Franse leiders begraven ieder hun eigen Césaire

Dichter en politicus Aimé Césaire begraven op Martinique...

PARIJS De politieke leiders van Frankrijk troffen elkaar dit weekeinde op Martinique, Frans eiland in het Caribisch gebied, op 7000 kilometer van Parijs. President Nicolas Sarkozy, voormalige presidentskandidate Ségolène Royal, ex-premier Lionel Jospin, socialistenleider François Hollande, Laurent Fabius: allemaal waren ze op het vliegtuig gestapt om een dichter en politicus te begeleiden op zijn laatste reis. Aimé Césaire, op 17 april gestorven op 94-jarige leeftijd, gaf als geen ander vorm aan de identiteit van de Antillen.

De kwestie die meteen na zijn dood aan de orde werd gesteld, typeert zijn status. Césaire moet worden bijgezet in het Panthéon in Parijs, opperde Royal. Hij moet liggen naast Victor Hugo, naast André Malraux, naast alle anderen die letteren en politiek combineerden en zo het Franse volk tweevoudig dienden.

Haar pleidooi werd gesteund door de minister van Cultuur en enkele lokale politici op Martinique. Al snel klonken ook andere opvattingen. Laat hem rusten in de warme aarde van Martinique, dat is zijn thuis, zei MoDem-leider François Bayrou. Staatssecretaris Yves Jégo van overzeese gebiedsdelen verwoordde het nog indringender. ‘Césaire in het Panthéon begraven, dat heeft neokolonialistische trekken’, oordeelde hij. ‘Alsof de nalatenschap van Césaire alsnog door Europa wordt gekaapt.’

Die polemiek over zijn laatste rustplaats weerspiegelt zijn belang voor Frankrijk. Juist doordat Césaire altijd opkwam voor Martinique en andere overzeese gebiedsdelen, hielp hij Frankrijk bij de verwerking van het koloniale verleden.

Als beursstudent komt hij op zijn 18de naar Parijs. Op zijn eerste dag aan de universiteit ontmoet hij de man met wie hij tot aan diens dood een diepe verbondenheid zou onderhouden: Léopold Senghor, de latere president van Senegal. Samen formuleren ze het concept van de négritude – wat het betekent om zwart te zijn. Hun négritude is geen slachtofferrol, maar een dynamische identiteit, die zich nog steeds ontwikkelt. Ze dragen hun afkomst met trots, en dagen door hun voorbeeld anderen uit hetzelfde te doen.

Net als Senghor keert Césaire terug naar zijn geboorteland, als politiek leider. In 1945 wordt hij tot burgemeester gekozen van Fort-de-France, de hoofdstad van Martinique. Dat zal hij blijven tot 2001, aanvankelijk namens de Communistische Partij, na 1956 voor zijn eigen Parti Progressiste Martiniquais.

Veel van zijn gedichten zijn voertuigen voor zijn drang om bij te dragen aan de emancipatie van de zwarte bevolking van de Cariben. Vaak ligt die lading diep onder de oppervlakte verborgen. Zijn soms hermetische, door het surrealisme geïnspireerde poëzie bevat veel aan de natuur ontleende beelden. Het werk van Senghor en Césaire wordt de komende jaren opgenomen in de Pléiade-bibliotheek: het heiligdom van de Franse letteren.

Césaire was een man van uitgesproken opvattingen: toen Sarkozy nog minister van Binnenlandse Zaken was, weigerde hij hem aanvankelijk te ontvangen omdat diens opvattingen over kolonisatie hem niet aanstonden.

Tijdens de uitvaart, zondag op Martinique, claimde iedereen zijn eigen Césaire. Voor de socialisten was hij een groot man van links, Bayrou zag hem als een met zijn geboortegrond verbonden denker en Sarkozy noemde hem een onvermoeibare verdediger van de menselijke waardigheid.

Césaire is begraven op Martinique. Dat hoeft niet zijn laatste rustplaats te zijn. Malraux werd twintig jaar na zijn dood alsnog in het Panthéon bijgezet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden