Franse presidentskandidaten zwijgen in alle talen

In de aanloop naar de presidentsverkiezingen praat de Franse politiek niet over problemen. Zo zijn geweld en het kostbare pensioenstelsel taboe-onderwerpen....

De non-fictie boekenserie Folio-actuel adverteert deze weken met de kreet: 'Verkiezingen: hierover willen ze niet praten'. Volgt een serie boektitels over taboe-onderwerpen als werkgelegenheid, ouderen, onderwijs, Corsica en immigratie. Avond na avond wordt de Franse tv-kijker vergast op ellenlange interviews (nauwelijks debatten) met vooral de topkandidaten Chirac en Jospin. En inderdaad, er wordt veel op kousenvoeten en eieren gelopen.

'Zijn er te veel ambtenaren? Ja antwoorden, betekent vaarwel zeggen tegen de stemmen uit de overheidsdienst. Nee antwoorden, impliceert dat het onmogelijk is de staat te hervormen', schreef Jean Boissonnat, chroniqueur van het weekblad Le Journal du Dimanche. De 'affaires' van Chirac? Verboden toegang voor Jospin, sinds bleek dat persoonlijke kritiek op zijn tegenstander vooral voor zijn eigen peilingen slecht uitpakt.

Privatisering van de spoorwegen? Die staat volgens Europees voorschrift voor 2006 op de rol. De presidentskandidaten zwijgen in alle talen. Het bijna dagelijkse geweld van boze wijnboeren in de Languedoc vanwege goedkope import, of van garnalenvissers van het Ile d'Yeu? 'Het geweld is een diepgaand nationaal taboe', schrijft de journalist John Vinocur van de Herald Tribune. De kosten van de pensioenen? Le Monde maakt gewag van een 'discreet debat' en bedoelt dat het eigenlijke probleem niet op tafel komt.

Wat is er aan de hand met de Franse presidentsverkiezingen? Is de politiek nog slechts in staat om de kiezer naar de mond te praten? Bernard Spitz, voormalig topambtenaar, nu werkzaam in de privésector: 'In deze campagne wordt van alles beloofd, maar over de problemen wordt nooit gesproken. Ik noem dat de economie van de kerstman. Neem de pensioenen. We weten al tientallen jaren dat de demografische omslag in 2005 komt. Vanaf dat moment zullen er in Frankrijk meer inactieven dan actieven zijn. En toch is er al die jaren niets gebeurd. Frankrijk kent het pensioen op zestigjarige leeftijd en een omslagstelsel, dat wil zeggen direct betaald uit de staatskas. Dat wordt dus onbetaalbaar.'

Bernard Spitz werkte in het kabinet van de gematigd-linkse premier Rocard (1988-1991). Hij maakte vorig jaar naam als redacteur van het veelgeprezen boek Notre Etat, zevenhonderd bladzijden bijtende kritiek op de 'geblokkeerde' Franse staat. Er gingen liefst 70 duizend exemplaren over de toonbank. 'Het gekke is', zegt Spitz, 'dat boek werd juist goed verkocht op plekken waar een volks publiek komt, in de hypermarché. Dat betekent dat de mensen zich zorgen maken, dat er inderdaad een kloof gaapt tussen het publiek en de politiek.'

In Frankrijk lukt het kennelijk niet om hervormingen door te voeren, waar dat elders wel kan. Een kwestie van politiek leiderschap, zegt Spitz. Mensen overtuigen dat in het algemeen belang keuzes moeten worden gemaakt. 'In Italië is dat gebeurd, daar is een staatshervorming doorgevoerd door de linkse Olijf-coalitie. Berlusconi hield in die tijd een brallerig betoog over de grootheid van Italië. De Olijf-regering heeft toen gezegd, Italië is inderdaad geweldig, maar als we zo doorgaan kunnen we niet meedoen aan de euro. Dat hebben de Italianen begrepen, en ze hebben met instemming van de bonden de staat ingrijpend gemoderniseerd.'

In Frankrijk is daarvan geen sprake. Een op de vier Fransen werkt bij de overheid. Politici willen het risico niet nemen. Spitz: 'Ik begrijp dat wel, maar ik vind het tegelijk de nulgraad van de politiek.' Hij legt uit waarom de Franse politiek niet in staat is om zich aan te passen. 'De politieke verdeling in links en rechts is hier niet gebaseerd op ideeën. Meningsverschillen over de grote kwesties, Europa, liberalisering, werkgelegenheid, lopen dwars door de partijen heen.' Politici profileren zich niet via standpunten, maar via de partij waar ze nu eenmaal bijhoren. Alles om hun zetel maar te behouden of te verkrijgen.

'De kiezers zijn in de war, er is een enorme discrepantie tussen de vraag en het politieke aanbod. 80 Procent ziet het verschil niet tussen de kandidaten.' Neem het voorbeeld van de enige echt liberale kandidaat, Alain Madelin. Juist hij trekt anti-liberale stemmen. Winkeliers, kleine ondernemers, die tegen de staat zijn, tegen de Franse belastingdruk. Maar ze zijn beslist niet liberaal. In tegendeel, die groep is bij uitstek gekant tegen de mondialisering. 'Daaraan kun je zien hoe groot de verwarring is.'

Spitz wijst nogmaals op Italië. De twee partijen die het naoorlogse politieke landschap domineerden, christen-democraten en communisten, zijn allebei verdwenen. Hij wijst op Groot-Brittannië. Daar bestaat van zowel de Conservatieven als van Labour 'alleen nog de façade'. Eerst Margaret Thatcher, daarna Tony Blair heeft de Britse politiek grondig veranderd. 'Alleen hier is alles nog bij het oude, zij het dat de boel stukje bij beetje verder vermolmt.'

Franse politici lijken het eeuwige leven te hebben. Chirac is voor de vierde keer presidentskandidaat, net als de extreem-rechtse Le Pen en de trotskiste Arlette Laguiller. Hoe verklaart Spitz die onverslijtbaarheid? 'Wij hebben een hypergecentraliseerde macht. In Duitsland komt nieuw talent omhoog via de Länder. Hier heb je wel bestuursregio's maar de voorzitters worden vanuit Parijs geparachuteerd.' Daarbij komt het zogenoemde 'stapelen' van openbare functies. Dezelfde politicus is vaak tegelijk burgemeester, kamerlid en voorzitter van een regioraad of departement. 'Dat leidt niet tot verversing.'

Desondanks zijn de Fransen over het algemeen tevreden met hun staat. Met de gezondheidszorg, het openbaar vervoer. De legitimiteit van de politiek is gering, die van de staat groot. 'Zeker, maar ik heb ook nooit voor minder staat gepleit. Voor Fransen betekent de staat stabiliteit, een sociaal contract, identiteit, pacificatie van tegenstellingen. Om dat te behouden, moet de staat wel bij de tijd blijven.'

Neem de veiligheid, in Frankrijk net als in Nederland een hoofdthema in de campagne. Het gevoel van onveiligheid kent een belangrijke psychologische component, zegt Spitz. De staat moet een klimaat van veiligheid scheppen, en dat lukt nu kennelijk niet. 'Wij hebben een absurd politiestelsel, met 130 duizend man Police National, van wie zevenduizend op straat. De rest zit op het bureau, ook omdat je alleen via het bureau promotie maakt. Die mensen hebben maar één ambitie, zo snel mogelijk een post bezuiden de Loire te pakken krijgen. Daar schijnt de zon en is weinig criminaliteit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden