Frankrijks moeizame mondialisering

De Franse premier Jospin pleitte vorige week voor invoering van een belasting om het internationale flitskapitaal in te tomen. Want Frankrijk en mondialisering, dat blijft een lastige combinatie: controleren, indammen en reguleren is de Fransen met de paplepel ingegoten....

'FRANKRIJK is verdwenen', zo begon afgelopen zaterdag het commentaar in het rechtse Figaro-Magazine. 'Zelfs zijn schaduw is vervaagd. Het land hoort niet meer in het wereldlandschap, speelt er niet de geringste rol. Het is geen natie meer. Alleen nog een rustplaats, een opeenvolging van uitzichten, kazen en wijnen die elk jaar zeventig à vijfenzeventig miljoen nieuwsgierige toeristen trekt.'

Een even sombere als krachtige tekst van hoofdredacteur George Suffert, die niet noodzakelijk uitdrukt wat de meeste Fransen denken. Le Figaro bedient nu eenmaal voor een stevig deel oud-militairen, nostalgische katholieken en bejaarde gaullisten wier ideologie bestaat uit terugverlangen naar la grande nation.

Tegelijkertijd is het wel zo dat niemand hier zijn wenkbrauwen optrekt bij dit soort wanhopige navelschrijverij. Met Corsica en de onveiligheid is de mondialisering momenteel hét thema in het Franse publieke debat. 'En wie het over mondialisering heeft, heeft het over de Franse identiteit', zegt Zaki Laïdi, als politicoloog verbonden aan de vooraanstaande faculteit Sciences-Po.

Net als overal elders wekt het containerbegrip mondialisering ook in Frankrijk vooral verwarring. De anti-McDonald's-activist José Bové is net zo goed tegenstander van de mondialisering als oud-minister Chevènement. Die laatste wordt door Laïdi als 'nostalgische soevereinist' gekarakteriseerd. 'Ze zouden binnen vijf minuten hooglopende ruzie hebben.' Het feit dat de mondialisering een identiteitskwestie is, verklaart volgens Laïdi waarom juist Frankrijk het er zo moeilijk mee heeft.

'Het Franse wezen hangt traditioneel ten nauwste samen met de staat. Politiek bestaat niet buiten de staat - dat is al heel anders dan bij jullie in Nederland.' Laïdi ziet - toch een beetje als Figaro-hoofdredacteur Suffert - als gevolg van de mondialisering 'een ware ineenstorting van de staat'. Daarvoor in de plaats moet een nieuwe vorm van politiek komen.

'Hét grote probleem van Frankrijk is zijn erfenis van de exclusieve soevereiniteit, in de 17de eeuw uitgedacht door Jean Bodin. De absolute weigering om te delen. Ga maar eens met minister Védrine van Buitenlandse Zaken praten. De economische integratie in Europa is een feit. Maar buitenlandse politiek is wat anders, zal hij zeggen.'

De Franse weerzin tegen de mondialisering is complex, en laat zich niet wegschamperen, zoals vaak in de angelsaksische pers gebeurt. 'Gewone Fransen zuigen de Amerikaanse cultuur volgaarne op', was nog deze week in de International Herald Tribune te lezen, 'terwijl intellectuelen, plattelandsactivisten en politici het Amerikaanse ''ultraliberalisme'' veroordelen als barbaars en onmenselijk.'

Het valt niet te ontkennen dat dikwijls een flinke scheut anti-Amerikanisme in de Franse bezwaren tegen de mondialisering te vinden is. En dat ogenschijnlijk een tegenspraak bestaat tussen de populariteit van plattelandsactivist José Bové die de McDonald's van Millau 'verbouwde', en de gestaag voortgaande uitbreiding van het aantal fastfoodrestaurants in het hele land.

Maar die tegenspraak verdwijnt wanneer je mondialisering bekijkt als het gevoel dat de controle over de dingen je ontglipt, zoals Zaki Laïdi doet. Frankrijk is niet tegen het vrijemarktprincipe. Frankrijk is wél het land waar alles vanouds gecontroleerd en geregeld wordt. Van de identiteitspapieren op straat tot de kaarsrecht geschoren bomen langs de wegen en het schoolcurriculum dat tussen Lille en Perpignan identiek is. Dat is meer een antropologisch-historische dan een politieke kwestie. Heel veel is al veranderd. De prijscontrole bestaat niet meer en auto's hoeven ook geen gele koplampen meer te hebben.

Maar controle over de dingen staat nog altijd centraal bij alle Franse internationale bemoeienissen. De invoering van de euro moest gepaard gaan met een 'gouvernement économique' - een instantie die de vinger aan de pols houdt bij de zelfstandige Europese Centrale Bank. Drie van de vier Fransen willen meer internationale 'regulering', zo bleek onlangs uit een peiling van Le Monde. In die opvatting vinden zelfs de kemphanen van de linksrechts cohabitation elkaar.

Het merendeel van de Franse politici is al sinds jaar en dag tegen de mondialisering. Gematigd tegen, zoals minister Hubert Védrine van Buitenlandse Zaken. Hij pleitte vorige week voor een 'menselijke en gecontroleerde mondialisering, ook nu het nieuwe Amerikaanse unilateralistische soevereinisme ons de zaken niet gemakkelijker maakt'.

Dan wel radicaler tegen, zoals ter rechterzijde oud-minister Charles Pasqua. Of ter linkerzijde de communistische partijsecretaris Robert Hue en de trotskiste Arlette Laguiller. Openlijk blij met de vervagende landsgrenzen zijn eigenlijk alleen de voorman van Démocratie Libérale, Alain Madelin, en Daniel Cohn-Bendit, en die laatste is binnen de Groenen (Les Verts) weer een buitenbeentje.

Nieuw is dat officieel Frankrijk zich sinds de G8-top in Genua aan het hoofd van de antimondialiseringsbeweging lijkt te posteren. Terwijl de Britse premier Blair van leer trok tegen de relschoppers in Italië, liet zijn Franse collega zich aanmerkelijk genuanceerder uit. Volgens premier Jospin 'is Frankrijk blij met de wereldwijde opkomst van een burgerbeweging, voorzover die de behoefte van de meerderheid van de mensenheid uitdrukt om de vruchten van de mondialisering beter te verdelen'.

En president Chirac wees afgelopen week voor een publiek van Franse ambassadeurs op een 'onvoldoende gecontroleerde mondialisering', waarvoor een 'nieuwe vorm van wereldregering' zou moeten komen, 'die op internationale schaal de sociale dialoog zou moeten opzetten - met ngo's, vakbonden, ondernemingen'.

De vraag is uiteraard in hoeverre de politici verwoorden wat onder het volk leeft. Is het waar dat 'gewone Fransen de Amerikaanse cultuur volgaarne opzuigen' (Herald Tribune) terwijl de politieke top nog bivakkeert in een nostalgisch Frankrijk dat niet meer bestaat? Het beeld is genuanceerd. De mondialisering is voor de Fransen 'geen goddelijke verrassing, ook geen apocalyps', zoals politicoloog Laïdi het uitdrukt. Een recente peiling van Le Monde wees uit dat 55 procent van de Fransen in de mondialisering een bedreiging van hun baan of hun bedrijf zien.

Daar staat tegenover dat 54 procent van de jongeren tussen 18 en 24 jaar er een 'kans' in ziet. Bij de oudere jongeren tussen 25 en 34 jaar is dat een bijna-meerderheid van 48 procent. Voeg daarbij dat het Franse bedrijfsleven (Vivendi, France Télécom, EDF, Alcatel) zich de laatste jaren op de wereldmarkt uitstekend weet te redden - beter in ieder geval dan Angstgegner Duitsland. En de indruk ontstaat gemakkelijk dat de Franse politiek met zijn antimondialistische refrein inderdaad de boot mist.

Politici kan misschien worden aangewreven dat het ze aan een langetermijnvisie ontbreekt. Maar een fijne electorale neus kan ze niet worden ontzegd. Vandaar dat premier Jospin dezer dagen on-Frans enthousiast is voor de 'burgerbeweging' en zelfs pleitte voor het invoeren van de zogenoemde Tobin-tax. Deze belasting - in Frankrijk uiteraard la taxe Tobin - zou het flitskapitaal moeten indammen door alle internationale financiële transacties minimaal te belasten. Zelf ziet de bedenker, de Amerikaanse econoom James Tobin, inmiddels niet veel meer in zijn idee. Het dateert uit de jaren zeventig. Maar in Frankrijk maakt het de laatste tijd enorme opgang.

De stuwende kracht erachter is de uitgesproken antimondialiseringsbeweging Attac, Association pour la taxation des transactions financières pour l'aide aux citoyens (Vereniging om belasting te heffen op financiële transacties ten behoeve van de burgers). Deze mondvol zetelt tweehoog in het gebouw van het linkse maandblad Le Monde diplomatique. Attac-voorzitter Bernard Cassen is daar sinds 1973 redacteur. Ook hij gaat een veeg uit de pan tegen de Amerikanen - en hun Europese 'marionetten' - niet uit de weg.

'Frankrijk is het enige land dat zich tegen de Amerikaanse overheersing teweer durft te stellen. In mijn ogen krijgen Britten en Hollanders de prijs de grootste hielenlikkers van de Amerikanen te zijn.' Cassens bezwaren tegen de mondialisering omschreef hij recentelijk nog eens in Le Monde: 'Wij weigeren de vrije markt te beschouwen als een hogere waarde dan mensenrechten, sociale, culturele en milieurechten. Wij betwisten dus de Wereldhandelsorganisatie het juridische recht Europeanen te verplichten hormoonvlees uit Amerika te importeren, op straffe van sancties.'

Het succes van Attac begon drie jaar geleden met een hoofdartikel in Le Monde diplomatique. De hoofdredacteur riep min of meer gekscherend op tot de oprichting van een 'Tobin-tax-vereniging' om de kapitaalstromen een halt toe te roepen. Duizenden adhesiebrieven kwamen daarop binnen, waarop Attac het leven zag.

Het werd een merkwaardige club, die volstrekt buiten de gebaande partijlijnen werkt. Onwennig voor Frankrijk. Vorige week hield Attac net als de reguliere politieke partijen zijn zomertoogdagen. Daar was het profiel van de aanhang te zien. Een IKV-achtige uitstraling, met veel rugzakjes, sandalen, onderwijzers, ambtenaren, studenten, ouderen.

Attac, zegt Cassen, is veel meer dan een pleidooi voor de Tobin-Tax. 'Een educatieve instelling die tot actie oproept.' Negen boeken zijn inmiddels uitgegeven, wekelijks worden tientallen lezingen in het land gehouden, het aantal seminars is niet meer te tellen. Waarom dan toch die Tobin-tax als uithangbord?

Om drie redenen, zegt Cassen. 'Ten eerste is Tobin een Amerikaan die helemaal niet links is. Waaruit blijkt dat het geen anti-Amerikaans idee is. Ten tweede zou die belasting miljarden opleveren, die goed besteed kunnen worden. En ten derde heeft zo'n minimale belasting een groot pedagogisch effect: de uitstraling dat er wel degelijk iets tegen de financiële markten gedaan kan worden.'

In Frankrijk zijn inmiddels achtendertigduizend betalende leden. In tientallen landen zijn bloeiende dependances opgericht. In Zuid-Amerika maakt Attac furore, in Italië speelde Attac bij de debatten rondom 'Genua' een centrale rol. In Duitsland heeft de linkse ex-minister Oskar Lafontaine zich vorige week aangemeld, waarop bondskanselier Schröder halsoverkop zei dat er inderdaad eens wat aan het flitskapitaal gedaan moet worden. Alleen in het 'ultraliberale' Nederland wil de oprichting van een Attac-filiaal nog niet van de grond komen.

In Frankrijk heeft Attac de linkse partijen zichtbaar nerveus gemaakt. Over acht maanden kiezen de Fransen een nieuwe president, en links kan zich een frontale botsing met deze luidruchtige beweging niet veroorloven. De Parti Socialiste heeft zelfs een conseiller antimondialisation in de arm genomen. PS-partijsecretaris François Hollande zei onlangs: 'Wij zitten helemaal op de lijn van Attac'. Vandaar dat premier Jospin tijdens de socialistische zomeruniversiteit vorige week beloofde de Tobin-tax in Europees verband te zullen aankaarten.

Is dat politiek opportunisme van de jospinistische soort - links praten, rechts doen - of moet het serieus worden genomen? De Belgen, dit halfjaar voorzitter van de EU, hebben de Tobin-tax voor de komende financiële top van 22 en 23 september op de agenda gezet. Gaan de Fransen daadwerkelijk pleiten voor invoering in Europa, zoals Attac wil? Bernard Cassen gelooft er niets van.

'Minister Fabius van Financiën zegt: ''De Tobin-tax is heel mooi, ik ben er helemaal voor. Maar het kan technisch helaas niet.'' Wat onzin is. Jospin zegt: ''Ik had al in 1995 de Tobin-tax in mijn programma voor de presidentsverkiezingen staan.'' Dat klopt, maar bij de parlementsverkiezingen van twee jaar later was het er weer uit. Dus het is maar net hoe het uitkomt.

'Als je Jospin nu precies beluistert, heeft hij niet gezegd: ''Wij gaan pleiten voor een Tobin-tax in Europa.'' Hij zei: ''Wij gaan Europa vragen de Tobin-tax voor te leggen aan de internationale instanties.'' Internationale instanties! Hij bedoelt het IMF, maar dat woord durft hij niet uit te spreken. In het IMF hebben de Amerikanen de blokkerende minderheid. En die willen de Tobin-tax absoluut niet. Dus het gaat niet door. En dat weet Jospin. Hij wil het idee wel voorleggen, in de veronderstelling dat het toch niks wordt. Desondanks heeft hij de Tobin-tax door hem te noemen wel weer flinke ruchtbaarheid gegeven.'

Moeten we een beweging als Attac nu zien als de toekomst, als een vorm van politiek buiten het benauwde etatistische kader zoals politicoloog Zaki Laïdi het graag zou zien? Laïdi gelooft het niet. Voor hem is de Attac-toon te veel ouderwets antiliberaal. 'Maar het succes bewijst wel de malaise van de traditionele Franse politiek.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden