Franse regisseur wist filmtaal te verrijken

Dit jaar nog won de 91-jarige Alain Resnais in Berlijn een prijs voor vernieuwende film. Tegen de stroom ingaan was zijn gewoonte, maar geen vooropgezet doel.

Nog maar drie weken geleden ging de nieuwste film van Alain Resnais in première op het filmfestival van Berlijn. De 91-jarige regisseur ontbrak op de rode loper. Afgelopen zaterdag overleed hij in Parijs, twee weken nadat Aimer, boire et chanter op het slotgala in Berlijn de Alfred Bauerprijs had gewonnen - de bekroning voor de competitiefilm met het meest vernieuwende perspectief op de filmkunst.


Dat uitgerekend een 91-jarige die prijs won, was verrassend. Voor Alain Resnais was het de meest passende prijs denkbaar. Zijn hele roemrijke carrière stond in het teken van vernieuwing. Als geen ander wist de Franse regisseur de filmtaal te verrijken en te veranderen, vooral in de jaren vijftig en zestig, toen hij klas-siekers maakte als Nuit et brouillard, Hiroshima mon amour en L'année dernière à Marienbad.


Resnais, in 1922 geboren in het Bretonse stadje Vannes, werd vaak in één adem genoemd met nouvelle vague-collega's als Jean-Luc Godard, François Truffaut en Eric Rohmer, maar zijn werk miste het spontane en jeugdige dat veel nouvelle vague-films karakteriseerde. Serieus en zwaar gestileerd waren Resnais' eerste belangrijke films, nooit geïmproviseerd, maar sterk leunend op literaire bronnen.


In 1955 vestigde hij zijn naam met de korte documentaire Nuit et brouillard, een van de eerste films over de Holocaust. Poëtisch en ingetogen, maar nietsontziend probeerde Resnais de gruwelijkheden in de vernietigingskampen in film te vatten, een even onmogelijke als noodzakelijke taak.


In zijn eerste speelfilm, Hiroshima mon amour (1959), speelde de oorlog weer een rol. Resnais combineerde nieuwsbeelden van de atoombom op Hiroshima met een fictief verhaal - geschreven door Marguerite Duras - over de liefde tussen een Franse vrouw en een Japanse man. De film, radicaal in vorm en inhoud, was een sensatie. Duras kreeg een Oscarnominatie voor haar scenario en voor actrice Emmanuelle Riva (meer dan een halve eeuw later de ster in Michael Hanekes Amour) was het haar doorbraak.


In 1961 volgde L'année dernière à Marienbad, een van de vreemdste en mooiste films van de vorige eeuw. De in 2008 overleden schrijver Alain Robbe-Grillet, voorman van de 'nouveau roman', was verantwoordelijk voor het scenario. Hij was beïnvloed door abstracte kunst en atonale muziek. Geen wonder dat logica niet vooropstaat in L'année dernière à Marienbad, een film als een droom (of nachtmerrie) over de personages A, X en M, die elkaar in een hotel proberen te overtuigen van hun conflicterende herinneringen. De film is een dwaaltocht door de hoofden van de hoofdpersonen, een labyrint vol raadsels en suggesties. Niet iedereen reageerde enthousiast, maar de vormgeving oogstte unaniem lof. De modefotografie heeft zich nog decennia laten beïnvloeden door de zwart-witcomposities van cameraman Sacha Vierny.


In een rustig tempo bleef Resnais films maken. Andere vroege hoogtepunten waren Muriel ou le temps d'un retour (1963), over de oorlog in Algerije, en La guerre est finie (1966), met Yves Montand als leider van een communistische partij in het Spanje van Franco. Providence (1977) was zijn eerste Engelstalige film. John Gielgud speelde een alcoholistische schrijver die zich aan de vooravond van zijn verjaardag zijn familieleden voor de geest haalt als een bende schoften. Is het echt zo erg of gaat zijn verbeelding met hem aan de haal? De grens tussen realiteit en fantasie, de werking van het geheugen, het eroderende effect van de tijd - het waren terugkerende thema's in Resnais' werk.


Later kwam daar een fascinatie voor theater bij. Resnais was een bewonderaar van de Britse toneelschrijver Alan Ayckbourn en verfilmde drie van zijn stukken: het tweeluik Smoking/No Smoking (1993), Coeurs (Private Fears in Public Spaces, 2006) en als laatste Aimer, boire et chanter (Life of Riley, 2014). Zijn tweede vrouw, Sabine Azéma, speelde er steevast een hoofdrol in.


Opvallend lichtvoetig waren ze, de latere films van Resnais. Voor een regisseur die bekendstond om zijn intellectuele, rigide vormexperimenten maakte hij vanaf de jaren tachtig opmerkelijk toegankelijke komedies, drama's en zelfs musicals (On connaît la chanson, 1997). Toch bleef hij zijn vernieuwingsdrift trouw. Vreemde plotwendingen, getekende intermezzo's en spelletjes met waan en werkelijkheid tilden de films uit boven de mainstream.


'Ik betwijfel of ik ooit wel een intellectueel ben geweest', zei de regisseur in een interview met The Guardian in 2010. Tegen de stroom ingaan was zijn gewoonte, maar geen vooropgezet doel. 'Ik houd ervan te verrassen als filmmaker, net zoals ik me graag laat verrassen als filmkijker.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.