Franse verzetshelden zuchten onder tribunaal historici

Het puikje van de Franse historici zat tegenover Lucie en Raymond Aubrac, Frankrijks beroemdste verzetsechtpaar. Twee journalisten tekenden de vragen en de antwoorden op....

Van onze correspondent

Martin Sommer

PARIJS

Het begon in april, toen de film Lucy Aubrac uitkwam. Het verhaal was gebaseerd op het boek met herinneringen dat de echte Lucy Aubrac in 1984 had geschreven, Ils partiront dans l'ivresse. Ze beschrijft daarin hoe haar man Raymond Aubrac - schuilnaam voor de joodse verzetsman Raymond Samuel - in 1943 samen met de beroemdste Franse verzetsman Jean Moulin en nog een heel stel kopstukken uit de illegaliteit werd gearresteerd. Moulin werd gefusilleerd, Aubrac ter dood veroordeeld. Maar Lucy, zwanger en wel, bevrijdde haar man in een spectaculaire gewapende actie.

De film, een mierzoet liefdesverhaal (ze krijgen elkaar weer), werd weer gevolgd door een boek dat was geschreven om mee te drijven op het succes. Dat lukte. Aubrac, Lyon 1943 (auteur Gérard Chauvy) verkocht goed, maar de boodschap was aanmerkelijk minder sympathiek. De auteur drukte in extenso het zogenoemde testament van Klaus Barbie af, waarin 'de slager van Lyon' een smet wierp op het verzetsverleden van het echtpaar Aubrac. Volgens Barbie was Raymond Aubrac een dubbelagent. Hij zou Jean Moulin hebben verraden. En de bevrijdingsactie door zijn vrouw was doorgestoken kaart.

Meteen klommen negentien voormalige voormannen van het verzet in de pen om de Aubracs te hulp te schieten. Maar het kwaad was al geschied. De voormalige secretaris van Moulin weigerde hun petitie te tekenen, omdat hij geloofde 'dat de Aubracs over het jaar 1943 niet altijd de waarheid hebben verteld'.

Dat was allemaal in april. Raymond Aubrac nam de uitdaging aan en stapte naar Libération. In mei schoof een geleerd gezelschap plechtig aan de redactietafel: de Aubracs, twee bevriende niet-gespecialiseerde professoren, tegenover de belangrijkste specialisten van Frankrijk: Henry Rousso, Dominique Veillon, Jean-Pierre Azéma, Laurent Douzou. Ook de voormalige secretaris van Jean Moulin, Daniel Cordier, was present. Raymond Aubrac herinnerde de aanwezigen in zijn inleiding er nog eens aan dat ze alles mochten vragen.

Maar wat was ingezet met het doel twee oorlogshelden van elke blaam te zuiveren, eindigde voor allen met een bittere nasmaak. Libération eindigt met de conclusie van Jean-Pierre Vernant, een van de twee vrienden van de Aubracs. 'Het was geen rechtbank, maar voor iemand van de universiteit als ik leek dit het meest op een examenzaal waar een stelling moest worden verdedigd, met de bijbehorende afstand die de leden van de jury scheidt van de kandidaat.'

Dat is mild uitgedrukt. Daniel Cordier, de ex-medewerker van Jean Moulin, had na vijf uur ondervraging het vonnis uitgesproken. De Aubracs waren 'zonder enige reserve en nuancering onschuldig' bevonden. Hij zei er netjes bij dat dat 'een fantastisch resultaat' was. Maar meteen er achteraan kwam de twijfel. 'Sta mij toe mijn diepgaande teleurstelling uit te spreken.' Ondanks de vrijspraak wat betreft het verraad van Moulin, hadden de Aubracs zichzelf tegengesproken. Volgens henzelf op ondergeschikte punten, volgens de historici waren de Aubracs als puntje bij paaltje kwam minder geïnteresseerd in de waarheid dan in het handhaven van hun eigen heldenrol.

Lucy en Raymond Aubrac vertrokken verbitterd en verward, en schreven een boos postscriptum waarop de historici vervolgens weer reageerden. De twijfel is een mooi Cartesiaans beginsel, aldus Raymond Aubrac. 'Maar twijfel is ook achterdocht, verdachtmaking.'

Uit het geheel stijgt het wederzijds onbegrip op tussen de verzetshelden en de onderzoekers van 1997. Meer nog, door de wederzijdse boosheid schemert het Franse probleem met het oorlogsverleden. De historicus Henry Rousso, schrijver van een boek over Frankrijks onvermogen om Vichy te verwerken (Vichy, un passé qui ne passe pas) vatte de dialoog nog eens samen. 'Is de waarheid minder belangrijk wanneer het gaat om de ''strijd tegen het fascisme''? (. . .) De held hoeft in feite tegenover niemand verantwoording af te leggen, hij is vrij tegenover de Geschiedenis.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.