Frans Hals in kunstenaarsduels

Wie schildert iets het best? Een wedstrijdje was een geliefd tijdverdrijf onder de schilders van de 17de eeuw. Iedereen werd er beter door. Nu te zien in het Frans Hals Museum.

AMSTERDAM - Koningin Beatrix heeft vrijdag in Haarlem de tentoonstelling Frans Hals - oog in oog, geopend, de tentoonstelling waarmee het Frans Hals Museum zijn honderdjarig bestaan viert. Geen monografisch overzicht van de kunstenaar naar wie het museum werd vernoemd, maar een waarin een typisch 17de-eeuws fenomeen de hoofdrol heeft: de kunstenaarscompetitie. Een battle in zeven ronden.


Tot 28 juli is werk van Frans Hals te zien naast Titiaan, naast Rubens, naast Rembrandt, Van Dyck, Jordaens en andere grootmeesters. Met het doel gericht te vergelijken. Want dat deden ze toen, de elite van enkele kunstliefhebbers en de kunstenaars zelf, om de kunst beter te maken.


En dus is een van de laatste schilderijen die Frans Hals maakte, de Regentessen van het Oudemannenhuis (1664), naast een late Rembrandt gehangen: Margaretha de Geer (1661). Twee portretten van machtige oude vrouwen, geschilderd door schilders van in de tachtig (Hals) en zestig (Rembrandt). Ze hebben ieder een eigen reputatie, die schilderijen. De Hals werd achteraf radicaal modernistisch genoemd - het werk zorgde ervoor dat kunstenaars als Manet en Van Gogh Hals als one of them zagen. Zo vrij geschilderd, met zo'n kennis en talent. Ook de Rembrandt is beroemd, een van de mooiste in de National Gallery in Londen - als bruikleen een wonder.


Als je één afbeelding zoekt van de macht van een vrouw in de geschiedenis: bekijk deze. Niemand in de Gouden Eeuw dwingt je zo met haar blik op de knieën. Zakdoek in de hand, andere hand om de leuning geklemd. Frontaal. Margaretha was de vrouw van een van de mannen die Amsterdam in handen hadden: wapen-, textiel- en specerijenhandelaar Jacob Trip. Die hangt naast haar. Hij sterft dat jaar en er gaan geruchten dat hij al dood was toen Rembrandt haar schilderde. Want zij nam de toko van haar man over; zij trok aan de touwtjes in Amsterdam en dat zien we, want zij is recht naar ons toegekeerd en niet hij.


Als vergelijkingsmateriaal ideaal, want het zijn twee staaltjes van kunstenaarskunnen: vrij geschilderd. Zoals Michael Jackson kon improviseren, losjes maar onmogelijk goed, omdat het ritme in zijn lijf was gaan zitten. Je ziet in deze twee schilderijen de kennis, beheersing, en improvisatie: de basis om ogenschijnlijk zonder enige moeite je toeschouwers te verbluffen.


Het concept van de tentoonstelling wortelt in een goed gedocumenteerde gewoonte uit de 17de eeuw. Van verzamelaar Lucas van Uffelen is bekend dat hij er lol in had kunstenaars als Rubens en Jordaens gelijktijdig een opdracht te geven om te zien hoe ze elkaar vervolgens probeerden te overtreffen. Dat kunstenaars goed naar elkaar keken, is in Haarlem te zien met gelijke houdingen, blikken, composities. Zelfs een beroemde kunstenaar als Anthonie van Dyck nam elementen van Frans Hals over, zo blijkt.


Zo kunnen wij nu de luitspeler van Frans Hals, uit het Louvre, vergelijken met de doedelzakspeler van Jordaens, een zelfportret. De een zo vrij, pinkje op de luitkast zoals je dat ook bij Lucky Fonz zou kunnen zien, vingers gebogen, losjes pingelend aan de snaren. Onscherp geschilderd: de beweging in de verf. Guitige blik opzij. Dan de doedelzak - toch al niet zo'n sensueel instrument - met een totaal andere emotie. Jordaens loopt bijkans paars aan om de lucht eruit te krijgen. Krampachtig tegenover effortless, maar beide met verve verbeeld.


Vergelijken maakt het kijken scherper. Dat snapten ze toen en die mogelijkheid biedt het Frans Hals Museum nu.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden