Frankrijks koloniale geschiedenis slaat terug

In de Franse voorsteden is de koloniale erfenis nog altijd voelbaar. Die draagt bij aan de diepe kloof tussen de Franse samenleving en de moslims.

Place de la République. Beeld afp

'Parijs was een vreemde stad. Overal zag je politie en soldaten. Het was helemaal niet vrij, de situatie was heel gespannen. Het ergste van alles was het gevoel dat er iets ergs aan het gebeuren was, maar je wist niet precies wat.'

Dat zei de Britse kunstenaar Harold Chapman over Parijs in de herfst van 1961, toen de Algerijnse oorlog in alle hevigheid woedde. Een paar maanden eerder hadden de terroristen van de rechtse OAS, die Algerije voor Frankrijk wilden behouden, een bomaanslag gepleegd op de trein van Straatsburg naar Parijs. Er vielen 22 doden, de grootste aanslag op Franse bodem tot afgelopen vrijdag.

Vlak voor de terreurgolf liep ik met mijn vrouw over de Place de la République. Wat is het toch fantastisch om hier zo maar te kunnen lopen, zeiden we tegen elkaar, omdat we in Parijs wonen. Die schitterende stad, statig en elegant, maar ook vrolijk en vol levenslust.

Een week later voelt de stad dof aan. Het leven zal zich hernemen, net als in de maanden na Charlie. Maar de sfeer is loodzwaar, in het besef dat nieuwe klappen kunnen volgen, dat misschien wel een hele generatie afscheid neemt van het leven in vrede.

Geschiedenis

De gedachten gaan terug naar de Algerijnse oorlog, van beide zijden met enorme wreedheid gevoerd van 1954 tot 1962. Ook toen werd de noodtoestand uitgeroepen. Ook toen was Frankrijk radeloos: hoe moest deze spiraal van geweld gestopt worden?

Er is nog een Algerijnse connectie. Minstens twee van de drie schutters in de Bataclan, Sami Amimour en Omar Ismaïl Mostafaï, waren van Algerijnse origine. Net als de broers Kouachi, die in januari de redactie van Charlie Hebdo uitmoordden, als Mehdi Nemmouche, die in 2014 vier mensen doodschoot in het Joods Museum in Brussel, als Mohammed Merah, die in 2012 zeven mensen ombracht in Toulouse en omgeving.

Natuurlijk, terrorisme is een veelvormig verschijnsel. Niet alle jihadi's zijn Algerijnse jongens uit de banlieue. Ongeveer 40 procent van de radicalen die door de Franse veiligheidsdiensten worden gevolgd, is (veelal blanke) bekeerling. Ook opvallend: 67 procent komt uit de middenklasse, 17 procent uit de hogere klasse, slechts 16 procent uit de lagere klasse.

Maar toch: wie naar de daders van de recente aanslagen kijkt, ziet de koloniale geschiedenis terugslaan, zegt de Britse historicus Andrew Hussey, schrijver van het boek The French Intifada - The Long War Between France and Its Arabs. Van alle oorlogen fascineert de Tweede Wereldoorlog ons het meest, zegt hij, maar de koloniale oorlogen hebben een veel grotere invloed op de 21ste eeuw, stelt Hussey, directeur van het Centre for Post-Colonial Studies aan de universiteit van Londen.

Vierde Wereldoorlog

'De Tweede Wereldoorlog zag er destijds heel modern uit. Maar nu lijkt het bijna een napoleontische oorlog, met enorme nationale legers en duidelijk afgebakende frontlijnen', zegt hij. Erna volgde een 'Derde', de Koude Oorlog, vooral uitgevochten in de Derde Wereld. Inmiddels zijn we aan de 'Vierde Wereldoorlog' bezig, zegt Hussey: 'Een mondiaal conflict met breuklijnen die dwars door natiestaten lopen.' Het front bevindt zich niet alleen in de anarchie van Syrië en Irak, maar ook in Parijs en Molenbeek, misschien zelfs in Hannover. Het is niet alleen een conflict tussen het Westen en de islam, tussen rijk en arm, maar ook tussen twee heel verschillende ervaringen met de wereld - die van de kolonisator en gekoloniseerde.

Op 1 november 1954 kwamen de Algerijnen in opstand tegen Frankrijk, op Toussaint rouge, de rode Allerheiligen. Hussey beschrijft hoe de destijds 17-jarige Franse koloniste Marie-Jeanne Pusceddu een dag voor Allerheiligen een taxi nam in het stadje Philippeville. 'Morgen is er een fête', zei de Algerijnse chauffeur, een goede bekende. 'Er zal veel vlees zijn.' Pusceddu dacht dat hij een grapje maakte. De volgende dag drong hij met een bijl haar huis binnen en schoot haar moeder, broer, zuster en schoonzus dood. Die dag vielen 123 doden bij dergelijke slachtpartijen.

De Algerijnse guerrillastrijders kozen voor terreur, omdat ze de Fransen nooit militair zouden kunnen verslaan. Franse kolonisten en Algerijnse 'collaborateurs' werden niet alleen vermoord, maar ook onthoofd of gevierendeeld. Lijken werden verminkt, geslachtsdelen afgehakt en in de mond gepropt.

Gebroken fles

De Fransen reageerden keihard. In de weken na Toussaint rouge werden zeker 1.200 Algerijnen gedood, van wie sommigen ongewapend waren. Al snel begon het Franse leger systematisch te martelen. Een favoriete methode: de gevangene werd op een gebroken fles gezet en stevig naar beneden geduwd. In het beste geval had hij maanden pijn, in het slechtste geval stierf hij aan geperforeerde ingewanden.

Militair wonnen de Fransen de slag, maar ze verloren hun moreel gezag. Zelfs Brigitte Bardot zei dat ze 'niet meer in een nazi-land wilde leven'. De Fransen kregen genoeg van de vuile oorlog, de aanslagen, de wrede dood van jonge dienstplichtigen in een ver land. In 1962 werd Algerije onafhankelijk. Het aantal slachtoffers wordt geschat op 60- tot 80 duizend Algerijnen, 25 duizend Franse militairen en drieduizend Franse burgers.

Daarmee was de 'lange oorlog tussen Frankrijk en zijn Arabieren' niet afgelopen. In de jaren zestig en zeventig kwamen veel Algerijnen naar Frankrijk. Volgens schattingen zijn er nu twee tot vier miljoen Fransen van Algerijnse afkomst. Velen zijn goed geïntegreerd, getuige het feit dat 15 procent van de Franse soldaten moslim is. Een stad als Parijs zou tot stilstand komen zonder zijn Algerijnse en Afrikaanse arbeidskrachten.

Maar in de voorsteden is de koloniale erfenis nog altijd voelbaar. Velen voelen zich uitgesloten van de Franse samenleving. Ze zijn op zoek naar een identiteit en de islam biedt een antwoord, zegt historicus Hussey. Daardoor kan een mengeling van wraakzuchtige postkoloniale woede en een moorddadige jihadistische ideologie ontstaan.

In de jaren negentig woedde in Algerij een burgeroorlog tussen het leger en de islamisten van de GIA. Er vielen naar schatting 200 duizend slachtoffers. Wederom werd met grote wreedheid gevochten. Bij Oran werd een onderwijzeres door islamisten verkracht en onthoofd, voor de ogen van de kinderen. Haar hoofd werd op haar bureau gezet 'als waarschuwing'. Khaled Kelkal, een Algerijnse jongen die in de banlieue van Lyon opgroeide, importeerde de terreur naar Frankrijk. In 1995 was hij betrokken bij een bomaanslag op het RER-station Saint-Michel in Parijs, waarbij tien doden vielen.

Sindsdien is de rol van de islam, radicaal of gematigd, alleen maar sterker geworden. Er gaapt een grote mentale kloof tussen de Franse samenleving en moslims, vooral in de banlieue. Volgens de officiële ideologie belichaamt de Republiek de universele waarden van vrijheid, gelijkheid en broederschap. In theorie kan zij daardoor gemakkelijk immigranten opnemen. Iedereen is welkom, mits hij die waarden onderschrijft.

Koloniale macht

In de banlieue wordt dat heel anders ervaren. 'De Republiek doet niets voor ons', zei een werkloze man die ik in de Parijse voorstad La Courneuve sprak. 'Er is geen werk, de scholen zijn slecht, altijd word je als Arabier behandeld. Maar we worden wel uit de hoogte toegesproken over de waarden van de Republiek.' In de banlieue voelen velen zich geen Fransman, stelt socioloog Didier Lapeyronnie van de Sorbonne: 'De staat en zijn instellingen worden als een koloniale macht ervaren.' De nadruk op secularisme, de laïcité, wordt gezien als een antireligieuze aanval van een staat die moslims verder aan hun lot overlaat.

Lapeyronnie vindt dat de gematigde islam meer ruimte moet krijgen om de radicale islam de wind uit de zeilen te nemen. Maar dat is helemaal geen populair standpunt in Frankrijk. In een restaurant bij de Assemblée Nationale tref ik Malek Boutih, Kamerlid voor de socialisten, oud-president van SOS Racisme, van Algerijnse afkomst. In opdracht van premier Manuel Valls schreef hij een alarmerend rapport over de radicalisering van de Franse jeugd.

Hij erkent dat de Republiek haar belofte van gelijkheid niet waarmaakt. 'Het is een Republiek van karton, als het decor in een film. Ze bestaat alleen uit symbolen en geschiedenis. We moeten jongeren de beste scholen bieden en de beste culturele voorzieningen. We moeten zeggen: we reiken u de hand, maar dan moet u ophouden met dat systematische slachtofferdiscours. Want immigranten leven hier beter dan in de landen waar ze vandaan komen.'

Door moslims als slachtoffer van het kolonialisme te behandelen, blijven ze steken in hun slachtofferrol, vindt hij. 'Je moet mensen juist de kans geven om te emanciperen, om zich te bevrijden van de dwang van hun eigen groep.'

Van hoofddoek naar kalasjnikov

Kun je mensen dwingen om vrij te zijn? Volgens critici, zoals de historicus Emmanuel Todd, zullen moslims juist in hun identiteit worden bevestigd als hun godsdienst voortdurend wordt afgewezen, bijvoorbeeld als de hoofddoek ook aan de universiteit wordt verboden, zoals sommige politici willen. 'Natuurlijk is dat een risico', zegt Boutih. 'Maar als we niets doen, ziet u niet waartoe dit zal leiden? Dan praten we niet over risico's, maar over gevolgen. Terrorisme ontstaat niet in een buurt waar meisjes vrij zijn, waar ze zich kunnen kleden zoals ze willen. De hoofddoek is het voorbereidend werk van het islamisme. Eerst de hoofddoek en de baard, dan de boerka, dan de kalasjnikov.'

Volgens Boutih kan de Republiek haar koloniale erfenis slechts overwinnen door de invloed van de islam terug te dringen. En daarmee verwoordt hij wat veel Fransen denken. 'Als we niet snel handelen, zullen de breuklijnen in de bevolking onoverbrugbaar worden. Dan zullen de reactionaire, nationalistische krachten overal in Europa winnen. Omdat de mensen bang zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.