Friese trots

De rijkdom die uit de tentoonstelling spreekt, is wat je in de neutrale architectuur enigszins mist.

Architectuur ***

Fries museum, 2002-2013. Bierman Henket architecten en Bonnema architecten.

Wilhelminaplein 92, Leeuwarden. Friesmuseum.nl

Het duurt weliswaar nog vijf jaar voordat het zo ver is, maar met de opening van het nieuwe Fries Museum vandaag waant Leeuwarden zich nu al een beetje culturele hoofdstad. Trots als een Fries staat het gebouw aan het Wilhelminaplein, in het hart van de stad. Een reusachtige houten luifel op kolommen omarmt een natuurstenen doos met daarin, als een enorme vitrine, de monumentale trappartij waarover de eerste bezoekers hun weg naar de dertig expositiezalen zoeken.

Een boppeslach noemen ze het museum, ontworpen door Bierman Henket architecten, in de Friese hoofdstad - een opsteker van jewelste. Een paar jaar geleden was het Zaailand, zoals het Wilhelminaplein in de volksmond heet, nog een desolate vlakte, met tegenover het neoclassicistische Paleis van Justitie een treurig winkelcentrum uit de jaren tachtig. Het project Nieuw Zaailand moest daar verandering in brengen. Met een grotere parkeergarage onder het opnieuw ingerichte plein. Met extra winkels en luxe appartementen. En met als kroon op het werk het nieuwe museum, dat 80 duizend bezoekers per jaar verwacht te trekken.

Het verhaal van het museum leest als een jongensboek. In 2001 werd bekend dat de overleden Friese architect Abe Bonnema 18 miljoen euro naliet om een nieuw museum te bouwen. Hij stelde slechts twee voorwaarden. Eén: het moest op het Zaailand komen, de plek waarvoor hij zelf zo graag een ontwerp had gemaakt, maar destijds de competitie verloor. Twee: architect Hubert Jan Henket, bekend van de renovatie van het Teylers Museum in Haarlem en het onlangs opgeleverde museum De Fundatie in Zwolle, moest het ontwerpen. Een wens die Henket uiteraard graag inwilligde.

Het idee achter het gebouw is simpel: het moest 'de huiskamer van Leeuwarden' worden, een plek waar iedereen zich welkom voelt. Vandaar de uitnodigende houten luifel, de transparante entreepartij en de houten bankjes die rond de kolommen zijn gemaakt. Vandaar dat de architect de begane grond als een openbare straat heeft ontworpen, met daaraan de ingang naar de parkeergarage, café 'Thus' en de museumwinkel. En vandaar dat het filmhuis, dat ook 's avonds leven in het gebouw zal brengen, op de eerste verdieping is gevestigd. De hoop is dat wie eenmaal binnenloopt en zijn blik omhoog laat gaan door de metershoge vide, zich zal laten verleiden om ook het museum te bekijken.

Er was wel een probleem. Toen Bonnema's testament bekend werd, hadden ontwikkelaars al plannen gemaakt voor deze plek. Die wilden ze niet zomaar opgeven. Voor de confrontatie die volgde, heeft Henket geen echte oplossing gevonden. Aan de noordzijde, waar een hap uit het museum is opgeofferd aan winkels, is het als een solitair ontworpen gebouw 'vastgeplakt' aan een nieuw bakstenen winkelpand. Een bizarre aansluiting die het museum danig ontsiert.

Gelukkig kon de architect binnen zijn eigen gang gaan. Hier laat hij wederom zien dat hij een meester is in het creëren van een terughoudende, tijdloze architectuur. Met basale materialen als hout, natuursteen en glas heeft Henket rond de centrale hal een uitgesproken ruimtelijk interieur ontworpen. Zelfs de stopcontacten zijn onzichtbaar weggewerkt; geen detail dat de witte ruimtes verstoort. Sober, recht voor z'n raap is het museum. Net als de Friezen zelf, aldus de architect.

Maar zijn Friezen echt zo? Als je door de museumzalen loopt, zie je ook een minder nuchtere kant. Mata Hari, de Hindelooper pronkkamers, het op het werk van Charles en Ray Eames geïnspireerde woonhuis in Hardegarijp van architect Bonnema, door Henket een 'Bourgondische Fries' genoemd. De rijkdom die uit de tentoonstelling spreekt, is wat je in de neutrale architectuur enigszins mist. Je merkt het op het moment dat je in de bovenste zalen loopt. Daarvoor maakte de architect houten cassetteplafonds, die het daglicht gefilterd naar binnen laten stromen en qua sfeer vaag doen denken aan het huis van Bonnema. In die paar ruimten weet de architect het karakter van het museum het best te treffen.

ABE BONNEMA ARCHITECTUURPRIJS

De Friese architect Abe Bonnema (1926-2001) is vooral bekend door zijn kantoor voor Nationale Nederlanden in Rotterdam. Hoewel zijn functionalistische gebouwen zich niet makkelijk in het hart laten sluiten, draagt Bonnema de Nederlandse architectuur postuum wel een warm hart toe. Hij liet niet alleen enkele miljoenen na om het Fries Museum te bouwen, maar ook om 'de kwaliteit van architectuur in Nederland te stimuleren'. De Abe Bonnema Architectuurprijs, die op 11 oktober voor het eerst in het Fries Museum uitgereikt zal worden, beloont de architect van 'het beste bouwproject van de afgelopen twee jaar' met 50 duizend euro. Volgend jaar volgt de eerste editie van de Abe Bonnema Aanmoedigingsprijs voor jonge architecten.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden