FRANS DE WAAL

Met zijn onderzoek naar het gedrag van apen houdt primatoloog FRANS DE WAAL (59) de mens een spiegel voor. ‘Mensapen staan zo dicht bij ons, dat je begint te twijfelen aan de grens.’..

Vanaf een observatietoren, hoog boven het grote chimpanseeverblijf in de heuvels buiten Atlanta, wijst Frans de Waal zijn favorieten aan. Donna (‘een bluffer met mannelijke neigingen, maar erg vriendelijk’), Rita (‘een mooie aap, met een mooi karakter’) en de enige chimpanseeman in de groep, Socko (‘een heel gemoedelijke vent’).

’Op dit moment maakt Socko een iets minder relaxte indruk. Mannen met lawaaierige apparaten blazen de laatste bladeren van de Indian summer weg. De chimpansees reageren geprikkeld op de herrie. Ze schreeuwen en banjeren nerveus op en neer, over het bruinige gras – de zuidelijke staat Georgia wordt al maandenlang geteisterd door droogte.

Ineens stort alfaman Socko zich op een chimpanseevrouw. Hij springt op haar rug, bijt, deelt een paar stevige klappen uit. Huuhuuhuuu, klinkt het meteen – een woedend geluid, een imposant geluid – uit tien andere chimpanseekelen. Socko laat onmiddellijk los. ‘Zie je’, zegt De Waal, ‘de hele groep blaft tegen hem.’ Zo van: doe eens even normaal? ‘De rest protesteert, omdat hij een vrouw aanviel. Ze verdedigen haar. Als hij niet was gestopt, waren ze boven op hem gesprongen. Ook voor Socko gelden grenzen, zelfs al is hij de alfaman en heeft hij de absolute macht.’ Waarom begon hij opeens te slaan? ‘Hij reageert op het lawaai. Hij reageert spanningen af. Zoals de man die het moeilijk heeft op zijn werk en dat thuis afreageert. Een gebruikelijke reactie.’

Even later klautert dezelfde chimpanseevrouw naar Socko toe, die nu in het klimrek zit. Ze duwt haar lippen tegen die van hem. ‘Ze geeft hem een kus’, zegt De Waal. ‘Verzoening.’

Ze hebben ieder hun eigen karakter. ‘Ja. Vroeger zat er in deze groep nog een andere man, Bjorn. Ze zijn samen opgegroeid en waren de beste vrienden, totdat ze volwassen werden. Toen kregen ze een continue strijd. Bjorn was een maatje kleiner dan Socko, dus om alfaman te kunnen zijn, gedroeg hij zich gemeen – het Napoleoncomplex. Hij viel alles en iedereen aan, was zeer impopulair. Om en om wisselde het leiderschap. Ik was altijd blij als Socko weer de baas was, want dan bleef de zaak veel rustiger.’

Bjorn is intussen gestorven, vertelt De Waal, terwijl hij de observatietoren afklimt. Niet tijdens een groot gevecht tussen hem en Socko, zoals zijn onderzoekers vreesden, maar aan een hartkwaal.

‘De andere chimps waren aangeslagen, zelfs al was hij niet geliefd. Twee weken lang hebben ze nauwelijks geroepen, nauwelijks gegeten. Zo’n groep is zo hecht.’

De primatoloog wandelt terug naar zijn studenten op het veldstation van het Yerkes Primate Research Center. Een terrein van bijna 50 hectare afgeschermde grond, in de beboste roodgeelbruine heuvels, op ongeveer een uur rijden van Atlanta. Bij de onopvallende ingang, een weggetje tussen de bomen, hangen borden: restricted area. Hier zitten ongeveer tweeduizend apen, voor biomedisch onderzoek, bijvoorbeeld naar medicijnen tegen aids.

Ze zijn onderverdeeld in groepen, in open grachtenpandhoge buitenverblijven, met een vloeroppervlakte van een klein voetbalveld.

Op een paar honderd meter van elkaar zitten de chimpansees, in twee kolonies van twaalf. De mensapen hoeven niet mee te doen aan medisch onderzoek – zij worden vooral bestudeerd op gedrag. Georgia is de enige chimpansee die toekijkt tijdens de rondleiding op deze frisse morgen, wakkere blik in haar ogen. Georgia is wereldberoemd, sinds De Waal haar beschreef in zijn boeken.

Als er nieuw bezoek komt in het primatencentrum, kuiert ze vaak even naar de kraan, om een slok water te nemen. Daarna wacht ze geduldig af, tussen de rest van de kolonie, tot de gasten langs het chimpanseeverblijf worden geleid. Niemand die iets aan haar ziet. Totdat ze, zomaar ineens, de gasten besproeit.

‘Georgia’s gedrag laat zich het makkelijkst beschrijven in termen van menselijke kwaliteiten als intenties, bewustzijn en plezier in kattenkwaad’, schrijft De Waal, in The Ape and the Sushimaster, een boek over cultuur bij dieren. Georgia is in staat een stiekem plannetje te maken en uit te voeren. ‘Bij een mens zouden we dat als achterbaks beschouwen.’

Apengedrag en hoezeer dat op mensengedrag lijkt – in al zijn bestsellers houdt De Waal ons een spiegel voor. Mensen zijn dieren. Door te kijken naar dieren kunnen we veel leren over onszelf. Het beest in ons is verantwoordelijk voor agressie en xenofobie, maar ook voor sociaal gedrag, altruïsme, compassie, moraliteit.

De wetenschapper praat over zijn ingewikkelde vak zoals hij schrijft: begrijpelijk, met gevoel voor humor, vol mooie anekdoten.

Wat vindt u van Georgia? ‘Een interessante, ambitieuze aap.’ Lachend: ‘Maar ik zou niet met haar getrouwd willen zijn, als ze een mens was. Omdat ze een kreng is. Een haantje de voorste noemen ze dat, in Nederland.’

De Waal vertrekt in 1981 naar het Amerikaanse Wisconsin, nadat hij zes jaar lang onderzoek heeft gedaan bij een chimpanseekolonie in de Arnhemse dierentuin Burgers Zoo. Duizenden uren zit de jonge bioloog op een houten krukje voor het chimpanseeverblijf, om het dagelijks leven van de beesten te observeren. Hij legt er het fundament voor een grootse carrière – dit voorjaar riep Time Magazine hem uit tot een van de honderd invloedrijkste mensen van de wereld.

Dramatisch dieptepunt in de Arnhemse dierentuin (‘het droevigste moment van mijn loopbaan’) is een politieke moord. ’s Ochtends vroeg wordt De Waal gebeld dat zijn favoriete chimpanseeman Luit bijna is afgeslacht.

Wanneer hij arriveert, zit alfaman Luit in een grote plas bloed, met zijn hoofd tegen de tralies van het nachtverblijf. ‘Toen ik hem zachtjes streelde, zuchtte hij diep’, schrijft De Waal, in een hoofdstuk over de Machiavelli in de mens (Our Inner Ape, 2005). Tijdens de operatie die volgt ontdekken de dierenarts en De Waal dat Luits testikels verdwenen zijn. Hij komt nooit meer bij uit de narcose.

Luit betaalde een hoge prijs voor het aangaan van de confrontatie met twee samensmedende mannen, de jonge streber Nikkie en de vroegere leider Yeroen, ‘een konkelaar die zijn beste tijd had gehad’. De twee waren zwaar gefrustreerd door de snelle opkomst van de populaire Luit en hun statusverlies. Ze konden goed samenwerken – dat wel. Uit hun geringe verwondingen valt later af te leiden dat de oude Yeroen Luit moet hebben vastgehouden, terwijl de jeugdige Nikkie hem toetakelde. Door hun samenzwering konden ze samen nog drie jaar aan de macht blijven. De observaties van dit soort berekenend gedrag in Burgers Zoo leiden tot het eerste boek van De Waal voor een breed publiek, Chimpanzee Politics (1982). Het is meteen een succes. Republikein Newt Gingrich, voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, beveelt het boek zowaar aan voor nieuwe Congresleden.

Midden jaren tachtig begint De Waal met onderzoek bij het onderzoeksstation van Yerkes, het oudste en een van de grootste primatencentra van Amerika. In 1991 verhuist hij definitief naar Atlanta. Hij wordt hoogleraar psychologie aan de Emory University en onderzoeksprofessor bij Yerkes, dat is verbonden aan dezelfde universiteit.

Vier kantoren heeft hij intussen, verspreid over Atlanta en omgeving. Zijn mooiste kantoor, althans met ‘het mooiste uitzicht ter wereld’ (volgens zijn studenten) is het kleine glazen hok dat uitkijkt op de chimpanseekolonie waarvan Socko de baas is. Hier zit hij gemiddeld één dag in de week.

U bestudeert al zo lang apen – observeert u mensen in het dagelijks leven ook zo? Verraste blik. ‘Neeeee* Dat houd je gescheiden, hè.’ Maar u ziet waarschijnlijk meer dan ik. ‘Waarschijnlijk wel, ja. Maar dat is onwillekeurig.

‘Als er een vergadering is op mijn faculteit, vind ik het interessant om rond te kijken. Wie zit er te knikken, wie zit er in zijn papieren te bladeren terwijl er iemand aan het woord is. Wie is het eens met wie, wie is het oneens met wie. Apen uiten zich heel fysiek. Ze gaan naar elkaar toe, omarmen elkaar, of vallen elkaar aan. Mensen gedragen zich natuurlijk veel subtieler. Maar onbewust registreert iedereen hoe de verhoudingen liggen, tijdens zo’n vergadering.

‘Zoveel anderen zijn het eens met wat de spreker nu zegt, ik zal er ook maar achter gaan staan.’ Die afwegingen worden constant gemaakt. En dat kun je allemaal zien aan de lichaamstaal van mensen.’

Zit u dan niet in uzelf te lachen, over hoe het allemaal gaat? ‘Het amuseert me, dat wel. ‘Zelfs de psychologen van mijn faculteit zijn niet getraind zo te observeren. Als ze iets willen weten van mensen, stellen ze vragen. Maar hoe eerlijk denk je dat mensen zijn over bijvoorbeeld hun seksleven? Ik geef al geen eerlijk antwoord aan mijn dokter als hij vraagt hoeveel ik drink.’

Later, in de auto, op weg naar zijn huis in een voorstadje van Atlanta, zegt hij: ‘Ik geloof nooit wat mensen me vertellen. Denk altijd: wat zit daarachter? Je hoort weleens collega’s een andere werknemer prijzen, zeggen dat het zo geweldig is wat hij allemaal heeft bereikt. Dan zie ik aan ze dat ze eigenlijk helemaal niet zo blij zijn.’

Hij praat rustig, nadenkend, nog steeds met licht Brabants accent. Frans de Waal is geboren in Den Bosch en opgegroeid in het vlakbijgelegen Waalwijk.

Het vierde kind in een gezin van zes zoons. Zijn vader was directeur van de plaatselijke Amrobank. Als jongen zat hij altijd al met schepnetten in de sloot, om de salamanders en stekelbaarsjes te vangen die hij hield in de bijkeuken.

Waarom voelt u zich zo aangetrokken tot dieren? ‘Geen idee. De vader van mijn moeder had een dierenwinkel. Dat is verder de enige in de familie die gek was op dieren. Ik zeg altijd maar: de ene helft van de mensen houdt van dieren en de andere helft niet. Ik weet niet waar die twee soorten vandaan komen. De ene helft vindt het ook prima om met een dier vergeleken te worden, terwijl de andere helft het vreselijk vindt. Je hebt ook dierenliefhebbers die niet van mensen houden – maar zo ben ik helemaal niet.’

De Waal en zijn hartelijke Franse vrouw Catherine wonen in een groot, roomwit houten huis, in het bos, vol met herten, eekhoorns, possums en (gif)slangen. Hun drie poezen kunnen niet naar buiten: dan worden ze gegrepen door de coyotes. Het begint kouder te worden – de kolibries zijn al naar Mexico vertrokken. In de muur is een aquarium gemetseld, met Afrikaanse vissen. ‘Dat is de mevrouw die alle eitjes heeft geproduceerd’, wijst hij aan. ‘En dat is haar man. Die jonge vis daarachter is van hem.’

Catherine (58) kookt in de open keuken, terwijl haar man achter de computer zit. Uit zijn kamer, grenzend aan de achtertuin, klinkt jaren-zestigmuziek. ‘Wilt u niet mee-eten?’, vroeg Catherine eerder. ‘Dan gaan we boodschappen doen. Kan ik u de Farmers Market laten zien.’ Ze heeft de tijd, vertelt Catherine, sinds ze drie jaar geleden is gestopt als hoogleraar Franse literatuur. Ze hebben geen kinderen – Catherine hoefde niet zo nodig.

Eigenlijk wil ze niet geciteerd worden. Oké, af en toe een zinnetje, dat mag. Lachend: ‘Dan schrijf je maar op: ‘His lovely wife Catherine said*’

Ja, beaamt ze, Frans is altijd aan het werk. ‘Altijdaltijd.’

Hij zegt, tijdens het aperitief: ‘Ik ben een ongedurig persoon. In de zin dat ik zeer gedreven ben, zeer actief. Maar ik ben niet springerig.’

Ik kan me voorstellen dat dieren gemakkelijk naar u toekomen, door de kalmte die u uitstraalt. ‘Mmm, ja. Voor dieren is het belangrijk dat je geen onvoorspelbaar gedrag vertoont. Bij mensen is dat trouwens net zo.’

U schreef: ‘Soms zien de chimpansees beter in wat voor bui ik ben dan ikzelf.’ ‘Ja. Zo gevoelig zijn ze. Dat je zonder het te weten in een geirriteerde bui bent en de apen daarop geïrriteerd reageren.’

Hoe denkt u dat ze tegen u aankijken?

‘Ze kennen mij goed. Laatst moest ik een experiment doen met Peony, een alfavrouw. ‘Ga eens aan de slag’, zei ik. Ze voerde onmiddellijk uit wat ik wilde. Wij als onderzoekers zeggen dan tegen elkaar: ‘Peony spreekt Engels.’ Er zijn mensapen die begrijpen wat je tegen ze zegt. Ik weet niet hoe ze dat hebben ontwikkeld. Soms ben ik erg verbaasd dat ze meteen reageren op mijn vraag. Mensapen zijn heel speciaal. Ze staan zo dicht bij ons dat je begint te twijfelen aan de grens. Of er wel een grens is. In Yerkes kun je meemaken dat bezoekers naar het gedrag van de chimpansees kijken en zeggen: ‘It’s disgusting.’ Dat zullen ze nooit zeggen van een giraffe, of van een olifant.’

Omdat ze zichzelf herkennen. ‘Ze zien een spiegel, die ze absoluut niet willen zien.’

Waar ligt de grens? ‘Omdat die zo vaag is, hebben veel dierentuinen vrouwelijke verzorgers. Een mannelijke chimpansee laat zich niets vertellen en nogal wat mannen kunnen daar niet tegen, omdat ze toch de baas willen zijn. Als zo’n Socko tegen je bluft en je vat dat persoonlijk op – wie denkt-ie wel dat-ie is – krijg je een vijandelijke relatie. Niet alleen met die ene aap. De hele groep keert zich dan tegen je. Ik heb mannelijke studenten gehad die niet te handhaven waren, omdat ze in een dominantiestrijd verwikkeld raakten met een aap.

‘Met vrouwelijke studenten is het af en toe precies omgekeerd. Sommigen beschouwen de chimps als een knuffeldier, ze willen ze omarmen, bij ze zitten. Dat kan niet. Veel te gevaarlijk.’

Zijn er ook chimpansees die een hekel aan u hebben? ‘Anja. Een aap met een Nederlandse naam! Het is onmogelijk met 25 mensapen te werken die allemaal van je houden. Er zijn er altijd een paar die je niet mogen. Net als in een grote mensenfamilie.’

Hoe moet je met mensapen omgaan? ‘Je moet ze vriendelijk doch ferm behandelen. Duidelijke regels stellen. Maar je moet vooral respect tonen. Als ik bezoekers krijg die zich superieur voelen aan de apen, merken ze dat meteen. De vrouwelijke chimps hebben een hekel aan zwaar opgemaakte dames op hoge hakken, ruikend naar parfum, die uitstralen dat ze zich ver verheven voelen boven apen. Mannelijke chimpansees moeten niks hebben van kerels die hier stoer rondlopen, proberen te intimideren.’

Mensapen zien dat verschil, tussen mannen en vrouwen? ‘Er zijn zoveel dieren die het verschil kennen. Zelfs papegaaien. Je hebt papegaaien die altijd mannen bijten, nooit vrouwen. Terwijl papegaaien in tegenstelling tot mensapen helemaal niet op ons lijken, dus ook niet kunnen afgaan op hun soortgenoten, om uit te maken wat nu een man of vrouw is.’ Vrolijk: ‘Het doet me denken aan mijn eerste, totaal onwetenschappelijke experiment met apen, dat ik samen met een psychologiestudent heb uitgevoerd in Nijmegen. Op de faculteit hadden we twee chimpansees, die altijd een erectie kregen als er een vrouw binnenliep. In ons waren ze totaal niet geïnteresseerd. Op een dag hebben we jurken aangetrokken en hoge stemmen opgezet, om te kijken wat er zou gebeuren. Niets dus. Helemaal niets.’

De ontsnapte gorilla Bokito zou de vrouw die hij afgelopen voorjaar toetakelde volgens u hebben geprobeerd in te lijven in zijn harem. ‘Bokito dacht waarschijnlijk: die vrouw komt elke keer langs, die is heel vriendelijk tegen me, die hoort bij mij. Bokito is grootgebracht door mensen, in de dierentuin van Berlijn. Het verschil tussen mens en gorilla is voor hem vermoedelijk niet zo groot als het is voor een normale aap. De Berlijnse dierentuin maakt nu dezelfde fout met die ijsbeer.’

Met Knut. ‘Als gevaarlijke dieren door mensen worden grootgebracht, worden ze nóg gevaarlijker. Dan hebben ze geen angst meer voor mensen, voelen ze zich aangetrokken tot mensen, beschouwen ze die als deel van hun sociale omgeving. Dus Knut zal ook nog wel eens iemand pakken.’

De tendens is dat dieren steeds meer worden gezien als mensen. ‘Dat is dus helemaal fout. Dat is gebaseerd op het paradijs – van de leeuwen en de schapen die naast elkaar sliepen. Dat kan, zolang de buik van de leeuw vol is. Maar op een gegeven moment is die buik leeg en moet hij het schaap toch opeten. ‘Ik heb niets met het idee dat je dieren hetzelfde moet behandelen als mensen. Er zijn dierbeschermers die vinden dat ik geen konijn mag eten. Maar waarom is het wel oké als een vos een konijn eet?’

Hij vertelt over de ontdekking waarmee hij 25 jaar geleden bekend werd. Dat apen het goedmaken na een ruzie, dat ze zich verzoenen. ‘Zoals we vanochtend ook zagen.’ Niemand was aanvankelijk geïnteresseerd in deze studie, die uiteindelijk zou leiden tot zijn onderzoek naar empathie bij mensapen – tegenwoordig hét grote onderwerp bij Yerkes. Een jaar geleden werd bewezen dat ook muizen zich kunnen inleven in een andere muis. ‘Ik denk dat alle dieren die ouderzorg kennen, empathie voelen. Ze moeten snel kunnen reageren op de gemoedstoestanden van hun jongen. Op kou, op honger, op pijn, op gevaren.’

De jongste ontdekking was een toevallige: apen beseffen het als hun onrecht wordt aangedaan. Kapucijnapen die een schijfje komkommer kregen, reageerden boos als hun buurman een druif incasseerde voor het uitvoeren van dezelfde taak.

Uw broer zei dat het uw missie is om aan te tonen dat de mens van nature tot het goede is geneigd. ‘Ach, dat weet ik niet. Ik vind dat de mens ook van nature tot het slechte neigt – ik heb geen illusies over de agressiviteit van de mens, of van de chimpansee. Ik ben als biologiestudent opgeleid in de tijd na de oorlog, toen er vooral interesse was voor agressief en competitief gedrag. Alle onderzoek werd uitgelegd op een rationele manier. Dat dieren alleen maar zouden samenwerken om daar voordeel uit te halen. Ik heb dat altijd gezien als een simplificatie.’

