Reconstructie Coen Klawer

Fraudeur tegen wil en dank: hoe een ‘fiscaal avontuur’ ordinaire belastingontduiking bleek te zijn

Misschien was ik naïef, zegt behangfabrikant Coen Klawer. Maar zo kun je dus de boot in gaan als accountants je via een zonnig eiland een fiscale structuur aansmeren. 

Coen Klawer, ondernemer in muurdecoratie Beeld Jiri Büller

Woedend loopt directeur Coen Klawer op 17 september dit jaar het magazijn van zijn behangbedrijf in Schoonhoven binnen. Vloekend begint hij met dozen te sjouwen, maar veel rustiger wordt hij er niet van.

Klawer (50) is zojuist gebeld: zijn voormalige account Romke van der Veen heeft van de tuchtrechter in Zwolle een berisping gekregen. Een berisping! Wat stelt dat nou voor? Klawer had op zijn minst gerekend op een flinke schorsing. Wat hem betreft hadden ze de voormalig topman van advieskantoor Baker Tilly Berk (BTB) voorgoed uit zijn vak gemieterd.

Van der Veen is berispt omdat hij als accountant de jaarrekeningen van Klawers bedrijf Spits Wallcoverings niet goed heeft gecontroleerd. De behang­ondernemer had een belastingstructuur waarin geld via Cyprus en de Britse Maagdeneilanden stroomde, zodat hij in Nederland minder belasting hoefde te betalen. Een fiscale truc die adviseurs van Baker Tilly Berk (BTB) voor hem hadden opgetuigd. Legaal, hadden ze Klawer verzekerd.

Dat bleek later helemaal niet het geval. In 2014 bestempelde de Belastingdienst het fiscale avontuur van Klawer als ordinaire belastingontduiking. Hij trof een schikking met de fiscus en betaalde ongeveer 6 ton aan ontdoken belasting. Later dat jaar stapte Van der Veen op als topman bij Baker Tilly Berk. Vanwege betrokkenheid bij een ‘mogelijk fiscaal ontoelaatbare structuur’, stond er wat eufemistisch in het begeleidende persbericht. Alle grote kranten meldden het nieuws. Want het internationale BTB is een grote speler in de advieswereld; in 2017 controleerde het kantoor de jaarrekening van 87 Nederlandse gemeenten.

Na zijn vertrek kreeg Van der Veen een tuchtklacht van het Openbaar Ministerie aan zijn broek, die uiteindelijk leidde tot zijn berisping. Daarmee was voor hem de zaak afgedaan. Tegenwoordig is hij actief als zelfstandig adviseur.

En dat maakt Klawer zo kwaad. Voor hem is de zaak nog lang niet klaar. Hij ging er financieel bijna aan ten onder. Al zijn spaargeld ging op aan de schikking met de fiscus en de rekeningen van zijn advocaten. En nog steeds hangt hem een strafzaak boven het hoofd, omdat het Openbaar Ministerie hem als hoofdverdachte ziet.

Daarom wil Klawer graag zijn verhaal vertellen. Over hoe BTB hem de ‘fiscale structuur’ verkocht als een standaardproduct, als een legale belastingtruc. Hoe het kantoor hem vervolgens in de steek liet toen het handigheidje toch illegaal bleek te zijn en deed alsof hij het allemaal zelf bedacht had. Hoe zijn adviseurs daarna de rechter misleidden, met behulp van Nauta Dutilh hun straatje schoonveegden en de hele kwestie afdeden als een incident. ‘Zo laagbijdegronds allemaal. Ze liegen en draaien. En niemand heeft het gedaan.’

Fiscaal gegoochel

Wat Klawer overkwam, staat niet op zichzelf. De fiscale constructie die hem door BTB werd aangeraden, is van hetzelfde soort als de constructies die opdoken in de Panama ­Papers, de in 2015 uitgelekte administratie van het Panamese advieskantoor Mossack Fonseca, dat schimmige belastingroutes bleek te hebben opgezet voor ruim tweehonderdduizend internationale klanten, onder wie vooraanstaande politici, zakenlieden en sporters.

Mede door de Panama Papers is er de laatste jaren meer aandacht gekomen voor fiscaal gegoochel. Afgelopen zomer nog deed de Fiod invallen op meerdere adressen die aan Mossack Fonseca konden worden gelinkt. Ook het advieskantoor en zijn medewerkers op Cyprus waarmee Baker Tilly Berk samenwerkte, komen in de Panama Papers voor.

Advieskantoren komen vaker in opspraak wegens het faciliteren van corruptie, omkoping of belastingontduiking. Zo trof KPMG in 2013 een schikking met justitie voor haar rol bij het ‘verhullen’ van smeergeldbetalingen door bouwbedrijf Ballast Nedam. Begin dit jaar besloot het OM accountantskantoor EY te vervolgen omdat dit verzuimd had te melden dat een van zijn klanten de dochter van de voormalige Oezbeekse president had omgekocht.

Coen Klawer loopt langs de metershoge stellages in zijn magazijn. Bijna 500 duizend rollen behang per jaar verkoopt hij, genoeg om 2,5 miljoen vierkante meter mee te bedekken.

Een vakidioot wil hij zichzelf niet noemen, als hij met computeronderdelen of tuinmeubelen geld had kunnen verdienen, was hij daarin gestapt. Maar na dik twintig jaar in het vak geldt hij wel als een echte behangkenner. Klawer weet wanneer hij drukte kan verwachten. ‘De afgelopen maanden waren vreselijk. Te warm, dan gaat niemand zijn huis opnieuw behangen.’ En hij weet wat de consument wil. ‘Bladeren op de muur. Palmbomen, tropisch regenwoud, dat soort dingen. Daarvoor plakten ze er houtstructuren op, dat is nu weer uit.’

Maar goed, dat is het ‘middensegment’. Boven, in een vergaderkamer, heeft hij zijn exclusieve collectie uitgestald. Prijzig behang, dat hij bijvoorbeeld aan interieurarchitecten verkoopt die er hotelmuren mee beplakken. Klawer pakt een stukje zwart behang, met een goudkleurig patroon. ‘Dit is de duurste rol die ik heb. 2.000 euro per stuk, vanwege het met de hand ingelegde goud.’

Na het mbo en een hbo-studie small business begint Klawer in de jaren negentig zijn carrière bij een Duitse behang­fabriek. Op zijn 30ste wordt hij daar directeur. Als het bedrijf in 2005 failliet gaat, maakt Klawer een doorstart en wordt hij eigenaar. Een van de eerste dingen die hij doet, is een nieuw merk kopen, voor een paar duizend euro. Dat zal hij voortaan op zijn behang plakken.

En zo begint het.

Beeld Jiri Büller

Belasting besparen

Kort na aankoop van dit merk heeft hij in maart 2005 overleg met zijn vaste fiscalist Bas de G., bij de Rotterdamse vestiging van BTB. Het is eigenlijk een iets te groot advieskantoor voor zijn onderneming, maar ze deden ook al de boekhouding toen hij nog geen eigenaar van de behangfabriek was en kennen de zaak goed. Alles regelen ze voor hem – jaarrekeningen, aangiften, hij hoeft nergens meer naar om te kijken.

Als hij De G. vertelt dat hij een nieuw merk heeft gekocht, zegt de fiscalist hem dat BTB daar fiscaal wel ‘wat leuks’ mee kan doen. ‘Ik begreep er weinig van, maar het kwam erop neer dat ik door een royaltyvergoeding belasting kon besparen.’ Klawer gaat naar huis, denkt er eens over, bespreekt het met een adviseur van zijn bedrijf en zijn accountmanager van zijn bank.

Die hebben wel wat vragen, bijvoorbeeld of dat zomaar kon, belasting besparen? En of het niet met de Belastingdienst besproken moet worden? Nee, dat is volgens De G. allemaal niet nodig. Ze hebben de beste specialisten in huis, die weten heus wat ze doen. En dus stemt Klawer er al snel mee in.

Minder belasting betalen via een zonnig eiland: had hij zelf nooit twijfels over dat voorstel? ‘Ik zat niet zomaar bij een kantoortje op de hoek, hè. Ik betaalde ze dikke rekeningen. En ik kreeg het voorgespiegeld als een heel goed product.’ Ja, nu vindt hij dat zelf ook nogal naïef. ‘Maar de discussie die de afgelopen jaren gevoerd is over de morele kant van belastingtrucs, speelde toen ­helemaal niet. Op mijn hbo-opleiding ging het altijd over belastingtrucs via de Antillen. En over het optimaliseren van je belastingdruk.’

Nadat hij akkoord is gegaan, hoeft ­Klawer weinig meer te doen. Af en toe moet hij wat gegevens opsturen. Ondertussen tuigen ze bij BTB zijn ‘fiscale structuur’ op. Het idee is eenvoudig. Elk jaar steekt Klawer een deel van zijn omzet – ongeveer 2 ton – in de fiscale structuur. Dat geld maakt een rondje via ­Cyprus, naar de Britse Maagdeneilanden terug naar Cyprus, en van daaruit krijgt Klawer het weer op zijn ­Nederlandse bankrekening gestort. Zo hoeft hij veel minder belasting te betalen.

Dit soort structuren worden in die tijd bij Baker Tilly Berk begeleid door Jan Swinkels van het kantoor Den Bosch. Een hotshot, volgens zijn collega’s. Swinkels werkte in het verleden bij de fiscus, had een eigen advieskantoor en werkte bij het prestigieuze KPMG, voordat hij door BTB werd aangetrokken vanwege zijn internationale kennis.

Maar bij BTB is niet iedereen blij met dit soort internationaal gegoochel, blijkt uit interne mails. In de periode dat ondernemer Klawer de belastingontwijking als ‘standaardproduct’ verkocht krijgt, wordt er bij het kantoor overleg gevoerd over over truststructuren, omdat ‘de opvattingen over de houdbaarheid van dergelijke structuren aan verandering onderhevig waren en zijn’.

Ook over de structuur van Klawer ­hebben sommige medewerkers twijfel, blijkt uit mailtjes. ‘Iets wat wij normaal niet hanteren’, schrijft een bezorgde ­collega aan fiscalist Bas de G. En in de opdrachtbrief voor de constructie wordt een uitzonderlijk uitgebreide disclaimer opgenomen. ‘Wij aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid over een door u tot stand gebrachte truststructuur, noch over de gevolgen op de belastingheffing en de hoogte van de door u beoogde besparing’, staat in de disclaimer.

Jan Swinkels vindt die bezorgdheid overdreven. In juni 2007 mailt hij een collega over deze disclaimer. ‘We houden elkaar lekker bezig zo.’ En in een andere mail aan een collega schrijft Swinkels heel stellig dat er niets mis is met het fiscale avontuur van Klawer. ‘Tot zover mijn bijdrage aan een, naar mijn mening reeds ten voeten uit gevoerde discussie, waar ieder het zijne van mag denken, maar waarbij niet steeds naar (non)- argumenten gezocht moet worden om klamme handen te bezorgen’.

Klawer krijgt helemaal niets mee van deze interne discussies. Om alles af te ronden, moet de ondernemer naar Cyprus om contracten te ondertekenen en een bankrekening te openen. Op 16 januari 2007 vliegt hij erheen. ‘Ik werd daar ontvangen door Jan Swinkels, op het kantoor van Baker Tilly Proios in Limassol’, vertelt Klawer. ‘En waren nog meer Nederlandse ondernemers en Swinkels liep van kamer naar kamer om iedereen de papieren te laten ondertekenen.’

Klawer zet ‘een keer of vijf’ zijn handtekening, maar de stukken leest hij niet meer door. ‘Normaal teken ik nooit blind papieren, maar ik had ingestemd met de structuur en daar hoorde dit bij. Het moest snel en ik begreep er toch weinig van.’ Die middag opent hij een bankrekening en is hij de trotse eigenaar van een aantrekkelijke fiscale structuur. ‘Het was net alsof ik een bankrekening bij een bank opende of zo. Gewoon wat papier tekenen en klaar.’

Letter of wishes

Een van de documenten waar Klawer die dag zijn handtekening op zet, is een zogeheten letter of wishes. Het hoort allemaal bij de papieren werkelijkheid die het advieskantoor voor Klawer heeft opgezet. Het idee erachter is dat Klawer formeel niets te maken mag hebben met de trustmaatschappij op Cyprus waar uiteindelijk zijn geld belandt. Tegelijkertijd is het natuurlijk wel de bedoeling dat die trust het geld weer aan hem uitkeert. En daarvoor is die letter of wishes. Klawer doet daarin een suggestie aan de trust: mochten jullie geld willen uitkeren, dan is het misschien een idee om dat aan mij te doen.

En verdomd, de trust keert in 2008, 2009 en 2010 netjes uit. Zo krijgt hij op 19 februari 2010 een mailtje van BTB. ‘Bes­te Coen, naar ik heb vernomen heeft de trustee van Royal Dutch Trust gevestigd te Cyprus besloten om tot een uitkering over te gaan.’ Kort daarna krijgt hij 275 duizend euro op zijn rekening gestort.

Het ‘belastingvrije’ geld zet hij netjes op een spaarrekening; als pensioenvoorziening. En hij lost er een beetje hypotheek mee af.

Maar eind 2012 krijgt hij van zijn advieskantoor te horen dat de fiscus moeilijk doet. Iemand bij BTB heeft in de aangiftepapieren van Klawer aangevinkt dat hij betrokken is bij een trust. En nu wil de Belastingdienst weten hoe dat zit. ‘Er was weinig aan de hand, probeerden ze me gerust te stellen. Standaardvragen, zeiden ze tegen me.’

Tot er in mei 2014 ineens een belastinginspecteur op de stoep staat voor een boekenonderzoek. Vanaf dat moment begint de ellende, die voor Klawer nog steeds aanhoudt. ‘Ik was in de zomer op vakantie in Kroatië, toen ik een telefoontje kreeg van BTB; of ik naar het kantoor wilde komen.’ Er is sprake van een ‘ontoelaatbare structuur’, wordt hem uitgelegd. Klawer: ‘En toen vroegen ze: hoe gaan we dit samen oplossen? ‘Alsof we dit samen allemaal bedacht hadden. Zij zijn toch het advieskantoor?’

Werkwijze

De fiscale truc van Klawer bestond uit het onderbrengen van zijn behangmerk in een bedrijf op Cyprus. Om dit merk vervolgens in Nederland te mogen gebruiken, betaalde Klawer een jaarlijkse vergoeding, 2 ton van zijn omzet, aan dit bedrijf. In Nederland zou hij over dit bedrag 25 procent vennootschapsbelasting betalen. In Cyprus ging er maar 10 procent belasting van af. Het Cypriotische bedrijf maakte de 2 ton over naar de Britse Maagdeneilanden en van daaruit belandde het weer bij een trust op Cyprus, een soort stichting.

Die stichting was speciaal voor Klawer opgericht en had als doel het geld aan hem te schenken. Deze stichting werd bestuurd en vertegenwoordigd door een lokaal trustkantoor op Cyprus, zodat het op papier leek alsof Klawer helemaal niets met deze stichting te maken had.

Zo bespaarde Klawer maar liefst twee keer belasting. De vennootschapsbelasting in Cyprus is maar 10 procent en het geld dat Klawer van de trust ontving is belastingvrij.

In de maanden daarna regent het blauwe enveloppen. ‘Elke vrijdag. Dan kwamen ze. En dan had ik weer een kutweekend.’ Klawer had zich altijd twee dingen voorgenomen als ondernemer: wegblijven bij de fiscus en bij advocaten. ‘Want van de fiscus kun je niet winnen en advocaten kosten handenvol geld. Nu had ik gedoe met de fiscus en daardoor had ik advocaten nodig.’ Na lang aandringen mag hij in de zomer van 2015 bij de Belastingdienst langskomen voor overleg. ‘Ik wilde het zo snel mogelijk ­oplossen met de fiscus.’

Met de Belastingdienst spreekt Klawer af dat hij ongeveer 600 duizend euro zal betalen. ‘Ik heb alle potjes geleegd om het te voldoen, aandelen verkocht en geld geleend bij familie en vrienden.’ Geld om verder in zijn zaak te investeren is er niet meer. ‘Ik lag elke nacht wakker. Piekeren. Beetje voor het raam staan.’ Voor zijn omgeving is Klawer niet te genieten. Afwezig, narrig. ‘Ik was bang dat ik alles zou kwijtraken.’

Beeld Jiri Büller

Begin 2015 spant Klawer een civiele zaak aan tegen BTB, waarin hij een schadevergoeding eist. In die procedure stelt het kantoor dat Klawer op eigen initiatief dingen heeft gedaan waardoor zijn constructie illegaal is geworden. Dat verweer wordt door de rechter van tafel geveegd: BTB zou er zelf verantwoordelijk voor zijn dat de fiscale structuur niet deugde. Eind 2017 krijgt Klawer een ­schadevergoeding, maar die ligt de helft lager dan hij had geëist. Volgens de rechter had de ondernemer zelf ook kunnen inzien dat er iets niet in de haak was.

In datzelfde jaar moet Romke van der Veen voor de tuchtrechter verschijnen vanwege zijn aandeel in de kwestie. Hij gaat nog een stapje verder in de aantijgingen tegen Klawer en stelt dat de ondernemer de trust op Cyprus helemaal in zijn eentje heeft opgezet: ‘In de eerste plaats is van belang dat Klawer nog hangende de eerste adviesaanvraag begin december 2006 naar Cyprus is afgereisd, in welk kader hij op 1 december 2006 Royal Dutch Trust heeft ingesteld.’

Ook stelt Van der Veen dat hij door zijn klant Klawer voor ‘de gek is gehouden’. Want die hele letter of wishes – op grond waarvan de trust Klawer geld schonk – is volgens Van der Veen ‘in het geheim’ en ‘buiten medeweten van BTB’ door Klawer opgesteld. Van der Veen zegt dat zijn kantoor pas door de Fiod met de letter of wishes is geconfronteerd.

Een aantoonbare leugen, want in een mail uit 2011 vraagt een belastingadviseur van BTB aan een contactpersoon op Cyprus of hij de letter of wishes die bij de structuur van Klawer hoort even kan mailen. ‘Could you also provide me with a copy of the letter of wishes?’ Een maandje later mailt deze Nicos het gevraagde document met een suggestie. ‘If it is necessary you can say it does not exist.’

Krankzinnig, zegt Klawer over de verwijten aan zijn adres. ‘Alsof ik zelf op Cyprus een trust zou oprichten. Ik wist tot mijn scheiding niet eens hoe ik digitaal geld moest overmaken.’ Als ‘bewijs’ dat Klawer eind 2006 op Cyprus was, voert BTB een mailtje op aan de vrouwelijke directeur van het advieskantoor op Cyprus waarmee ze samenwerkten. ‘Maar die vrouw was toen helemaal geen directeur. Bovendien heb ik met onder meer creditcardafschriften kunnen aantonen dat ik toen in België was.’

BTB brengt nog een ander ­‘bewijsstuk’ in om aan te tonen dat de behangondernemer het allemaal zelf heeft bedacht en uitgevoerd: op de contracten en papieren – zoals de letter of wishes – die hij heeft ondertekend op ­Cyprus staat de datum 1 december 2006. Klawer: ‘Ik heb in januari, toen ik op uitnodiging van BTB op Cyprus was, gewoon getekend wat ik onder mijn neus kreeg. Op een datum heb ik niet ­gelet.’

Initiatief

Afschuiven en naar Klawer wijzen, dat lijkt al jaren de strategie van BTB. Om de kwestie adequaat te kunnen afronden, vraagt het kantoor eind september 2014 aan advocatenkantoor Nauta Dutilh een ‘onafhankelijk onderzoek’ in te stellen, met ‘hoor en wederhoor van betrokkenen’. In november is het rapport al klaar.

De onderzoekers zijn tot de conclusie gekomen dat de kwestie met Klawer een incident is. Ja, BTB-medewerker Bas de G. heeft overduidelijk fouten gemaakt, maar alles lijkt toch vooral het initiatief van Klawer te zijn geweest, aldus Nauta Dutilh. ‘De precieze toedracht (…) is niet meer met zekerheid te reconstrueren aan de hand van de beschikbare stukken en de interviews met direct betrokkenen.’

Waarom Klawer als behangondernemer zelf een Cyprus-route zou opzetten? Geen idee, schrijven de onderzoekers. ‘Uit de stukken en de interviews hebben wij althans niet kunnen opmaken dat BTB zelf (meer dan incidenteel) initiatieven heeft ontplooid in lijn met Cyprus.’

Het onderzoek van Nauta Dutilh laat ook veel informatie weg. En van echte ‘hoor en wederhoor’ is ook geen sprake. ‘Met mij hebben ze nooit gesproken’, zegt Klawer. Ook Jan Swinkels, de internationale man, werd niet geïnterviewd. Hij weigerde zijn medewerking omdat, aldus het rapport, een gesprek ‘compromitterend zou zijn voor zijn echtgenote die raadsheer is (bij de Belastingkamer, red.) in het Hof Den Bosch’.

Het is een beproefde strategie van advocatenkantoren. Containing, noemen ze dat, indammen. De kwestie isoleren, klein maken en zo nodig iemand opofferen. In dit geval wijzen de onderzoekers vooral naar fiscalist Bas de G. Hij zou alles in opdracht van Klawer hebben geregeld. Maar nergens vermeldt Nauta ­Dutilh dat De G. bij het opzetten van de truststructuur voortdurend toestemming vroeg aan zijn meerderen en zich door hen liet adviseren over hoe hij de fiscus op afstand moest houden.

In het strafdossier wordt geregeld verwezen naar het onderzoek van Nauta Dutilh. En in de tuchtprocedure tegen Van der Veen zegt het Openbaar Ministerie dat BTB goed heeft meegewerkt aan het strafrechtelijk onderzoek, ‘onder meer door het uitleveren van de onderzoeksrapportage van Nauta Dutilh’.

Het Openbaar Ministerie besluit in 2016 om de strafzaken tegen Van der Veen en Swinkels te seponeren wegens ‘gebrek aan bewijs’. Klawer en fiscalist De G. gelden nog steeds als hoofdverdachten. De laatste is dan inmiddels ontslagen bij BTB.

Beeld Jiri Büller

Klawer wacht nu nog steeds op de strafzaak. ‘Dat kantoor heeft me helemaal de grond in getrapt,’ foetert hij. ‘Het dedain ook waarmee ze me behandeld hebben!’ Zijn bedrijf loopt inmiddels weer redelijk. Als persoon is hij veranderd, zegt Klawer. ‘Ik vertrouw mensen minder, ben botter geworden en word sneller kwaad.’

Pijnlijk voor Klawer is ook dat zijn fiscale avontuur helemaal niet zo uit de hand had hoeven lopen. De fiscus wilde de zaak al in een vroeg stadium oplossen. Als Klawer alsnog de vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting zou hebben betaald, was daarmee de zaak afgedaan, vertelt zijn belastinginspecteur als hij door de FIOD wordt gehoord.

Dan zou Klawer jaren ellende bespaard zijn gebleven. Dan had hij niet al die dure advocaten in hoeven huren om al die procedures te voeren en dan was hij geen verdachte geworden in een strafrechtelijk onderzoek.

Maar BTB wees het schikkingsvoorstel van de Belastingdienst van de hand. ‘U bent welkom om onderzoek in te stellen’, krijgt de belastinginspecteur te horen.

BTB heeft dit aanbod van de fiscus nooit hem besproken, zegt Klawer. ‘Dat kwam ik pas dit jaar in het strafdossier tegen. Ze hadden het me moeten vertellen. Ik had het direct geaccepteerd.’

Dit verhaal is gebaseerd op gesprekken met Coen Klawer, bronnen rond het ­onderzoek en stukken uit verschillende procedures.

Weerwoord

Advieskantoor Baker Tilly Berk wil niet op de kwestie ingaan, omdat er nog juridische procedures lopen. Het bedrijf zegt dat het bestuur ‘de ernst’ in 2014 direct onderkende en ‘direct maatregelen trof om te voorkomen dat een dergelijke situatie zich in de toekomst voor kan doen’. Daarnaast zijn ‘ingrijpende maatregelen jegens direct betrokkenen niet geschuwd’.

Advocaat Frank van Ardenne van de nu gepensioneerde fiscalist Jan Swinkels zegt dat zijn cliënt vanwege ‘de nog lopende procedures’ niet via de krant wil debatteren over deze kwestie en geen partij is in de civiele zaak. ‘In zijn algemeenheid merkt cliënt op dat de structuur fiscaal legaal is en dat uiteindelijk de uitvoering de acceptatie bepaalt.’ Swinkels betwist dat hij ‘dit soort structuren’ namens BTB begeleidde. Hij ontkent dat hij Klawer op Cyprus ontving voor het tekenen van de contracten. Hij heeft hem daar alleen ontmoet voor een diner. ‘Dat stond niet in relatie tot deze kwestie’. De advocaat benadrukt dat de strafzaak tegen Swinkels is geseponeerd en een artikel-12-procedure bij het hof niet heeft geleid tot heropening van die zaak. Over zijn echtgenote laat hij weten dat hij die uitspraak nooit ‘in deze context heeft geplaatst’. Haar functie ‘is in algemene zin ter sprake geweest, namelijk dat kwesties als deze nooit prettig zijn als je partner, die met deze kwestie niets van doen heeft, rechter is’.

Ook Romke van der Veen wil het debat niet ‘via de media’ voeren en zegt niet bij de civiele zaak betrokken te zijn. Over zijn rol zegt hij: ‘Na zorgvuldig en diepgravend onderzoek is de strafzaak tegen mij geseponeerd omdat de officier van justitie van mening was dat ik geen strafbaar feit had gepleegd.’ Advocatenkantoor NautaDutilh wil geen commentaar geven. Fiscalist Bas de G. kan gezien zijn geheimhoudingsplicht niet reageren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.