Frank Blacks variant op Dylans Blonde on Blonde

Frank Black: Honeycomb. Cooking Vinyl/Bertus...

Gijsbert Kamer

Vlak voordat Frank Black met zijn Pixies aan de nog altijd niet afgelopen reünietournee begon (dit jaar nog te zien op Lowlands), trok hij naar Nashville om een oude wens in vervulling te zien gaan: zijn eigen variant op Bob Dylans Blonde on Blonde maken. Net als Dylan in 1966 dook hij de studio in met een stel gelouterde sessiemuzikanten, om in een paar dagen een plaat op te nemen.

Het resultaat, Honeycomb, is een van de merkwaardigste platen sinds tijden. Want Blacks keuze voor een sessie met legendes als Steve Cropper (gitaar), Spooner Oldham (toetsen) en Dann Penn (productie) is op z’n minst gewaagd. En hoe fraai soepeltjes hun begeleiding ook is: Black kan het vocaal allemaal geen moment bijbenen.

Je hoort hem zwoegen en kraken, en het heeft in Dark End of The Street ook iets ontroerends, maar zijn stem past absoluut niet bij het geselecteerde materiaal. Een enkel liedje (Elkie Bride, Honeycomb) werkt echter wel, en dan begrijp je ook waarom Black deze muzikanten heeft uitgekozen: het lijkt in niets op zijn voorgaand werk, maar voegt beslist iets toe.

Editors: The Back Room. PIAS.

Alweer een sterk Brits gitaardebuut, deze The Back Room van de Editors, uit Birmingham. Een paar (onverkrijgbare) singles en vooral hun optreden op London Calling, eind april, gingen eraan vooraf. De indruk die ze in Amsterdam nalieten, een bandje sterk beïnvloed door Interpol, wordt hier bevestigd. Dezelfde donkere gitaarpatronen, lichte galm en zang als bij de Amerikanen. Het gebrek aan originaliteit wordt gecompenseerd doordat de liedjes onverminderd sterk zijn.

En na een eerste kennismaking gebeurt er hetzelfde als met het werk van Interpol, dat op zijn beurt weer erg teruggreep op Joy Division en The Cure: de liedjes gaan op zichzelf staan. Zanger Tom Smith klinkt begeesterd, en de liedjes zijn puntiger dan die van Interpol.

Niet beter en zeker niet met dezelfde diepgang, maar wel goed en origineel genoeg. Zoals je begin jaren tachtig met Echo & The Bunnymen, Comsat Angels en de Chameleons talloze bands had die in het kielzog van Joy Division hun eigen wave-variant ontwikkelden, zo blijkt Interpol de grote katalysator voor de Editors.

Dwight Trible & The Life Force Trio: Love Is The Answer. Ninjatune/PIAS.

Dwight Trible draait al een tijdje mee in de marge van de Westcoast jazz, maar je hoort zijn bronstige donkere stem, die refereert aan Terry Callier en Gil Scott-Heron, niet vaak. Een geweldig idee van het Britse label Ninjatune om hem te koppelen aan een stel wakkere hiphop-producers. Want hun complexe beatconstructies bieden een prima achtergrond voor Tribles voordracht.

Madlib, Sa-Ra en vooral Carlos Nino koppelen flarden funk, free-jazz en soul aan elkaar en laten Trible zijn door hippie-idealen ingegeven teksten declameren. Het resultaat is niet makkelijk te behappen, maar wel bijzonder. En voor wie alleen de fraai gestructureerde muziek wil horen: een instrumentale cd is bijgevoegd.

Various Artists: Under The Influence, Carl Barat. NEWS.

De compilatie-reeks Under The Influence laat Britse popfenomenen hun belangrijkste bronnen selecteren. Dat heeft in het verleden tot inzichtelijke cd’s van bijvoorbeeld Morrissey geleid. Nu Carl Barat, de meest gezonde zanger van de inmiddels opgeheven Libertines ruim baan krijgt, begint het concept te wankelen. Zijn keuze is zo voor de hand liggend dat het lachwekkend wordt. Van belangrijke invloeden als The Jam en The Smiths kiest hij de grootste hits. En dat is gemakzuchtig.

Gijsbert Kamer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden