Fretje wil cadeautjes

Trippel Trappel wordt een sinterklaasfilm op zijn Hollywoods, een statement tegen materialisme.

Jawel, ze hebben het erover gehad, in de Haagse animatiestudio Anikey. Natuurlijk. Hier wordt sinds 2008 gebrainstormd, nagedacht en getekend aan een sinterklaasfilm, die oktober volgend jaar in de bioscoop zal verschijnen. De film is inmiddels in de fase aanbeland dat het verhaal zo'n beetje plaatje voor plaatje vastligt, dat de personages op papier staan en twaalf animatoren dagelijks aan de film werken.


Dus uiteraard hebben regisseurs Albert 't Hooft en Paco Vink hun eigen Zwarte Pieten even extra streng bekeken, de afgelopen weken. Ze zijn er gerust op. Vink: 'Ik heb helemaal aan het begin een ontwerper een plaatje gestuurd van een Zwarte Piet zoals je die nog wel eens op verpakkingen ziet, met kroeshaar en dikke lippen. Met een rood kruis er doorheen. Zo moest het dus niet. Er is nog niet gekleurd, dus mocht er een beslissing komen om ze alle kleuren van de regenboog te geven, dan is het voor ons een kwestie van een muisklik. Maar Sint en Piet zijn bijrollen - daar willen we helemaal geen statement van maken.'


Dat hoeft ook niet. Trippel Trappel maakt al statements genoeg. Het is de eerste Nederlandse, geheel met de hand geanimeerde speelfilm sinds Als je begrijpt wat ik bedoel (1983). Het is tevens de eerste Nederlandse animatiefilm met compleet nieuwe karakters en verhaal, vertelt producent Arnoud Rijken trots tijdens een blik achter de schermen. 'Lange animatiefilms uit Hollywood trekken zalen vol kinderen. Dat wilden wij ook wel eens', aldus Rijken, die met Michiel Snijders en hun productiehuis il Luster vooral korte animaties maakte. 'Iedereen roept altijd dat het niet kan in Nederland. Het maakt ons extra gemotiveerd.' Zijn er geen risico's? 'Risico? Niemand kende Buzz Lightyear voor Toy Story', stelt Vink zelfverzekerd.


Voor de twaalf animatoren in de Haagse studio is 'Fretje' inmiddels bekender dan hun eigen huisdier. In Trippel Trappel wil de fret ook wel eens cadeautjes van Sinterklaas, en gaat samen met een wandelende tak (Takkie) en een kanarie (Kari) op pad om dat bij de goedheiligman aan te kaarten. Onderweg leert het gezelschap dat vriendschap belangrijker is dan materialisme. 'We wilden echt iets maken voor de Nederlandse markt. En Sinterklaas is ook een goed thema omdat animatie tijdloos is en de doelgroep iedere drie jaar vernieuwt.'


Ergens aan een bureau komt Fretje onder de digitale pen van animator Marlyn Spaaij tot leven. Met grootse armgebaren probeert Fretje zijn vrienden te overtuigen dat Sinterklaas fantastisch is. Nee, Spaaij is hem na maanden animeren nog steeds niet zat - integendeel. 'Je kunt veel lol hebben met zijn enthousiasme. En hij is moeilijk te tekenen. Hij gaat snel op een beertje of een katje lijken. Of zelfs op Mickey Mouse.'


Om dat te voorkomen ligt er op elk bureau een 'animatiebijbel' - een boekwerkje van een pagina of honderd met daarin de personages getekend van alle mogelijke kanten en in alle mogelijke poses, met overal aanwijzingen in rode kriebelige lettertjes. 'De vorm van Kari's hoofd is geen perfecte cirkel. Het lijkt meer op het hoofd van een menselijke baby', valt er bijvoorbeeld in te lezen, met ernaast een priegelig getekend vogeltje met babyhoofdje. En bij Fretje: 'Voorzichtig met zijn haar. Het wordt gauw een hanenkam.'


Zo'n handleiding is ook noodzakelijk om alle animatoren in dezelfde stijl te laten tekenen, omdat er geen traditie is van lange animatiefilms zijn de meeste van hen gewend om voor zichzelf te werken. Ze kregen een week om de karakters onder de knie te krijgen. Verder is het een kwestie van veel over elkaars schouder meekijken en wekelijks gezamenlijk terugzien wat er gemaakt is. Wat ook helpt is dat zij door hun digitale tekentafel precies dezelfde basis hebben.


En zo kan geen van hen in Trippel Trappel een scène aanwijzen die ze helemaal zelf hebben gemaakt. 'Al moeten ze er wel iets van zichzelf inleggen', haast regisseur Vink zich te zeggen. 't Hooft: 'Het is net als met acteurs. Als regisseur kun je zeggen: hier moet je blij zijn, hier boos. Maar hoe ze dat vervolgens doen, bepalen ze zelf.'


Producent Rijken geeft vast een sneak preview op een flatscreen. Trippel Trappel moet vooral een familiefilm worden, benadrukt hij. Geen arty-farty gedoe 'in de traditie van Mondriaan ofzo'. 'Waar ik echt een hekel aan heb, zijn animatiefilms voor de animatiefilmer. Ken je The Illusionist? Daar komt op een gegeven moment mist in voor en dan zijn de makers heel trots dat ze daar twintig lagen voor hebben gebruikt. Maar er gebeurt geen flikker in die scène, en je ziet de miljoenen voorbij vliegen. Dat vind ik zonde.'


Niet elk los plaatje hoeft een schilderijtje te zijn om een goed verhaal te vertellen, is het motto bij Anikey. Het voornaamste doel is een film maken die kinderen met rode wangen de bioscoop doet verlaten. 'De onderwerpkeuze en landschapjes zijn heel Nederlands, maar we wilden op zijn Hollywoods een groots avontuur creëren met knuffelbare hoofdpersonen'.


Opmerkelijk is de keuze voor 2D-animatie - in Hollywood uit de gratie. Onterecht volgens de regisseurs, die de tekenfilms uit de jaren veertig van Disney en Warner Bros als belangrijkste invloed noemen. 'Daar zijn we mee opgegroeid!' Dat is letterlijk te zien: zo zijn van een moeder in de film alleen de benen te zien, zoals bij Tweety; een scène op het ijs knipoogt vrolijk naar Bambi. En Maarten Toonder? Die duikt op als standbeeld op een plein.


En zo glad als het kan met een computer, de regisseurs hechten er waarde aan dat je het oude ambacht terug ziet. 't Hooft wijst trots naar wat krasserige potloodlijnen rondom een boomwortel. 'Je ziet nog altijd het handwerk van de animator. Mensen vergeten nog wel eens dat er iemand is die letterlijk de film beeldje voor beeldje zit te tekenen. Bij ons zit er liefde in elk frame.'




Sinterklaas Sells

Toen scenariste Tamara Bos rond de eeuwwisseling een idee rondom een sinterklaasfilm probeerde te slijten, kreeg ze nog te horen dat het feest op zijn retour was. Tegenwoordig is het doodnormaal dat zeker twee sinterklaasfilms elkaar vanaf de herfstvakantie de bioscoop uit beconcurreren.


Het zijn vaak goedkope producties, onafhankelijk geproduceerd, of spin-offs van televisieseries, neergesabeld door critici. Desalniettemin leverden Sinterklaas en de Pepernoten Chaos (Martijn van Nellestijn) en De Club van Sinterklaas & De Pietenschool (Melcher Hillmann) dit jaar al respectievelijk 150 en 200 duizend euro op.


Hoe werd de Sint hot? En waarom zijn die slechte films toch zo succesvol? Natuurlijk: door het succes van televisieseries De Club van Sinterklaas (sinds 1999) en Het Sinterklaasjournaal (sinds 2001) keerden de kansen.


Maar de beerput in de bioscoop ging open nadat Tamara Bos' uiterst geslaagde Het paard van Sinterklaas in 2005 een onverwachte hit bleek. En niet alleen omdat het tijdens het Nederlands Film Festival hoge ogen gooide en bewees dat een film over Sinterklaas ook internationaal verkoopbaar was. Bos: 'Het woord sinterklaas in de titel bleek een enorme marketingwaarde te hebben die wij helemaal niet hadden voorzien.'


Sinterklaas sells, dus ook de makers van televisieseries gingen nadenken over speelfilmmogelijkheden en de op regionale televisie uitgebrachte producties van Martijn van Nellestijn kregen een kans in de landelijke bioscopen.


Bennie Stout (2011) is in de reeks sinterklaasfilms ook een vreemde eend in de bijt. Een echte sinterklaas-klassieker wilde regisseur Johan Nijenhuis en producent Klaas de Jong maken, waarin verklaard werd waar tradities vandaan komen. 'Naar het Amerikaanse voorbeeld van de kerstfilm', zegt De Jong. 'Dat was er nog niet en we vonden dat Nederland zo'n film verdiende.'


Kwalitatief goede sinterklaasfilms kunnen volgens De Jong nooit een groot commercieel belang hebben, daarvoor zijn ze te duur. 'Na de herfstvakantie heb je nog maar een paar weekenden dat hij in een bioscoop kan draaien.'


De Jong en Nijenhuis kozen expres niet het woord sinterklaas in de titel. 'Dat vonden we goedkoop.' En dat is de associatie die steeds meer mensen lijken te krijgen door alle Sinterklaas-en-het-geheim-van-het-verdwenen-mysterie-achtige-films. De lowbudgetproducties trekken steeds minder bezoekers.


En een kwaliteitsfilm? De financiering is lastig, benadrukt De Jong. De plannen rond Bennie Stout lagen al jaren op de plank omdat men redeneerde dat er met Het Paard al een kwalitatieve Sinterklaasfilm was.


Nu zijn er met de vervolgfilm Waar is het Paard van Sinterklaas? (2007) drie films die de tand des tijds kunnen doorstaan en die de omroepen voor de jaarlijks vernieuwende doelgroep nog jarenlang kunnen uitzenden.


Dan moet je dus echt met iets nieuws komen. De Jong: 'Ik denk niet dat er een producent in Nederland is wiens handen jeuken.'


Meer geld voor animatie


Trippel Trappel is een van de drie lange Nederlandse animatiefilms die te zien (zullen) zijn in de Nederlandse bioscopen. Dat is geen toeval: het Filmfonds maakte de afgelopen jaren meer geld vrij voor dit soort producties: zo investeerde het in Nijntje - De Film (release afgelopen jaar), kreeg Trippel Trappel een half miljoen ter beschikking en stak het fonds afgelopen zomer 350 duizend euro in Pim & Pom, het avontuur dat in 2014 in uitkomt. Trippel Trappel-producent Arnoud Rijken denkt dat de films elkaar vooral kunnen versterken. 'Ik hoop juist dat het een succes wordt, dat mensen erop gaan vertrouwen dat Nederlandse animaties van kwaliteit zijn.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden