Frankrijk wacht het ondenkbare: korten op de verzorgingsstaat

De Franse economie staat er echter zo slecht voor dat de overheid moet bezuinigen op sociale regelingen en ziektekostenverzekering. Tegen wil en dank.

PARIJS - 'We geloven pas in de crisis als de rijken massaal zelfmoord plegen', zo viel onlangs te lezen op een spandoek in Parijs. Een deel van Frankrijk verkeert nog altijd in de fase van ontkenning: de hoge staatsschuld, het chronische financieringstekort, de historisch lage marges van het bedrijfsleven, het zijn allemaal neoliberale excuses om de gewone burger te pakken, ten gunste van 'de rijken'.

In de politieke arena lijkt de werkelijkheid inmiddels te zijn doorgedrongen. Gisteren presenteerde minister van Financiën Michel Sapin een bezuinigingsprogramma voor de periode tot en met 2017. Belastingen en sociale premies gaan omlaag om het bedrijfsleven meer lucht te geven. De overheid zal 50 miljard euro bezuinigen: 18 miljard op de staat, 11 miljard op lagere overheden, 11 miljard op het beheer van allerlei sociale regelingen en 10 miljard op de ziektekostenverzekering. In 2015 zal het begrotingstekort zijn teruggebracht tot 3 procent en daarmee voldoen aan de Europese norm.

Maar er zijn twijfels. De Franse regering maakt een dubbelhartige indruk. Zo suggereerden president Hollande en premier Valls dat Frankrijk wel iets langer zou kunnen doen over het inlopen van zijn begrotingstekort. Voor Europa was dat onaanvaardbaar, zeker voor landen als Italië en Spanje, die zelf uiterst pijnlijke bezuinigingen hebben doorgevoerd. 'Frankrijk is een groot land dat zich aan de afspraken zal houden', zei premier Valls uiteindelijk.

Maar zal Frankrijk ook de daad bij het woord voegen? Vooralsnog zijn de Franse bezuinigingen niet veel meer dan een houtskoolschets met vage contouren. In eerste instantie moet het geld vooral komen van het bevriezen van pensioenen, ambtenarensalarissen en sociale regelingen. Pijnlijke structurele ingrepen moeten nog worden ingevuld. Niettemin vindt de linkervleugel van de Parti Socialiste de plannen van Valls nu al onaanvaardbaar. Zal Valls straks het verzet van la rue weten te trotseren als zijn positie wordt ondermijnd door verzet vanuit zijn eigen partij?

Vooral in de Angelsaksische pers wordt Frankrijk vaak omschreven als 'een tijdbom in het hart van Europa' of 'de zieke man van Europa'. Dat gaat te ver. Het financieringstekort van Frankrijk is kleiner dan dat van Groot-Brittannië, de staatsschuld is ongeveer even hoog. Wel hebben de Britten een hogere groei, mede omdat zij de harde maatregelen hebben genomen waarvoor de Fransen terugdeinzen.

Frankrijk zorgt goed voor zijn burgers. Kinderopvang, onderwijs en gezondheidszorg zijn gratis. Hoewel de pensioenleeftijd is verhoogd, gaat de gemiddelde Fransman op zijn 58ste met retraite. De gemeenteraad van een doorsneestadje zit vol vitale vijftigers met alle tijd van de wereld. Deze gunstige regelingen worden gefinancierd door elk jaar geld te lenen. Hoewel de financiële markten Frankrijk nog altijd gunstig gezind zijn - vorige week ging de rente op staatsleningen opnieuw omlaag - kan zo'n beleid kan niet oneindig worden volgehouden.

Alle Europese landen hebben grote moeite met het hervormen van de verzorgingsstaat. Overal protesteren burgers tegen de aantasting van verworven rechten. Maar voor Frankrijk is het nog moeilijker omdat de verzorgingsstaat zo sterk met de nationale identiteit is verknoopt. Er gaat vrijwel geen dag voorbij zonder dat iemand in de media herinnert aan les trente glorieuses, de periode na de Tweede Wereldoorlog waarin de economie groeide dankzij een actieve staat die zijn burgers beschermde tegen de grillen van de markt. Anders dan in landen als Nederland of Groot-Brittannië bestaat in Frankrijk bijzonder weinig enthousiasme voor een liberale koers. 'We mogen Frankrijk niet opofferen aan het liberale Europa', zei de invloedrijke socialistische Kamervoorzitter Claude Bartolone.

De opmars van de markt raakt het hart van de Franse cultuur. De socioloog Philippe d'Iribarne wees op het grote belang van eer in de Franse samenleving, een overblijfsel van het Ancien Régime van voor de Revolutie van 1789. In de Angelsaksische wereld wordt een arbeidscontract gezien als een zakelijke overeenkomst tussen twee vrije individuen. Dat iemand met een lagere marktwaarde doorgaans een slechter contract zal afsluiten is een fact of life. De slecht betaalde Amerikaanse 'hamburgerbanen' of Duitse 'mini-jobs' zijn in Frankrijk taboe, omdat ze als vernederend worden gezien. Onlangs deden drie linkse economen het voorstel om het minimumloon voor jongeren en lager opgeleiden te verlagen. Op die manier zouden ze een opstapje naar de reguliere arbeidsmarkt kunnen vinden. Het Nederlandse minimumjeugdloon was voor hen een voorbeeld. Zelfs Laurence Parisot, voormalige voorzitter van de werkgevers, sprak van 'slavernijlogica'. Werken tegen een laag loon is een vernedering. Dan nog liever thuis zitten met een relatief hoge uitkering.

Frankrijk is trots op zijn sociale model, als alternatief voor het Angelsaksische kapitalisme. Niettemin wordt Frankrijk door de globalisering en de euro langzaam maar zeker steeds meer in de richting van een veel hardere markteconomie getrokken. Dat is een pijnlijk proces dat Frankrijk, nog veel meer dan Nederland, in zijn nationale ziel raakt.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden