Franse generaal brengt 'honneur' in het geding

Als de deuren openzwaaien van de zeventiende strafkamer van de Parijse rechtbank, lopen de emoties hoog op. De beschuldigde generaal Aussaresses (83) schuifelt de zaal uit....

De generaal kijkt haar stoïcijns aan met zijn rechteroog. Voor het linker draagt hij een pleister sinds een mislukte oogoperatie. Drie dagen is het proces tegen Aussaresses nu onderweg. De twee-sterrengeneraal b.d. staat terecht wegens 'medeplichtigheid aan rechtvaardiging van oorlogsmisdaden'.

Aussaresses publiceerde afgelopen voorjaar zijn boek Services spéciaux. Algérie 1955-1957. Het doet verslag van zijn wederwaardigheden tijdens de koloniale oorlog. De generaal kreeg de opdracht om in 1957 de opstand in Algiers te bedwingen. Alle middelen waren geoorloofd, schrijft hij. Met instemming van de betrokken minister, François Mitterrand.

Hij had niet zo opgewekt mogen schrijven over de Franse martelpraktijken, luidt wat bruut samengevat het verwijt. En vooral niet over de door hemzelf toegepaste tortuur.

Gisteravond eiste de procureur een geldboete van 100 duizend franc voor Apologie de crimes de guerre. Zijn Légion d'honneur is hem al ontrukt, maar de generaal houdt stand. 'Ik sta voor wat ik heb gedaan. Ik heb het boek geschreven om te getuigen. Niet omdat ik trots was op wat ik deed.'

In de zaal wordt vlot duidelijk dat dit proces eigenlijk niet thuishoort bij de zeventiende strafkamer. Daar worden persdelicten afgehandeld. Maar de pleidooien en de getuigenissen behandelen nauwelijks de kwestie of Aussaresses had mogen schrijven wat in zijn boek staat. Hij had meer berouw moeten tonen, daar gaat het om. De raadsman van de aanklagende Liga voor de mensenrechten leest pathetisch een passage voor.

'De man weigerde te praten. Dus moest ik mijn toevlucht zoeken in krachtmiddelen. Ik heb me eruit gered zonder politiehulp. Het was de eerste keer dat ik iemand martelde. Het was die dag nutteloos. De vent ging dood zonder te praten. Ik heb nergens aan gedacht. Ik had geen spijt van zijn dood. Als ik ergens spijt van had, dan was het dat hij niet heeft gepraat voordat hij stierf.'

De advocaat maait met zijn zwarte fladdermouwen door de lucht en vraagt een getuige of deze passage spijt suggereert. De getuige is Jean-François Revel, schrijver-filosoof . Die haalt zijn schouders op. Of de generaal al of geen spijt heeft, is niet de kwestie. 'Niet de geringste sympathie' koestert Revel voor de man. Tegelijk is het voor hem ondenkbaar dat de publicatie van een historisch document zou worden tegengehouden.

De vraag van de raadsman onthult dat dit bizarre Ersatz-proces een ander proces verbergt: dat van de Franse misdaden in Algerije. Twee miljoen Fransen vochten voor hun nummer in de periode 1954-1962 een smerige oorlog tegen de Algerijnse nationalisten van het FLN. Tot president De Gaulle besloot dat het welletjes was en het land zijn onafhankelijkheid gunde. Dat er - aan beide kanten - op grote schaal werd gemoord en gemarteld is ruimschoots bekend. Maar vanwege de amnestiewet van 1968 kan geen Franse militair worden berecht.

Op de eerste rij zit Louisette Ighilahriz. Een oudere vrouw met een getekend gezicht. Zij heeft ervoor gezorgd dat het Algerijnse verleden nu aanklopt bij de Parijse rechtbank. In de zomer van 1957 werd ze drie maanden gemarteld. Ze vertelde er anderhalf jaar geleden over aan Le Monde. Dat was voor Aussaresses aanleiding om zíjn versie van de 'slag om Algiers' uit de doeken te doen. Sindsdien is het om het Frans-Algerijnse verleden niet meer rustig geweest.

Zo werd vorige maand herdacht hoe op 17 oktober 1961 in Parijs een demonstratie van FLN-aanhangers met bruut geweld werd neergeslagen. Tientallen Algerijnen vonden de dood, de lijken werden drijvend in de Seine gevonden. Eveneens vorige maand erkende president Chirac voor het eerst dat Frankrijk een ereschuld heeft aan de zogenoemde 'harkis' - Algerijnen die destijds met de Fransen meevochten en daarvoor nimmer erkenning kregen.

En eind vorige week haalde het navrante verhaal van Mohamed Garne het nieuws. Zijn Algerijnse moeder was in 1960 door Franse militairen verkracht, en vervolgens mishandeld om van de zwangerschap af te komen. Dat mislukte. De inmiddels 41-jarige zoon, Mohamed Garne, heeft zowel lichamelijke als psychische klachten. Hij is na jaren procederen nu voor 30 procent invalide verklaard; voor een periode van drie jaar.

In de rechtszaal verschijnt de generaal Schmitt als getuige, voormalig stafchef van de Franse strijdkrachten. Hij

noemt het boek van Aussaresses 'het werk van een vermoeide man'. 'En dan druk ik me vriendelijk uit.' Het had nooit mogen verschijnen. De eer van het Franse leger is in het geding. Precies die honneur, zo moeilijk te begrijpen voor een Nederlander, maakt de verwerking van de Algerijnse oorlog zo moeilijk.

Overmorgen gaat president Chirac naar Algerije, voor een kort bezoek. Het eerste van een Franse president sinds de onafhankelijkheid in 1962. Chirac heeft zelf nog in de 'djebel' gevochten. Maar spijt en excuses zitten er waarschijnlijk nog niet in.

De uitspraak in de zaak tegen Aussaresses is op 27 januari.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden