Fransen waren niet simpelweg pro-Servisch

Het Franse parlement gaat de val van Srebrenica onderzoeken. De Fransen hebben vaak het verwijt gekregen in de Joegoslavische oorlog pro-Servisch te hebben opgetreden....

Van onze correspondent Martin Sommer

In een kerkpilaar van het orthodoxe klooster Gracanica in Kosovo is een marmeren plaat verzonken. 'France-Serbie 1914 - 1918', staat erop. Zover terug gaat de Franse betrokkenheid bij het wel en wee van Joegoslavië. De vriendschap van toen volgde uit het bondgenootschap met Servië tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het engagement van vandaag leidt tot een parlementair onderzoek naar de Franse rol bij de val van de moslimenclave Srebrenica in juli 1995.

Dat Nederland zich vragen blijft stellen over Srebrenica ligt voor de hand. Maar waarom Frankrijk? Het initiatief voor een parlementair onderzoek werd in juli van dit jaar genomen door Médecins Sans Frontières (MSF). Op de kop af vijf jaar eerder was Srebrenica gevallen. 'MSF was net als de Nederlanders getraumatiseerd', legt juridisch directeur Françoise Saulnier uit. 'Achttien van onze lokale medewerkers zijn door de Serviërs vermoord.'

Sinds 1995 werden verschillende hele en halve onderzoeken gedaan naar de val van Srebrenica en de moord op zevenduizend moslims. Niet in Frankrijk. Saulnier: 'In het VN-rapport riep Kofi Annan de betrokken staten op het onderzoek voort te zetten. Frankrijk heeft tot nu toe helemaal niets gedaan. Geen kamerdebat, niets. Terwijl de Kosovo-oorlog en de genocide in Rwanda intussen wél uitvoerig zijn besproken.'

De officiële Franse stilte suggereert dat er rondom Srebrenica een en ander te verbergen zou zijn. Ten tijde van de val van Srebrenica was het opperbevel van de VN-troepen in Joegoslavië in handen van de Franse generaal Janvier. In het rapport van Kofi Annan wordt melding gemaakt van geruchten dat de commandant de Serviërs zou hebben toegezegd dat er geen luchtaanvallen zouden komen, in ruil voor de vrijlating van gijzelaars.

De al of niet geheime Franse sympathie voor de Serviërs is een terugkerend refrein. President Mitterrand maakte na veel aarzelingen een cameragenieke wandeling door vernield Sarajevo. Maar optreden tegen de Serviërs, ho maar. Mitterrand wilde 'geen oorlog aan de oorlog toevoegen'.

Na de akkoorden van Dayton noemde procureur Louise Arbour van het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag de Franse sector in Bosnië een safe haven voor Servische oorlogsmisdadigers. Het aantal Franse aanhoudingen was inderdaad relatief laag, terwijl het Servische broeinest Pale uitgerekend onder de Fransen viel. Tot slot waren er enkele Franse officieren die informatie doorgaven aan Servische collega's. De historische verwantschapsgevoelens in het leger zaten diep.

Maar dat is niet het hele verhaal. Tijdens de Joegoslavië-crisis kwamen 68 Franse VN-soldaten om het leven. Er vielen honderden gewonden. Er valt in Frankrijk geen onvertogen woord over 'body bags'. Dezelfde president Chirac die ervan wordt verdacht onder een hoedje met de Serviërs te hebben gespeeld, besloot toen de volle omvang van het drama van Srebrenica bekend werd, dat het welletjes geweest was.

De Franse snelle-interventiemacht beschoot samen met de Britten en de Nederlanders de Bosnische Serviërs in de heuvels bij Sarajevo. Iedereen is het inmiddels vergeten, maar de akkoorden van Dayton werden uiteindelijk in Parijs getekend. Uit Amerikaanse erkentelijkheid voor de Franse bijdrage aan het einde van de Bosnië-oorlog.

Tijdens zijn staatsbezoek aan Nederland van begin dit jaar bezocht de president het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag. De betrekkingen zijn opgeklaard. De Franse belangstelling voor het tribunaal is aanmerkelijk groter dan die in Nederland. Frankrijk was na de VS militair het actiefst in de Kosovo-oorlog. Het land zou aanmerkelijk tekort gedaan worden als zijn betrokkenheid met Joegoslavië zou worden beperkt tot gemene zaak maken met oude vrienden in Servië.

Frankrijk heeft wat uit te dragen, zijn filosofen voorop. Als ze weer eens een barricade beklimmen of de opiniepagina van Le Monde bestijgen, dan tikt dat politiek aan. Een van hen, André Glucksmann, herinnert eraan dat hij al in 1991 vond dat ingegrepen moest worden, toen de Serviërs Dubrovnik bombardeerden. Glucksmann verklaart de Franse neiging tot interventionisme vooral door het gebrek daaraan bij andere grote Europese landen. 'Groot-Brittannië is een eiland en ontleent daaraan zijn isolationisme. Duitsland heeft zijn loodzware geschiedenis.'

Frankrijk heeft niet alleen zijn cynische raison d'état, maar bemoeit zich per traditie óók met onrecht in de wereld. In het Midden-Oosten, in Tsjetsjenië, of in Joegoslavië. Op grond van zijn universele wereldbeeld, als uitvinder van de droits de l'homme. Nederland heeft zijn opgestoken vingertje, Fransen noemen zichzelf 'donneurs de leçons'. Samen hebben ze Srebrenica.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden