Friese taal krijgt langzaam status

Deze maand is het 25 jaar geleden dat het Fries een verplicht vak werd op de basisschool. 'Knuppelvrijdag' was in 1951 de doorbraak....

Van onze verslaggever Karin Sitalsing

Het is 660 jaar geleden, maar zeer Frieszinnige Friezen gedenken nog elk jaar de Slach by Warns, waarbij de Hollandse graaf Willem IV werd verslagen. De slag wordt beschouwd als een grote overwinning van de Friezen op de Hollanders. Leaver dea as slaef, staat er op het monument in Warns: liever dood dan slaaf.

Twee eeuwen na 'Warns' hadden de Friezen minder succes. Rond 1550 lukte het de Hollandse graven wél Friesland te overmeesteren. Als gevolg hiervan werd de Friese taal gedegradeerd van officiële bestuurstaal tot een taal die je alleen thuis sprak. Zoals Piet Paaltjens dichtte: 'Naar ploeg en koestal vluchtte uw taal.'

Bijna was het Fries uitgestorven. Dat dit niet gebeurde is mede aan Gysbert Japickx (1603-1666) uit Bolsward te danken. Hij vond het onnatuurlijk om in het Nederlands te dichten en ging dat doen in een soort fonetisch Fries. Toch werd het Fries steeds meer gezien als een minderwaardige taal. Dat is hoe de Hollanders het beschouwden, en dat is waar de Friezen zelf in gingen geloven - tot nu.

Een doorbraak voor het Fries was Kneppelfreed, knuppelvrijdag. Op 16 november 1951 dreef de politie een manifestatie voor de Leeuwarder rechtbank uiteen met knuppels. De menigte was woedend, omdat ze niet bij het proces tegen journalist Fedde Schurer mocht zijn. Die had in een commentaar een rechter beledigd, die een veearts het recht had ontzegd om Fries te praten op de zitting.

Kneppelfreed heeft veel teweeggebracht, vertelt Jelle Bangma van Cedin, de organisatie voor educatieve dienstverlening in Leeuwarden. 'Toen kregen de mensen weer het gevoel dat het Fries wel iets voorstelde. Jarenlang had het Friese volk te horen gekregen dat hun taal boers en minderwaardig was.'

Anders dan vaak gedacht wordt, zijn lang niet alle Friezen trots op hun taal. Er zijn Friestaligen die hun kinderen Nederlandstalig opvoeden uit angst voor een achterstand; het Fries zou hun maar in de weg zitten. 'Het Calimero-effect', noemt hoogleraar Fries aan de Universiteit van Amsterdam Durk Gorter dat. 'Een soort bescheidenheid.'

Veel Friezen schakelen automatisch over op het Nederlands als een gesprekspartner hen niet verstaat. Deden ze dat maar wat minder, denkt Koen Eekma. Hij is directeur van de Afûk, de organisatie die Friese taalcursussen geeft aan Friezen en niet-Friezen. 'Bijna 100 procent van de Friezen vindt dat de taal behouden moet blijven, en 80 procent vindt dat onderwijs en overheid daar een belangrijke rol in moeten spelen.'

Eekma: 'Maar met die houding alleen zijn we er niet. De Friezen moeten beseffen dat ze zelf aan de basis staan. Wij richten ons daarom de komende tijd vooral op jonge gezinnen, we wijzen hen op de mogelijkheden van een tweetalige opvoeding. Er zijn Friese kinderboeken, Friese peuterspeelzalen. Daar willen we meer aandacht aan geven.'

Recent onderzoek wees uit dat steeds meer geboorte-advertenties in het Fries worden opgesteld. Hoogleraar Durk Gorter: 'Maar die ouders kiezen niet altijd voor een Friestalige opvoeding. En als er geen jonge sprekers bij komen, zal het Fries steeds meer terrein verliezen.'

Eekma: 'Wie de Friese taal mooi vindt, moet er zelf aan trekken om die taal te behouden. Dus: de taal gebruiken waar het kan, en de reflex onderdrukken om onmiddellijk over te schakelen op het Nederlands.

'Als iemand fiifennjoggentich de eerste keer niet verstaat, kun je het best een keer herhalen in plaats van meteen 'vijfennegentig' te zeggen. Friezen mogen wel wat vastberadener worden, zonder onfatsoenlijk te zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden