Frankrijk en het moslimextremisme - een lange geschiedenis

Een voorgeschiedenis die royaal voor '11 september' begon

Meer dan enig land in Europa heeft Frankrijk in de afgelopen decennia met moslimterrorisme te maken gekregen. Hoe komt dat?

De voorpagina van de laatste editie van Charlie Hebdo. Foto afp

Terroristische aanslagen door moslims zijn in Frankrijk veelvuldig voorgekomen, maar nooit eerder vielen er zo veel doden als woensdag op de redactie van Charlie Hebdo. De meest gewelddadige aanslagen tot dusver waren die op het joodse restaurant Jo Goldenberg in 1982 (zes doden en 20 gewonden), op het metrostation Saint-Michel in 1995 (acht doden en tachtig gewonden) en de aanslagen die Mohammed Merah in 2012 in Toulouse en Montauban pleegde (zeven doden en zes gewonden). De laatste keer dat er in Frankrijk meer doden bij een aanslag vielen was in 1961, stellen Franse media.

Meer dan enig land in Europa heeft Frankrijk in de afgelopen decennia met moslimterrorisme te maken gekregen. Dat valt niet los te zien van het aantal moslims in het land: met ruim vijf miljoen leden kent Frankrijk de grootste gemeenschap van Europa. De meesten van hen zijn afkomstig uit Marokko en Algerije. Het aantal belijdende gelovigen wordt op twee miljoen geschat.

Het overgrote deel houdt zich verre van extremisme, maar de Franse autoriteiten moeten wel een Europees gezien groot aantal moslims in de gaten houden die van sympathie voor terrorisme worden verdacht. Tekenend is dat geen ander Europees land zo veel strijders naar Irak en Syrië heeft zien vertrekken om voor IS te gaan vechten.

Moslimextremistische aanslagen kennen een voorgeschiedenis die royaal voor '11 september' is begonnen. In 1985 en 1986 vond in Parijs een reeks aanslagen plaats, die op naam staan van een groep rond Fouad Ali Saleh, ook wel 'Ali, de Tunesiër' genoemd. Door die aan Hezbollah gelieerde fundamentalist kwamen twaalf mensen om. Tien jaar later waren Algerijnse fundamentalisten verantwoordelijk voor acht bomaanslagen, met in totaal acht doden en tweehonderd gewonden als gevolg.

Foto afp

Antiterreurwetten

De Franse autoriteiten kan geen gebrek aan reactie op al die gebeurtenissen worden verweten. Zo verscherpten zij herhaaldelijk de antiterreur-wetgeving: zowel in 1986 als in 1996 kwamen er wetten die strengere straffen mogelijk maakten.

Ook kregen de veiligheidsdiensten ruimere bevoegdheden. De laatste keer dat de wetgeving werd verscherpt was in 2006, na de aanslagen in Londen en Madrid. Sinds de tweede reeks aanslagen, die van 1996, heeft de Franse bevolking te maken gekregen met het systeem-Vigipirate, met zijn vier dreigingsniveaus. Iedere verhoogde dreiging leidt tot aanzienlijk meer 'blauw op straat', waardoor het bij toeristische trekpleisters kan wemelen van de zwaarbewapende militairen en agenten. Dat die aanwezigheid geen afdoende maatregel is, is nu bewezen. Het redactielokaal van Charlie Hebdo behoorde tot de onderkende doelwitten, maar de terroristen konden toch toeslaan.

In het afgelopen jaar ging in Frankrijk, net als in andere Europese landen, de meeste aandacht uit naar de groep moslims die zich aangetrokken voelde tot de jihad.

De schattingen over het aantal Franse strijders in Syrië en Irak variëren tussen 700 en 1.000 personen. Een onbekend aantal is teruggekeerd.

Forensisch onderzoek voor de redactie van Charlie Hebdo. Foto ap

De angst voor aanslagen door deze groep is groot, zeker na een viertal videoboodschappen waarbij Franse IS-strijders opriepen tot aanslagen op eigen bodem, desnoods met stenen en messen.

Het weerhield de Franse regering er niet van een prominente rol op te eisen in de internationale coalitie tegen IS. Ook speelt Frankrijk een hoofdrol in Mali, waar eveneens strijd tegen moslimfundamentalisten wordt geleverd. Het risico van aanslagen in eigen land werd er door verhoogd.

De Fransen voelden zich verder gewaarschuwd door de schietpartij vorig jaar mei bij het Joods Museum in Brussel, waarbij vier doden vielen. De dader bleek een 29-jarige fundamentalist van Algerijnse komaf uit het Noord-Franse Tourcoing, Mehdi Nemmouche. Bij zijn arrestatie in Marseille bleek hij in het bezit van een videocamera met daarop een verklaring waarin hij de verantwoordelijkheid op zich nam. Nemmouche had in 2013 in Syrië gevochten.

In de kerstweken nam de angst voor aanslagen door moslimextremisten toe door een drietal, her en der in het land gepleegde aanslagen: in de steden Joué-lès-Tours, Dijon en Nantes reden individuele automobilisten op mensen in. Daarbij viel één dode en raakten tientallen mensen gewond. In twee van deze gevallen riepen de daders 'Allah is groot', terwijl zij mensen aanreden.

Foto epa

Dat leidde tot een debat over de vraag of er van een islamitische terreurgolf sprake was, zoals de rechtse krant Le Figaro meende: 'De Fransen zijn verbijsterd. Ze ontdekken een waarheid die zij voorvoelden, maar niet durfden toe te geven. Ja, de 'gekken van Allah' kunnen op elk moment toeslaan.'

President Francois Hollande relativeerde het belang ervan. Hij besloot wel extra militairen in te zetten bij winkelcentra en andere drukke plaatsen, want 'de Fransen moeten zonder angst hun kerstboodschappen kunnen doen', maar stelde ook: 'We moeten niet toegeven aan de paniek en alles op één hoop gooien.' Voor die uitdaging staat de Franse president zeker, nu er een aanslag van geheel andere orde heeft plaatsgevonden en het hele land naar zijn reactie uitkijkt. De oppositie zette hem meteen onder druk, waarbij een enkeling al voor een terugkeer van grenscontroles pleitte. Zijn voorganger Sarkozy stelde dat 'absolute fermheid het enige antwoord is', nu 'de Franse democratie is aangevallen'.

Foto epa
Foto ap
Meer over