Frans-Duitse plan is niet realistisch

Het Frans-Duitse plan voor Irak voldoet niet aan de voorwaarden van uitvoerbaarheid, een duidelijk einddoel en draagvlak. Daarom is het niet realistisch en maakt het de indruk van een proefballon, vindt Ton Nijhuis....

Het Frans-Duitse plan dat geen plan bleek te zijn, is in Nederland met enig enthousiasme ontvangen. In de Volkskrant pleitte Frank van Vree (Forum, 10 februari) voor steun voor het initiatief en ook Bert Koenders, de woordvoerder buitenland van de PvdA, was gecharmeerd van het idee de wapeninspecties te intensiveren en het aantal inspecteurs uit te breiden.

Het enthousiasme waarmee onuitgewerkte plannetjes worden omarmd, laat zich verklaren door de vurige hoop dat er toch ergens een afslag moet zijn op de weg die richting oorlog voert. Een oorlog die met de dag dichterbij lijkt te komen, terwijl niemand hem wil.

De oorlog is niet alleen onvermijdelijk, voor velen is hij om tal van redenen het dramatische hoogtepunt van een conflict dat helemaal niet zo op de spits gedreven had hoeven te worden. Allereerst, omdat we eigenlijk de bedreiging die van Saddam Hussein uitgaat, anders dan de Amerikanen na 11 september, niet echt voelen. Natuurlijk, Saddam mag dan wel een misdadiger zijn, maar zijn positie is toch relatief zwak.

Ten tweede, omdat we het gevoel hebben dat niet alles is geprobeerd om een oorlog te voorkomen. Dit onbehaaglijke gevoel wordt nog eens versterkt door het ferme taalgebruik dat in Washington wordt gebezigd. Bush en de zijnen wekken bij ons toch vooral de indruk dat men bewust een ramkoers is ingeslagen en niet is geïnteresseerd in vreedzame oplossingen. Velen vinden het ongemakkelijk zich in dit conflict te scharen achter de haviken in Washington en zien het als een opdracht van Europa hen enigszins te temmen. Ook met het oog op de toekomst, aangezien bij de VS anders misschien het overmoedige idee zou kunnen postvatten dat zij als enig overgebleven supermacht de gehele wereld hun wil kunnen opleggen.

Alternatieven voor het Amerikaanse beleid worden daardoor soms met een gretigheid die de blik vertroebelt, ontvangen. Dit is geen tijd om proefballonnetjes op te laten en goedbedoelde, maar ondoordachte ideeën te ventileren om daarmee de gunst van het publiek te winnen. Daarvoor is de situatie te serieus.

Een alternatief moet voordat het naar buiten wordt gebracht ten minste aan drie voorwaarden voldoen. Allereerst moet het plan uitvoerbaar zijn, ten tweede moet duidelijk zijn wat het einddoel is en ten derde moet het op draagvlak kunnen rekenen.

Het meest gehoorde voorstel, dat ook in het Duits-Franse 'initiatief' centraal stond en nog steeds door Fischer wordt gepropageerd, is de inspecties uit te breiden. Dit idee ligt in zekere zin voor de hand en klinkt aantrekkelijk. Waarom de inspecteurs niet hun werk laten afmaken? De vraag is alleen: wanneer is het werk gedaan? Hoe lang moeten de inspecteurs in Irak blijven. Een maand, een jaar, tien jaar, voorgoed?

De kans dat in een land zo groot als Frankrijk een paar honderd kilo chemische of bacteriële stoffen snel worden gevonden, is gering. Op grond van welke criteria beslissen we dat er lang genoeg gezocht is en we ons met een gerust hart kunnen terugtrekken of juist militair moeten ingrijpen?

Eén ding is zeker. Zonder massieve druk geeft Saddam Hussein weinig prijs. Vermindert de druk dan zal zijn bereidheid mee te werken evenredig afnemen. Om de druk te vergroten en de inspecteurs te beschermen zouden daarom eventueel blauwhelmen moeten worden ingezet. Dit is wel een heel gevaarlijk proefballonnetje.

Hoeveel manschappen zijn nodig om dit immense land enigszins te kunnen bestrijken? Minimaal vijftigduizend? Wie gaat die troepen leveren en wie is in staat dit logistiek te coördineren en te begeleiden? Duitsland en Frankrijk? En wat kunnen zij eenmaal in Irak gestationeerd gaan doen? Uiteraard krijgen ze, zoals altijd, een robuust mandaat mee, maar wat betekent dat in de praktijk? Het risico is groot dat de blauwhelmen de inzet worden van een nieuw politiek steekspel tussen Saddam en de VN. In plaats van een oplossing worden de blauwhelmen zelf deel van het probleem.

De kracht van de blauwhelmen staat of valt met de mogelijkheid om snel militaire ondersteuning aan te kunnen vragen. Dit hebben we in Nederland door schade en schande moeten ervaren. Zonder de rugdekking van een veel grotere militair potentieel lopen de blauwhelmen al snel het risico dat ze hulploos gaan rondlopen en door het Irakese regime worden vernederd. Maar wie levert die ondersteuning? De Amerikaanse en Britse troepen die op dit moment zijn samengetrokken, zijn voor dit doel niet geschikt, zeker niet wanneer het een langdurig proces gaat worden. Moeten de Europese landen troepen gaan sturen? Zijn we hiertoe in staat en willen we dit ook?

Ook wordt geopperd om boven heel Irak een no-fly-zone in te stellen. Dit klinkt simpel, maar ook hier geldt: wie zorgt voor de handhaving? Kortom, het sturen van inspecteurs en blauwhelmen is geen realistische oplossing. Het vergroot de problemen slechts. Het 'initiatief' is welbeschouwd ook niet echt bedoeld als een oplossing. Was het serieus dan had men eerst contact met Washington gezocht, omdat de militaire ondersteuning van de VS onontbeerlijk is voor het plan. Door de regering in Washington bewust te schofferen, kan er geen sprake zijn van ondersteuning van de VS en is het plan onuitvoerbaar.

Dat roept de vraag op wat dan de functie van deze Franse en Duitse initiatieven en proefballonnetjes wel kan zijn. Hier moeten we een onderscheid maken tussen Duitsland en Frankrijk. Voor Duitsland geldt dat Schröder zichzelf in het nauw heeft gebracht door de dreigende oorlog te gebruiken voor binnenlandse politieke doeleinden. Zijn optreden is zelfs voor zijn eigen minister van Buitenlandse Zaken Fischer niet te volgen, met als gevolg dat beiden nu op voet van oorlog met elkaar leven.

Schröder heeft zich de afgelopen jaren sterk gemaakt voor een gemeenschappelijk Europees buitenlands en veiligheidsbeleid. Als zijn optreden in de Irak-crisis een indicatie geeft van de manier waarop hij zich dit voorstelt, dan is dat weinig hoopgevend.

Voor Frankrijk geldt dat het met lede ogen constateert dat de 'nieuwe landen' van Europa zich wat betreft veiligheid primair richten op de VS. Parijs dreigt hierdoor aan politiek leiderschap in Europa in te boeten en langzamerhand naar de zijlijn te worden gedrukt. Parijs probeert derhalve door haar verzet de opmars van de VS in Europa tegen te houden en de eigen positie te versterken door het initiatief te houden.

Frankrijk en Duitsland zullen nu naar alle waarschijnlijkheid ervoor gaan pleiten dat de Veiligheidsraad geen tweede resolutie in stemming brengt waarin het gebruik van militair geweld wordt gelegitimeerd. Zo'n resolutie brengt beide landen immers in een zeer lastig pakket. Voorstemmen zal worden gezien als knieval voor de VS en tegenstemmen betekent dat men geen invloed heeft op wat er na de oorlog gebeurt. Wanneer er niet gestemd hoeft te worden, kan men blijven suggereren dat er alternatieven voor de agressieve Amerikaanse politiek mogelijk waren, en na de oorlog een volwaardige rol opeisen. Het lijkt me niet dat deze Frans-Duitse politiek de Nederlandse steun verdient.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.