Baldadig: ‘Als er toen alleen belangstelling was geweest voor de aardigheid van dieren onder mekaar, was ik misschien wel onderzoek gaan doen naar agressie. Ik hou ervan tegendraads te zijn. Ik ben niet bang om controverses aan te gaan. Een hoop wetenschappers zijn precies omgekeerd: die gaan mee met de grote moot. Die willen onderzoek doen waarvan iedereen zegt hoe fantastisch het is.’

Is het moeilijk, zo toegankelijk te schrijven voor zo’n breed publiek? ‘Het moeilijke is vooral dat een deel van de andere wetenschappers het niet waardeert. Collega’s die achter hun hand zitten te gniffelen. ‘Die De Waal heeft dit beweerd en is het niet belachelijk?’ Er zit een element van jaloezie bij. ‘Hij is altijd op televisie, maar wat weet hij nou over míjn soort apen?’ Ik redeneer maar zo: mijn collega’s, dat zijn vierhonderd mensen. Het publiek dat ik bereik bestaat uit vijftien miljoen mensen. Wat is nu belangrijk?’

En dit voorjaar bent u door Time Magazine uitverkozen tot een van de honderd invloedrijkste mensen te wereld. ‘Ik was enorm verbaasd. Ik weet niet eens wie me heeft genomineerd.’

U bent niet naar het feest geweest, omdat u naar Chimp Haven moest, een opvanghuis voor apen die zijn gebruikt als proefdier of als circusartiest. ‘Bovendien was het niet duidelijk of ik mijn vrouw kon meebrengen. Had ik daar in mijn eentje naar New York gemoeten, naar zo’n party* Wie weet aan welke tafel ze je zetten.’

Was u niet ontzettend vereerd?

Kalm: ‘Zeer vereerd, ja. Ach, dat is wel komisch. Pas geleden gaf ik een lezing op Nyenrode. Daar zeiden ze: ‘U bent ineens zo bekend geworden.’ Maar in Amerika ben ik al heel lang bekend, hoor.’

Zijn vrouw zet het eten op tafel. Thaise groene kipcurry.

Hij vertelt verder, bevlogen: ‘Het erg ste vind ik onderzoekers die de hoofdstroom blindelings volgen en opdrachten aannemen waarin ze zelf niet geloven. Om geld binnen te halen. Een collega van me kon 25 jaar geleden een miljoen dollar krijgen als ze lood op apen zou uittesten. Ze heeft het gedaan. Vijf jaar later ontmoette ik haar weer. Ze was uit haar vakgebied gestapt. ‘Ik kan het niet meer’, zei ze.’

Heeft u wel eens dat soort aanbiedingen gehad? ‘O ja. Als ik in het hersenonderzoek was gegaan, was ik nu stinkend rijk geweest.’

Waarom deed u het niet? ‘Ik zal nooit iets doen wat mijn apen pijn doet. Ik heb mijn apen nooit ziek gemaakt, of injecties gegeven, of geïsoleerd. Terwijl: ik werk op een primatencentrum, waar negen van de tien collega’s dat soort dingen wel doen. Die zeggen: ‘Jij denkt zeker dat je een soort heilige bent.’ Maar ik heb er gewoon absoluut geen zin in.’

Frans, zegt zijn vrouw, terwijl ze een laatste glas witte wijn inschenkt, trekt zich nooit iets aan van anderen – hij gaat zijn eigen weg. ‘Dat is wat me zo aantrok in hem. Dat hij zo op zijn gemak is met zichzelf.’

Ze vertelt over de gesprekken die ze met zijn moeder heeft gevoerd. Frans was een lieve baby, zei zijn moeder, maar geen gemakkelijk kind.

Catherine: ‘Altijd stond hij bij de sloot, op zoek naar salamanders. Zijn moeder kon hem niet controleren; hij wou de hele tijd naar buiten.’

Haar man, spottend: ‘Als ik nu jong was geweest, hadden ze me Ritalin gegeven.’

ADHD. Hij lacht voluit. ‘Ik ben blij dat ik het medicijn daartegen nooit heb gehad.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden