de brugwachter, van Warga. En ze heeft ze er een klein handeltje in gerookte paling bij. Dat kan gemakkelijk, helemaal nu ze de oude brug over de smalle vaart steeds minder hoeft te wippen. Sinds een paar weken geleden de staandemastroute is geopend, varen veel boten door een nieuw gegraven kanaal met een bocht om Warga heen.

Een paar honderd meter buiten het dorp komen ze dan bij die andere wipper: Appie Zwerver. Een trotse Fries, stammend uit een geslacht van skûtsjesilers. Met zijn collega Jan Zeilstra overziet hij vanuit zijn torentje het nieuwe vaarwater. ‘Met behulp van de glasvezel’ bedienen zij vanaf deze plek nu drie bruggen in de staandemastroute.

De nieuwe situatie is hét gesprek in het dorp. ‘Waardeloos’, vindt Dina. ‘Ik heb niets te doen, vandaag pas twintig boten. En de mensen in het dorp missen hun praatje bij de brug. De levendigheid is eruit.’ De lokale supermarkt is volgens haar ook gedupeerd. ‘De bootjes leggen hier niet meer aan om inkopen te doen.’

Dat laatste is wel de bedoeling van het Friese Merenproject, waarvan de staandemastroute een belangrijk onderdeel is. ‘Het draait erom de werkgelegenheid en de inkomsten in de toeristische sector te verhogen’, zegt projectleider Jaap Goos in zijn werkkamer op het provinciehuis in Leeuwarden.

Als er ergens tekort aan is in Friesland, dan is het wel aan laaggeschoold werk. De afgelopen jaren zijn er veel banen in de maakindustrie naar lagelonenlanden verplaatst. De landbouw is steeds minder arbeidsintensief geworden. Maar ook voor jongeren die hbo hebben gedaan, is het lastig een baan te vinden. Velen verlaten de provincie.

Groei in de toeristische sector kan uitkomst bieden. Mede met hulp uit Brussel heeft Friesland ‘als economisch achtergebleven EU-regio’ daarom besloten flink te investeren in het sterke punt van de provincie: het water. Sinds 2000 is er inmiddels 245 miljoen euro in de Friese vaarwegen gestoken. ‘Waarvan 70 procent overigens gewoon door de provincie en de gemeenten is opgebracht’, haast Jaap Goos zich eraan toe te voegen.

Het meest in het oog springende project dat met het geld is gebouwd, zijn vijf aquaducten. Goos geeft college bij een provinciekaart. ‘De lange wachttijden bij bruggen wekte bij veel watersporters irritaties op. Het werd er vaak gevaarlijk druk. Daarom zijn die aquaducten gebouwd. Ook op de weg is er nu minder oponthoud. Een adviesbureau heeft voorgerekend dat de betonnen waterbakken het bedrijfsleven jaarlijks 2,5 miljoen euro schelen.’

Maar er is nog veel meer gedaan: het starteiland in het Snekermeer, dat gedurende de komende Sneekweek weer volop dienst zal doen, is volledig gerenoveerd. Ook zijn de beroeps- en pleziervaart nu beter gescheiden. Met name dat laatste moest volgens Goos echt gebeuren omdat het grote aantal huurboten de schippers van de Rijnaken in het Prinses Margrietkanaal vaak een hartverzakking bezorgde. ‘Het is eigenlijk een wonder dat er zo weinig ongelukken zijn gebeurd.’

Nu zijn er parallelle vaarwegen gecreëerd, waaronder dus de staandemastroute. Het zijn toeristische verbindingsvaarten die tussen de verschillende watersportgebieden lopen. Ze voeren langs dorpjes en zijn ook voor grotere pleziervaartuigen goed bevaarbaar. Met dat oogmerk zijn de afgelopen jaren bruggen verhoogd, vaarten verdiept en verbreed, terwijl langs de route aanlegsteigers zijn gebouwd en havens opgeknapt.

Twarres
Dat ze in Warga over de route klagen vindt Appie, die zelf uit een buurdorp komt, daarom maar kortzichtig. ‘Ze hebben niet door dat er nu veel meer boten het dorp passeren en dat de nieuwe vaart onderdeel is van een groter geheel.’ Hij noemt Warga ‘een bijzonder dorp’, de inwoners zijn volgens hem allemaal heel muzikaal. ‘Twarres komt er vandaan, net zagen we Siep van der Ploeg, de zanger van De Kast, nog langsfietsen. Hij heeft wat met zij van Twarres.’ Maar van de handel, wil Appie maar zeggen, hebben ze in Warga weinig begrepen. ‘Als ze een fatsoenlijk terras zouden openen en passanten met borden langs de route verleiden om aan te leggen, dan kunnen ze ervan profiteren.’

Elders in de provincie lijkt het Friese Merenproject al wel zijn vruchten af te werpen. Het toerisme is bijna de enige bron van inkomsten die niet terugloopt. Integendeel: de afgelopen drie jaren groeide de sector met 13, 9 en 0 procent. Dat is zo’n 5 procent beter dan het landelijk gemiddelde. Sinds er met het project is begonnen, zijn er ruim 2.700 banen in toerisme en recreatie bij gekomen.

Veel protest heeft het ingrijpende infrastructurele project dan ook niet opgeleverd. ‘Er waren natuurlijk wel gedupeerden die bezwaar maakten, zoals de bewoners van woonboten, die het aantal passerende schepen voor hun raam ineens ingrijpend zagen toenemen’, zegt Goos. Maar verder bleef de schade beperkt. Zelfs de milieubeweging kwam niet groots in het geweer omdat behoud van het landschap een belangrijk onderdeel was van het project. ‘Het landschap is de reden dat de watersporters hier komen.’

In de tweede fase van het Friese Merenproject – die nu is ingegaan en tot 2013 zal duren – krijgt het landschap een nog grotere plek. Al wordt er ook nog gewoon gebaggerd en gebouwd: het noordelijk deel van de Elfstedenroute wordt bevaarbaar gemaakt, en de capaciteit van de toegangssluizen wordt vergroot.

‘Duurzaamheid is de trend in de watersport’, zegt Goos. ‘We willen daarom energieneutrale havens bouwen en de waterkwaliteit omhoog brengen door het makkelijker te maken de vuilwatertank bij de havens te legen.’ Uit onderzoek is gebleken dat toeristen zich nu vaak storen aan grote bouwwerken en oneigenlijk kleurgebruik in het landschap. Goos: ‘Mensen associëren Friesland toch met groen, bruin, rood en blauw. Als er dan ineens een gele loods in het landschap staat, storen ze zich daaraan. Ook dat proberen we aan te pakken.’

De hele operatie wordt net als de afgelopen jaren met een welhaast chirurgische precisie aangepakt: achter elke handeling schuilt een consumentenonderzoek. Het team van Jaap Goos werkt daarvoor nauw samen met Marketing Fryslân, waar Paul van Gessel de scepter zwaait. Met een nauwkeurige blik op de bezoekers van de site beleeffriesland.nl en de boekingsgegevens die de stichting van haar leden krijgt, houdt zij constant de vinger aan de pols van de toeristische sector in Friesland.

Gezinnen
Als geen ander weet Van Gessel welke groepen toeristen er naar Friesland komen en – belangrijker – wie er commercieel interessant is. De infrastructuur en de marketing worden daarop afgestemd. Er is vooral veel geld te verdienen aan gezinnen met kinderen jonger dan 15 jaar en stellen van boven de 45 in de wat grotere boten. Ze hebben veel van de wereld gezien en kiezen bewust voor het mooie Friese landschap. Ze varen weinig en gebruiken hun boot vooral als mobiel vakantiehuisje. ‘Een beetje het type van de Volkskrant-lezer, nu ik er zo over nadenk’, zegt de geboren marketingman.

Overal langs de oevers tref je de stereotypen van Van Gessel aan. In de propvolle jachthaven van Stavoren bijvoorbeeld. Daar ligt de huurboot van de familie Van der Pijl uit Hoofddorp. Geen Volkskrant-lezers – ‘wij hebben een lokaal dagblad’ – maar wel een gezin met twee kinderen van onder de 15. Ze zijn net uit eten geweest en spelen nu nog een spelletje koehandel in de kajuit van hun motorkruiser. De boterkoek van de lokale bakker staat op tafel.

Het is een prima vakantie, vinden ze. ‘Het is eigenlijk een camper op het water.’ Het besturen van de boot valt mee. ‘Met zo’n boegschroef erin kan iedereen varen’, vindt vader Van der Pijl.

De twee zoons zijn vooral enthousiast over het bijbootje met buitenboordmotor. De huur van de boten en het liggeld maken de vaarvakantie van een week tot een prijzig tripje. ‘Je kunt er drie weken voor kamperen.’

Zeiljacht
Ook de familie Dijkstra uit Joure heeft meer geld uitgegeven dan de bedoeling was. Zij liggen aangemeerd voor de brug van Warga te wachten tot de pauze van Appie en zijn collega Jan voorbij is. Daarna varen ze door naar huis. Het gezin met vier kinderen is zoals elk jaar met het 10 meter lange zeiljacht weg geweest. ‘We passen er net met z’n allen in.’ Twee weken hebben ze vanaf hun boot Ameland en Terschelling verkend. ‘We hebben braaf het advies van staatssecretaris Heemskerk opgevolgd om tijdens deze crisis de vakantie in eigen land, of zelfs in eigen provincie, door te brengen.’

Paul van Gessel verwijst eveneens naar de uitspraak van Frank Heemskerk over de crisis. Zijn bureau heeft er slim op ingespeeld. Hij zag vorig jaar september al, ‘nog voor de val van de Lehman Brothers’, dat het aantal boekingen terugliep. ‘Dat liep parallel met het teruglopen van het consumentenvertrouwen. Toen heb ik gezegd: jongens, er komt een recessie aan.’ Van Gessel wist: tijdens een economische dip gaan mensen minder ver en minder duur op vakantie. ‘Daarom heb ik zendtijd ingekocht bij de lokale radio-omroepen in Nederland en bezuinigd op de promotie in het buitenland. Alleen de campagnes in Noord-Duitsland gingen onverminderd door.’

Van de buitenlanders die Friesland bezoeken, is 80 procent Duits. Goede klanten: maar liefst 60 procent van alle verhuurde motorjachten gaat naar Duitsers. Vaak kopen ze na een paar jaar huren een eigen boot. En dat is weer goed nieuws voor de werven. Kopen na huren deden ook Herr und Frau König uit Noord-Duitsland. Op het dek van hun grote motorjacht overzien ze vanachter hun boek de haven van Stavoren, waar een lichte mist van barbecuerook hangt. Sinds 1991 hebben ze een eigen boot in Sneek, waar ze elk tweede weekend heengaan. ‘Het mooie van Friesland is dat je gewoon de stadjes in kunt varen. Wij blijven komen.’

Marketing Fryslân richt zich de komende jaren op allerlei ‘innoverende initiatieven’ om de nieuwe infrastructuur aan de man te brengen. Daarvoor heeft Van Gessel net nog een extra Europese subsidie gekregen. Er wordt niet alleen aan een betere internetmarketing gewerkt, inclusief vernieuwende ‘games’. Een ander idee is via draadloze netwerken mensen toeristische informatie te verschaffen over het dorp waar ze langskomen.

Wat ze in Warga ook mogen zeggen, ‘toerisme wordt de redding van Noord-Nederland’, denkt Van Gessel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden